14 januari 2012 Fridus Valkema

drs. Fridus Valkema is communicatieadviseur
Het zit minister Verhagen niet mee met zijn innovatiebeleid. Vorig jaar verscheen een vernietigend rapport van de Algemene Rekenkamer. Daaruit bleek dat het effect van allerlei subsidies op R&D niet is te meten. Zo is onbekend welke bedrijven hoeveel geld voor innovatie krijgen en wat zij er precies mee doen.
De minister heeft in zijn topsectorenbeleid zijn ziel en zaligheid gelegd in generieke fiscale maatregelen. Hij heeft veel meer ruimte gemaakt voor belastingaftrek op de kosten van R&D, met het idee dat het de industrie stimuleert om meer onderzoek te doen zonder dat de bedrijven te maken hebben met allerlei randvoorwaarden van specifieke programmasubsidies; subsidies waar vorige kabinetten meer heil in zagen.
En wat blijkt nu uit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek? Specifieke subsidies zijn effectiever dan generieke. Tot deze conclusie komt Piet Donselaar, die onlangs promoveerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam; de nieuwsbrief Onderzoek Nederland wijdde er een artikel aan. Volgens Donselaar gaan gerichte R&D-subsidies naar specifieke industriële programma’s met strenge criteria. Hierdoor gaat een groter deel van het stimuleringsgeld van de overheid naar onderzoek dat zonder overheidsstimulering niet zou plaatsvinden.
Hij berekent dat op de langere termijn één euro extra investeren in fiscale maatregelen voor private R&D ongeveer tien euro extra Bruto Binnenlands Product oplevert; directe stimulering levert zelfs twaalf euro op. Kortom, specifieke stimulering is twintig procent effectiever dan generieke. De berekeningen zijn gebaseerd op een vergelijking tussen twintig OECD-landen tussen 1970 en 2006.
Het onderzoek leidde dan ook tot vragen uit de Tweede Kamer, van de SGP-fractie. De minister antwoordt wat zuur dat het mooi is dat Donselaar aandacht heeft besteed aan het effect van specifiek versus generiek beleid. Om vervolgens snel over te gaan op de vermeende voordelen van zijn huidige beleid. Ook op een andere vraag krijgt de SGP een ontwijkend antwoord, namelijk op de conclusie dat Nederlandse bedrijven steeds meer R&D uitvoeren in het buitenland, terwijl dat andersom in veel mindere mate het geval is. De minister: ‘De auteur vindt aanwijzingen in die richting, maar vooralsnog ontbreekt datamateriaal over een lange periode om dat hard te bevestigen.’
Het meeste verrassende is het antwoord op de vraag ‘Bent u bereid de auteur van het proefschrift te betrekken bij het beantwoorden van deze vragen?’ De minister: ‘De auteur van het proefschrift is betrokken geweest bij het opstellen van de antwoorden op deze vragen.’ Dat komt omdat Donselaar intussen beleidsambtenaar is op zijn ministerie.
De vraag is nu of de minister zoveel vertrouwen heeft in wetenschappelijk onderzoek dat hij zijn beleid gaat aanpassen. Zo niet, dan heeft de wetenschap opnieuw een voorbeeld in handen dat Verhagen niet veel op heeft met fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Zelfs niet met onderzoek dat de concrete en toepasbare kennis oplevert waar hij zo naar smacht.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.