‘Geen school, maar broedplek voor innovaties’

8 november 2009 Thomas van de Sandt 21x gelezen

Op 29 oktober opende prins Willem Alexander in de Rotterdamse haven de RDM Campus van het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam. In de voormalige hallen van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij komen technisch mbo, hbo en het bedrijfsleven samen.

Voor wie de voormalige machinehal van de RDM-werf aan de Maas binnenloopt, is het meteen duidelijk: hier wordt nog altijd hard gewerkt. In de enorme hal staan glazen werkplaatsen opgesteld waar jongens en meiden in blauwe overalls sleutelen aan auto’s of machineonderdelen repareren. In een ring op de eerste verdieping liggen instructieruimten en werkplekken waar de studenten hun eigen ontwerpen uitwerken.

 

‘Het gaat hier 24 uur per dag door’, vertelt Frank Rieck, voorzitter van het acquisitieteam van de RDM Campus en tevens lector industriële productinnovatie aan de Hogeschool Rotterdam. ‘Op elk moment van de dag kunnen we hier vijfhonderd studenten kwijt en daarnaast komen er ’s avonds veel mensen van bedrijven voor bijscholing.’

 

Sinds begin dit jaar maken wekelijks meer dan duizend techniekstudenten van het Albeda College en de Hogeschool Rotterdam gebruik van de praktijkruimten in de Rotterdamse haven. Nu op het terrein ook het tweede deel van de hal met 12.000 m2 extra beschikbaar komt voor bedrijven die met de onderwijsinstellingen willen samenwerken, is het zogenaamde RDM Innovations Dock compleet. De verbouwing van de werf heeft in totaal zo’n dertig miljoen euro gekost.

 

‘Het is de bedoeling dat het hier een dynamisch geheel wordt van mbo, hbo en bedrijfsleven om de creatieve en innovatieve maakindustrie te stimuleren’, zegt Rieck. Speerpunten daarbij zijn energie, mobiliteit en bouwkunde.

 

Op het gebied van energie en bouwkunde is het gebouw zelf een proeftuin. ‘Wij hebben hier de grootste vloerverwarming en –koeling van Nederland. Daarnaast brengen grote luchtpijpen de warmte van bovenin de hal terug naar beneden’, vertelt Bert van Pelt, projectleider namens het Albeda College. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het gebouw ook verwarmd en gekoeld wordt met Maaswater en dat op het dak zonnecellen komen.

 

In de praktijkruimten hebben de onderwijsinstellingen gezorgd voor zoveel mogelijk state of the art apparatuur. Zo is er in de modelwerkplaats een 3d-printer die in kleur kan printen door kleurstoffen in het bindmiddel te injecteren. Op het mobiliteitslab staat een vermogensrolband die ook de terugwinning van remenergie voor elektrische auto’s kan meten. In de metaalwerkplaats staat een watersnijder die tot 6100 bar metaal snijdt en in de laswerkplaats zijn helmen beschikbaar met schoneluchtaansluiting. ‘Alle apparatuur is dusdanig gekozen dat het zoveel mogelijk op het bedrijfsleven aansluit. Men moet het hier niet zien als een school, maar als een leer- werkomgeving en een broedplaats voor innovaties’, stelt Van Pelt.

 

Lees verder onder de foto

Een student aan het werk bij de afdeling Autotechniek op de RDM Campus (beeld: RDM Campus)

 

De studiekiezers lijken de RDM Campus in ieder geval te waarderen. ‘We hadden op onze techniekopleidingen een neergaande lijn te pakken. Nu heeft die trend zich omgedraaid. Bovendien melden zich verhoudingsgewijs meer vrouwen aan voor de techniekopleidingen’, meldt Rieck.

 

Ook bedrijven weten hun weg richting de techniekcampus in de haven te vinden. Rieck: ‘We hebben nooit actief reclame gemaakt, maar bedrijven kwamen vanzelf al naar ons toe. De opzet van de RDM Campus biedt dan ook wederzijds voordelen. De bedrijven kunnen gebruik maken van de studenten, apparatuur, infrastructuur en materialen die hier aanwezig zijn en wij kunnen met onze opleiding zoveel mogelijk bij het bedrijfsleven aansluiten en ook nog van hun apparatuur gebruik maken.’

 

In de nieuwe hal is ruimte voor dertig bedrijven. In het eerste jaar zijn tien van deze plekken bezet. Na drie jaar moet de hal vol zijn. ‘We gooien niet direct de ruimte vol, omdat we wel selectief willen blijven. Het gaat echt om koplopers in innovatie’, aldus Rieck. Bedrijven van het eerste uur zijn onder andere Formula Zero dat raceauto’s op waterstof maakt, Ampelmann met zijn stabiele, hydraulische platform voor installatiewerk op zee en Prometics dat direct uit computermodellen prototypes fabriceert. Ook vertegenwoordigd is een voormalig student van de Hogeschool Rotterdam, Felix Moonen, die met zijn bedrijf Jules Dock boten wil maken met zonnecellen, brandstofcellen en een glazen koepel, die behalve schoon ook comfortabel zijn. ‘We hebben wel al onze ontwerpen gemaakt, maar zijn hier om het product verder te ontwikkelen’, aldus de ondernemer.

 

Volgens Rieck is dat typisch de tijd wanneer bedrijven naar de RDM Campus komen. ‘Ze mogen hier niet produceren, wel vernieuwen en ontwikkelen. Het gaat om innovatieprojecten met kop en staart. Na hun research en eventuele patenten komen de bedrijven hierheen om hun product uit te werken en te ontwikkelen. Dat zal gemiddeld zo’n drie à vier jaar duren.’

 

Opvallend is dat geen enkel bedrijf zijn terrein afbakent met een hek. ‘Het is hier letterlijk open innovatie ja’, glimlacht Rieck. ‘Bedrijven leren van elkaar in plaats van dat ze hun ontwikkelingen afschermen.’

Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2010 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.