21 maart 2009 Henk Tolsma 54x gelezen
3D-printers zijn dure machines die al gauw veertigduizend euro kosten. Bij het Fablab Protospace in Utrecht staat echter een exemplaar van nog geen vijfhonderd euro. Het verschil: deze is ter plekke op basis van een open source ontwerp en met zelfgemaakte onderdelen in elkaar gezet.
Vol trots toont labmanager ir. Siert Wijnia deze RepRap of 3D-Replicator. Het ding ziet er niet uit – een mooie kast ontbreekt – maar hij doet het. Het is een wirwar van een twintigtal stangen, verbonden door hoek- en klemstukken, die samen een kubus met zijden van zo’n vijftig centimeter vormen. De kubus biedt plaats aan een kleine printplaat met besturingselektronica, een spuitmondje en een rol met kunststofdraad. De machine kan in principe zijn eigen onderdelen repliceren. Om daar een begin mee te maken moest er echter eerst een moederprinter met behulp van commerciële apparatuur worden gemaakt. Deze moederprinter maakt nu bevestigingsmiddelen (hoek- en klemstukken) van giethars voor een volgend exemplaar. Wijnia: ‘Hij maakt ook tandwielen van abs met een nauwkeurigheid van één procent.’
Het hele ontwerp is open source, iedereen kan de tekeningen downloaden en de machine maken. Het betekent ook dat iedere bouwer een potentiële ontwikkelaar wordt. De één heeft affiniteit met elektronica, de ander weet meer van mechanica en een derde van software. Als een verbetering is uitgedokterd, kan de herziene tekening worden ge-upload naar de oorspronkelijke site. Elke RepRap-eigenaar kan vervolgens die innovatie doorvoeren.
Bezoekers van Protospace hebben al één verbetering aangebracht. In het oorspronkelijke ontwerp draaide een as in een plastic lagertje, maar zij ontdekten dat een kogellagertje uit een skateboard beter werkt. Bij Protospace denken ze er ook over om de RepRap te voorzien van een tweede spuitmondje, zodat deze een tweede materiaal kan verwerken. Dat maakt complexere producten mogelijk.
De laagdrempelige werkplaats van de Stichting Protospace draait inmiddels acht maanden. Wereldwijd zijn er zo’n dertig Fablabs, naar een idee van de Amerikaan Neil Gershenfield. Het moet een faciliteit zijn zoals een keuken: er zijn apparaten en materialen, en recepten die je van internet haalt. Het fablab beschikt over een computergestuurde vinylsnijder, een kleine freesmachine, een lasersnijmachine en een commerciële 3D-printer die kleine series kan produceren. Protospace wil uitbreiden met een grotere freesmachine.
Lees verder onder de foto

Medewerkers van ProtoSpace buigen zich over de ontwikkeling van de Reprap, een 3D printer die ondermeer onderdelen van zichzelf kan printen (beeld: Ton Borsboom)
Uitvinders, ontwerpers, bedrijfsmedewerkers en scholieren maken gebruik van de ruimte en de apparatuur. Op sommige ochtenden of middagen is de ruimte gereserveerd voor bepaalde groepen, maar op dinsdagmiddag en op donderdag is het open instuif. Wil een R&D-chef van een bedrijf eerst een idee uitproberen voordat hij het aan zijn medewerkers voorlegt, dan kan hij een deel van de ruimte reserveren.
Op een donderdagmiddag in februari zijn er vijf bezoekers aan het werk. Ze maken een robotje of ontwerpen een print met micro-elektronica. Een mode-ontwerper maakt een soort maliënkolder, opgebouwd uit kleine keramische ringetjes. Iemand heeft er een niet meer verkrijgbaar aluminium spruitstuk van een oude Kreidler-brommer gereproduceerd. Wijnia: ‘Ze betalen op dinsdagmiddag en donderdag alleen materiaalkosten, en op andere dagen ook voor labtijd.’ Er zijn verder twee begeleiders en in een aanpalende ruimte zit een ict’er voor ondersteuning. Iemand van de Universiteit Twente kijkt de kunst af; hij wil in Enschede een Fablab opzetten.
Protospace verzorgt ook workshops en cursussen. De workshop ‘Van idee tot tekening’ geeft een introductie in de wereld van het 2D- en 3D-tekenen. In een cursus bouwen de deelnemers een eenvoudig te programmeren robot, op basis van een microcontroller van nog geen twintig euro en open source software.
Achter de Stichting Protospace zitten elf organisaties, waaronder de Nederlandse Orde van Uitvinders (NOVU, gehuisvest in hetzelfde pand), de gemeente, de provincie Utrecht en de plaatselijke universiteit en hbo-instelling. Protospace is van start gegaan op basis van subsidies, maar moet binnen vijf jaar zichzelf bedruipen. ‘Het moet een broeinest worden waar technici, kunstenaars, ontwerpers en uitvinders nieuwe producten kunnen verwerkelijken’, aldus Wijnia.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2010 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.