28 januari 2012 Behnam Taebi

dr.ir. Behnam Taebi is universitair docent Techniekfilosofie aan de TU Delft
Zelfs Hillary Clinton kwam ervoor naar Den Haag: een symposium, georganiseerd door Uri Rosenthal. Onderwerp was het onbelemmerde internetverkeer en overheden en bedrijfsleven waren prominent aanwezig. Officiële aanleiding was de grote bijdrage die sociale media hebben geleverd aan de mobilisatie van demonstranten in de ‘Arabische Lente’ van 2011 en in Iran twee jaar eerder. De internetvrijheid in die landen moest worden gewaarborgd, luidde de mantra van het symposium.
Twee grote afwezigen in Den Haag waren Sarkozy en Cameron. De Fransman pleitte begin 2011 voor het reguleren van het internet door middel van internationale regels. En de Brit is een groot voorstander van internetvrijheid, maar dan weer met behoud van de uitzonderingspositie voor Londen, want sociale media speelden een belangrijke rol in de Londense rellen. Cameron stelde daarom dat je (internet)vrijheid moest afzetten tegen veiligheid: controle van de sociale media was geoorloofd. Het ironische is dat de overheden van Syrië, Iran, maar ook China veel begrip zullen hebben voor deze redenering.
Nog interessanter was de officieuze aanleiding van dit symposium, namelijk de handel in afluisterapparatuur die sommige bedrijven in het verleden dreven. Een wrang voorbeeld is de onderdrukking van de protesten in Iran in 2009, die mede mogelijk werd gemaakt door afluisterapparatuur van het Fins-Duitse bedrijf Nokia Siemens Networks. Wiki-leaks – weet u nog wel, de website die Hillary Clinton zo graag uit de lucht wil schieten – heeft documenten gepubliceerd, waaruit blijkt dat de verkoop van zulke apparatuur een miljoenenindustrie is. Europarlementariër Marietje Schaake (D66) noemt dit scherpzinnig een ‘digitale wapenhandel’. Terecht pleit zij voor meer transparantie bij en toezicht op de Europese ict-bedrijven.
Zover kwam het helaas niet in Den Haag, maar de aanwezigheid van de overheid en het bedrijfsleven is wel te prijzen. Vrije informatie is namelijk de grootste vijand van autoritaire regimes en wie de informatiestroom kan reguleren, heeft de belangrijkste sleutel tot manipulatie in handen. Deze informatieoorlog is grotendeels gedigitaliseerd – men kan ‘digitale wapens’ leveren, maar ook kan men systemen ontwerpen die dergelijke wapens juist onschadelijk maken.
Twee voorbeelden zijn te bedenken. In landen waar betrouwbare informatie een schaars goed is, worden interessante websites vaak geblokkeerd met filters. Maar filters kun je mooi omzeilen door een ‘proxy’, zeg maar een tussenserver, die het mogelijk maakt om de inhoud van de geblokkeerde pagina in te zien. Natuurlijk heb je dan weer software waarmee proxy’s zijn op te sporen en dit kat-en-muis-spel kan lang kan doorgaan. Het tweede voorbeeld is misschien interessanter. Het opsporen van activisten en bloggers is vaak mogelijk vanwege de ‘digitale footprint’ die ze achterlaten op het net. Menig activist is er dus bij gebaat als het technisch onmogelijk zal zijn deze footprint op te slaan. Maar deze aanpassing zou op verzet kunnen stuiten bij Rosenthal, Cameron en Clinton, en bij bedrijven die hun marketingstrategie juist op dergelijke informatie baseren. Hoe de macht en markt digitale dilemma’s beslechten valt nog te bezien; de mantra klinkt in ieder geval idealistisch.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.