4 september 2010
Thomas van de Sandt
43x gelezen
Het Centrum Wiskunde en Informatica (CWI) gaat samen met een Europees onderzoeksteam een virtueel observatorium bouwen om met behulp van satellietbeelden tijdig bosbranden op te sporen.
Het virtueel observatorium – op zichzelf niet meer dan een krachtig computerprogramma – moet in staat zijn om satellietbeelden veel sneller te interpreteren dan mensen dat kunnen. Nu is het nog ondoenlijk om de duizenden gigabytes aan informatie die per dag vanuit de ruimte binnen komen te bewerken en op zoek te gaan naar een verdwaalde rookpluim in onherbergzaam gebied.
Het virtueel observatorium moet de satellietbeelden realtime kunnen interpreteren en combineren met geografische informatie. Dat betekent dat het programma in een verzameling pixels een rookpluim moet kunnen herkennen en deze ook moet weten te onderscheiden van bijvoorbeeld een condensstreep achter een vliegtuig. De geografische informatie is nodig om na te gaan of er geen logische verklaring is voor de rook, zoals de aanwezigheid van een fabriek.
Als er echt sprake is van brand, dan zal het programma berekenen hoe snel deze zich gezien de weersomstandigheden zal verspreiden en in welke richting. Op deze manier moet het mogelijk zijn om sneller waarschuwingen uit te doen gaan naar omliggende bewoonde gebieden en de brand effectiever te bestrijden.
Het onderzoeksprogramma waarin de technologie van het virtueel observatorium wordt ontwikkeld heet Teleios en is door de Europese Unie gefinancierd. De leiding van het project ligt bij het National Observatory of Athens in Griekenland. Verder werkt het CWI, dat zich binnen Teleios bezig houdt met grootschalige databasemanagement, onder meer samen met het Duitse Fraunhofer Gesellschaft en Advanced Computer Systems in Italië. Het project is op 1 september van start gegaan en heeft een looptijd van drie jaar.
Om de ruwe satellietdata op te slaan en vervolgens efficiënt te kunnen raadplegen zet het CWI zijn bestaande open source database systeem MonetDB in. De Amsterdamse wetenschappers passen dit systeem de komende tijd aan de nieuwe toepassing aan.