Echte en geen financiële slimmigheden

17 december 2011 Michael Persson

Michael Persson is wetenschapsjournalist bij de Volkskrant

Michael Persson is wetenschapsjournalist bij de Volkskrant

Een van de weinige voordelen van de eurocrisis is dat je weer eens ziet hoe Nederland ervoor staat. Natuurlijk, we zijn allemaal ziek, maar in de wachtkamer van de dokter blijkt het best mee te vallen: dan zie je de andere gevallen.

 

Neem Italië. Goed, we kenden allemaal de strapatsen van Berlusconi, hoe hij het persoonlijke en politieke naadloos in elkaar over liet gaan, en zijn premierschap gebruikte om zijn bedrijven, zijn ego en zijn seksleven op te krikken. En goed, we kenden allemaal de verhalen van corruptie en afpersing, van Don Corleone en zijn nazaten. Ach, folklore.

 

Maar als je beter kijkt blijkt het veel erger dan je dacht. Al die pijntjes waar we in Nederland over klagen: het zijn verkoudheden vergeleken bij de tumoren die in Italië woekeren.

 

Om te beginnen: Berlusconi en Corleone zijn geen folklore. Het zijn maar twee van de gezichten van een veelkoppig monster dat het Italiaanse lichaam heeft uitgehold. Corruptie en afpersing zijn geen uitwassen, maar volkomen ingebed in de Italiaanse economie. In de zuidelijke provincies heeft zeventig procent van de ondernemers ermee te maken. Wij in Nederland schrikken al van een Maastrichtse burgemeester die een afgeschreven brandweerauto cadeau doet aan het dorp waar hij een vakantiehuisje heeft gekocht. Gelukkig het land dat zich daarover druk kan maken.

 

Achter die folkloristische Italiaanse problemen zitten nog veel saaiere – maar eveneens structurele – tekortkomingen. Je hoort in Nederland regelmatig klachten over de toestand van het onderwijs, het kennisniveau, de investeringen in onderzoek en ontwikkeling of het aantal innovatieve startups. Moet je eens naar Italië gaan, waar de beste universiteit nét de Europese top 200 haalt. De r&d-investeringen liggen net boven één procent van het nationaal product, bètastudenten zijn bijna uitgestorven en geen hond die een bedrijf begint (in de zuidelijke provincie Calabrië, waar ik laatst was, was net de tweede start-up aller tijden gelanceerd).

 

Dat mondt bijvoorbeeld uit in een lage arbeidsproductiviteit en een dramatische exportbalans: Italië heeft veel meer uit het buitenland nodig dan het buitenland uit Italië. In Nederland ligt dat anders: we produceren veel per inwoner en verkopen meer dan we kopen, in onze handel met het buitenland. Dat is best gezond.

 

Toch klagen we, over gebrek aan innovatie, over gebrek aan bètastudenten, over gebrek aan technostarters. Maar dat zal vanzelf goed komen. Nu dankzij de crisis een einde komt aan de populariteit van de bancaire sector, en alles wat daarmee samenhangt, zal ook Nederland zijn geld nog meer moeten gaan verdienen met échte slimmigheden in plaats van financiële slimmigheden. Onze uitgangspositie is helemaal niet zo slecht. Als die andere patiënten in de wachtkamer ons maar niet aansteken.


Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.