10 december 2011 Thomas van de Sandt

Thomas van de Sandt is eindredacteur bij Technisch Weekblad
‘Welkom bij Shell, post-Macondo.’ Met die woorden wordt een groep internationale vakjournalisten onthaald bij het opleidingscentrum van Shell in Rijswijk. En inderdaad, de manier waarop het olie- en gasconcern zijn mensen opleidt en zijn innovatiemiljarden besteedt, is sterk beïnvloed door de ramp met BP’s boorplatform Deepwater Horizon bij het Macondo-olieveld in de Golf van Mexico in 2010. De aandacht voor veiligheid loopt als een rode draad door alle activiteiten binnen het bedrijf, soms tot het ridicule aan toe. Ook de journalisten ontkomen er niet aan: bij het afdalen van de trap dient iedereen de leuning vooral goed vast te houden.
Shell ontwikkelde sinds de ramp voor ettelijke miljoenen twee nieuwe afsluiters voor als het met een boorput op zee helemaal mis dreigt te gaan – één samen met andere oliemaatschappijen, één alleen. Ook voert men uitgebreide tests uit met pakketjes explosieven die een pijp naar binnen kunnen laten dichtklappen of obstakels in de boorpijp verwijderen, zodat de blowout preventer op de zeebodem (die bij de Deepwater Horizon zijn werk niet kon doen) de boorput kan afsluiten. Maar dat is niet het enige. Zo werkt Shell ook aan een vérgaande automatisering van zowel de boorsnelheid als het opereren van de boorput.
‘We willen de human factor weghalen bij de reactie op een noodgeval’, zegt Jan Brakel, R&D-manager op het gebied van boorputten. Dat klinkt logisch, want mensen maken fouten. Maar hoe zit het met de mensen die de boorputten hebben ontworpen? Of de apparatuur? Of de algoritmen waarmee het systeem reageert op een noodgeval? Maken die geen fouten? En als dat wel zo is, kan de human factor dan niet juist een hoop onheil voorkomen door op locatie de juiste beslissingen te nemen?
Jazeker, vindt ook Shell. Het bedrijf pleit bij monde van adjunct-directeur boorputten Peter Sharpe dan ook voor strengere eisen voor de ontwerpers en toezichthouders van boorputten. Bij Deepwater Horizon zijn wijzigingen in het ontwerp gemaakt door ervaringsdeskundigen zonder ingenieurstitel. Nu is nog steeds geen gespecialiseerde ingenieursopleiding nodig om een boorput te mogen ontwerpen.
Ook de kennis en ervaring op locatie blijven dus van levensbelang. Wat dat betreft is het geruststellend dat Shell een nieuwe opleiding heeft ontwikkeld, de advanced well control course, die iedere medewerker op het gebied van boorputten elke twee jaar moet volgen. Hierbij hoort ook een compleet nieuwe simulator, die de operators met allerlei mogelijke calamiteiten confronteert.
Toch gaat de ervaring binnen het ingenieurscorps achteruit. Shell heeft steeds meer moeite goed gekwalificeerd personeel te vinden. Dat is – zeker omdat oliemaatschappijen steeds moeilijker winbare oliereserves moeten aanspreken en daarmee veiligheid steeds belangrijker wordt – een zorgelijke ontwikkeling.
Hoe we meer leerlingen de techniek in moeten krijgen is al decennia lang een duivels dilemma, maar er kan geen sprake van zijn om deze strijd op te geven. Want de human factor is nog lang niet uitgespeeld.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.