JPOW test virtueel raketaanvallen

8 augustus 2010 Menno Steketee

'Het ultieme systeem van systemen', zo omschreven de NAVO-militairen de oefening Joint Project Optic Windmill (JPOW), die de eerste helft van juli op vliegbasis De Peel werd gehouden. Tijdens de oefening vlogen af en toe echte F-16’s over, maar het belangrijkste deel was gesimuleerd: de geïntegreerde verdediging tegen raket- en luchtaanvallen door een virtuele vijand.
Het inwednige van de DARS

Het inwednige van de DARS

Hoe complex dat  'systeem van systemen' is, laat de briefing van de luchtmachtmajoor Jeroen Bosch zien. De honderden gecamoufleerde commandowagens, lanceerwagens voor Patriot PAC-3 onderscheppingraketten en opblaasbare shelters bleken maar het topje van de ijsberg van JPOW te vormen. Ook een Haags testcentrum voor raketverdediging van de NAVO, een Duits luchtmachtcentrum in de VS en het Amerikaanse Missile Defense Integration and Operations Center namen daar aan deel.

 

En dan was die ijsberg grotendeels nog virtueel. Schepen, onbemande verkenningsvliegtuigen, waarschuwingssatellieten, communicatiekunstmanen en tal van hoofdkwartieren en commandocentra waren, grotendeels gesimuleerd, allemaal draadloos aan elkaar gekoppeld.

 

Het onderscheppen van raketten is in de praktijk al extreem lastig. Daarbij neemt een waarschuwingssatelliet een opstijgende raket waar, waarna het vermoedelijke ballistische traject wordt doorgeseind aan andere sensoren en aan batterijen onderscheppingraketten, zoals de Nederlandse Patriot PAC-3. Die treffen dan, geleid door een radar, de dalende vijandelijke raketlading. Er zijn veel meer types onderscheppingraketten en sensoren.

 

De raketaanvallen en bombardementen binnen het JPOW-scenario werden uitgevoerd door het fantasieland Rubicon. Iedere overeenkomst met werkelijke situaties berustte op louter toeval, heette het, maar de ligging op de aardbol kwam exact overeen met die van een land in het Midden-Oosten.

 

Die onderscheppingexercitie wordt wel vergeleken met her raken van een kogel met een kogel. Maar, aldus Bosch, 'de technische uitdaging van het aaneen koppelen van al die, al dan niet virtuele systemen vormt een uitdaging op zichzelf.' Op een kantoor levert het aansluiten van een printer, fax of het wisselen van provider vaak al de nodige problemen op, hier gaat het om ontelbare consoles en netwerken, op duizenden locaties. Volgens de Italiaanse generaal Alessandro Pera, hoofd van het NAVO-projectbureau voor het ontwikkelen en plaatsen van raketverdediging betekent dit, 'dat we dagelijks met technische problemen hebben te kampen. Het is niet plug-and-play. Maar aan het eind van de dag hebben we altijd een oplossing.'

 

JPOW, dat tweejaarlijks wordt georganiseerd, deed ook deze keer dienst als proeftuin voor nieuwe systemen. Zo speelde de zogeheten DARS een belangrijke rol. Dit staat – de wereld van de raketverdediging is gek op afkortingen en acroniemen – voor Deployable, Air control centre, Recocgnised air picture production centre, Sensor fusion post. Dit is een mobiel commandocentrum dat, gekoppeld aan radarsystemen, complete NAVO-luchtoperaties kan aansturen. Volgens de Nederlandse kolonel Van Dam, die de leiding over de DARS-operaties bij JPOW had, moet dit 'ergens volgend jaar' operationeel worden.

 

De Nederlandse krijgsmacht was, als gastland, bij de oefening sterk vertegenwoordigd. Behalve de Groep Geleide Wapens, die De Peel als thuisbasis heeft en is uitgerust met de PAC-3, waren ook de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marine aanwezig. Zo was de Smart-L-radar van de LCF-fregatten virtueel gekoppeld aan de Amerikaanse THAAD-raket.


Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.