De duurzaamste hogeschool van Nederland

30 november 2009 Benno Boeters

Door een houtje/touwtje-installatie van knutselende studenten in gang te zetten, opende KNAW-president Robbert Dijkgraaf op 19 november het nieuwe onderkomen van de Haagse Hogeschool in Delft. De voormalige TH Rijswijk, sinds 2003 gefuseerd met de Haagse Hogeschool, is verhuisd naar de Delftse universitaire campus, op de hoek van de Jaffalaan en de Rotterdamse weg.

De opening van de ‘Haagse Hogeschool te Delft’ markeert een omwenteling. ‘Het nieuwe gebouw heeft blijkbaar succes, want onze instroom is met 25 procent gegroeid ten opzichte van 2008’, stelt Marian van Noort, directeur van de Academie voor Technology, Innovation & Society. (De andere ‘hoofdbewoner’ is de Academie voor ICT en Media.) Dat werd ook hoog tijd, want de Haagse Hogeschool kromp in de periode 2000-2007 in de techniekvakken met maar liefst 39 procent. De hogeschool was daarmee de snelste daler van alle zeventien technische hogescholen die in het HBO-Sprint-programma van Platform Bèta Techniek afspraken hadden gemaakt om in 2000-2007 vijftien procent méér studenten binnen te halen.

 

De fusie met de TH Rijswijk draagt zeker bij tot de stijgende lijn in het aantal eerstejaars. Het was een relatief kleine technische hbo-opleiding, met een positief imago van – in de woorden van Van Noort – ‘klassieke degelijkheid, gewaardeerd door het bedrijfsleven en positief beoordeeld in de Hoger Onderwijs Keuzegids’.

 

Voormalig docent en adjunct-directeur Hans Gubbens heeft als geen ander gehamerd op een zo groot mogelijke energie-efficiëntie in de nieuwbouw. Niet alleen vanwege de financiële voordelen van een lage energierekening (zo’n 60.000 euro per jaar lager dan de norm), maar vooral ook om de ingenieursopleiding in hun eigen gebouw te doordringen van de noodzaak van energiebesparing en toepassing van hernieuwbare energiebronnen. Gubbens heeft als bouwbegeleider, samen met Harold Straathof van adviesbureau Alphaplan, toegezien op een consequente toepassing van het duurzaamheidscriterium.

 

Dat kostte soms ‘bloed, zweet en tranen’. Zo hebben de bouwbegeleiders maar liefst tien ontwerpen voor de gevel bekeken voordat het optimale compromis van lichtinval, open en dichte dakdelen en wanden, en minimaal warmteverlies was bereikt. De gevel bestaat voor 38 procent uit glas.

 

Het is aan de vasthoudendheid van Gubbens te danken dat het gebouw nu een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) heeft van 0,59; tweederde lager dan de norm voor deze gebouwen voorschrijft. Dat betekent dat het gebouw 65 procent minder CO2 uitstoot. Gubbens verwacht dat de meerkosten voor de groene energievoorzieningen, zo’n anderhalf miljoen euro – eenderde daarvan wordt gesubsidieerd – in ongeveer tien jaar tijd zullen zijn terugverdiend.

 

Het hogeschoolgebouw – de totale bouwkosten bedragen 35 miljoen euro – wordt letterlijk van onder tot boven in alle vloeren en wanden doorkruist met leidingen voor warmte- en koudetransport. Die beginnen al zo’n zeventig meter diep in de bodem, waar een watervoerende laag (aquifer) in de zomer het warme koelwater opslaat om het in de winter weer af te geven. Een warmtepomp brengt het water op de goede temperatuur. Kilometers aan leidingen verspreiden de warmte of koelte in de betonnen vloeren en de plafonds. Ook onder het oppervlak van het zwarte parkeerdak van het gebouw loopt een netwerk van leidingen om als één grote zonnecollector energie te winnen. Pv-panelen op het dak dragen bij aan de stroomvoorziening.

 

Ofschoon als uitgangspunt is gekozen voor bewezen techniek, is het regelsysteem voor de energiehuishouding in alle ruimten uniek, vertelt Gubbens. Elk vertrek is voorzien van sensoren: infrarood voor aanwezigheidsregistratie, thermometers, CO2-meters voor de luchtkwaliteit, en vochtigheidsmeters. Octalix bv levert een fijnmazig meet- en regelsysteem voor een optimaal klimaat in elke ruimte. Naast temperatuur en luchtkwaliteit regelt het systeem ook de verlichting in elke ruimte.

 

De gebouwontwerpers wilden de CO2-vrije stroomvoorziening aanvullen met twee kleine windturbines. Echter, de gemeente Delft – die zich graag profileert als technologiestad – hield vast aan bepalingen in het bestemmingsplan. De windmolens zouden één meter te hoog uitsteken. Misschien komt er toestemming als een nieuw bestemmingspan wordt vastgesteld.

Betrokken ingenieursbureaus
Vier ingenieursbureaus participeerden in de bouw: installatieadviseur DWA, constructeur DHV, Peutz voor de bouwfysica en Royal Haskoning als architect.

SenterNovem, de provincie Zuid Holland en de gemeente Delft droegen bij als subsidiegever

 

Een student inspecteert een onderdeel van de installatie voor de openingshandeling van de Haagse Hogeschool aan de Rotterdamseweg in Delft (beeld: Sam Rentmeester/FMAX)

 



Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.