2 augustus 2008 Henk Tolsma 17x gelezen
Tight gas is al goed voor vijftien procent van de gaswinning in Noord-Amerika. Vooral kleinere bedrijfjes hebben zich toegelegd op productie van dit gas. Eén van de grotere is het Canadese Duvernay Oil. Shell wil Duvernay overnemen voor 3,4 miljard euro.
Tight gas zit net als het Nederlandse aardgas opgesloten in gesteente. De porositeit hiervan maakt echter het verschil tussen de winning van beide. Tight gas zit in duizend maal minder poreuze steen dan het Nederlandse aardgas.
Bij de winning van tight gas worden op ruim honderd plaatsen per vierkante kilometer horizontale gaten in de rots geboord (bij het Nederlandse aardgas volstaan 2,5 boringen per vierkante kilometer). In de rots wordt onder een druk van ruim duizend bar (een autoband is rond de twee bar) vloeistof geïnjecteerd. Deze bevat vaste deeltjes zoals zand of glazen bolletjes. Na een paar uur zijn de gaten en kanalen waarin het gas is opgesloten uitgeschuurd en daardoor verwijd. Het gas gaat dan vrijer stromen. De rots als geheel blijft overigens intact.
Na een half jaar is de druk in het gesteente tot ongeveer een derde gezakt en blijft dan twintig jaar op hetzelfde niveau. Daardoor blijft er steeds gas stromen. Met deze techniek is het mogelijk tien tot twintig procent van het aanwezige gas te winnen.
Het kost dus energie om het gas vrij te maken, maar dit is een zeer beperkte hoeveelheid ten opzichte van het op deze wijze gewonnen gas, meent Kent Perry, directeur onderzoek van het Amerikaanse Gas Technology Institute.
Duvernay Oil produceerde vorig jaar een hoeveelheid gas overeenkomend met 25.000 vaten olie-equivalenten per dag. Dat moeten er 70.000 worden in 2012. Shell produceert al tight gas op diverse plaatsen in de wereld, overeenkomend met 80.000 vaten olie-equivalenten per dag.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2010 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.