5 december 2009 Mark van Baal 36x gelezen

(beeld: JRC)
Met brede armgebaren en grote geestdrift vertelt Georgios Tsotridis, een Griekse wetenschapper, over de testopstelling voor stacks van brandstofcellen waar hij voor staat. Voor Tsotridis staat een blauwe kast van de Arnhemse brandstofcellenproducent Nedstack in een grote glazen kast. De stack is aangesloten op dikke zwarte slangen, elektriciteitkabels en tientallen dunne elektriciteitsdraden. Een ruimte verder, waarin de temperatuur kan worden gevarieerd van min veertig tot plus zestig, staat een bewegende testtafel. ‘Er gebeuren hier verbazingwekkende dingen’, zegt Tsotridis. Er is wel eens een brandstofstack in stukken gebroken op de vibrerende tafel.
Tsotridis en zijn team ontwerpen methodes om brandstofstacks te testen, bijvoorbeeld welke schokken, temperaturen, acceleraties en vervuiling in het waterstofgas ze moeten kunnen weerstaan als de stacks in auto’s worden ingebouwd.
Naast de IE-vestiging in Petten, met laboratoria voor biobrandstoffen, zonnepanelen, CO2-afvang, transport en opslag (CCS) en nucleaire energie, zijn er nog veertig wetenschappers werkzaam in het Noord-Italiaanse Ispra. IE is één van de zeven instituten van het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie, waar tweeduizend mensen werken.
Het IE krijgt het druk de komende tien jaar. Zoals bekend hebben de Europese landen afgesproken dat in 2020 gemiddeld twintig procent van de gebruikte energie duurzaam moet zijn opgewekt. Bovendien moet de CO2-uitstoot twintig procent lager zijn dan in 1990. Nederland zit nu op drie procent en heeft ook getekend voor twintig procent. Vrijblijvend is deze afspraak niet, het is een zogenoemde mandatory directive, een verplichtende Europese richtlijn. Europese landen die de afgesproken percentages niet halen, kunnen door de Europese Commissie voor het Europese Hof in Luxemburg worden gedaagd, zegt Giovanni de Santi, directeur van IE.
Stathis Peteves leidt het zogenoemde Setis-project (Strategic Energy Technology plan Information System), een informatiesysteem om de vorderingen op weg naar de 2020-doelen te publiceren en om te adviseren. ‘Een glazen huis om informatie te verspreiden’, noemt Peteves Setis. Per energiebron geeft het aan wat er op R&D-gebied moet gebeuren en wat dit gaat kosten.
Aan windenergie-R&D bijvoorbeeld dient, volgens Setis, in de komende tien jaar zes miljard euro gespendeerd te worden. Aan zonnepanelen maar liefst 16 miljard. Verder moet er veel geld naar R&D in elektriciteitsnetten, biobrandstoffen, CO2-afvang en opslag en energie-efficiënte gebouwen. In totaal 57 miljard in tien jaar. Ter vergelijking: de overheidsinvesteringen in R&D in duurzame technologieën en CO2-afvang en -opslag was in 2007 slechts een half miljard euro.
De investeringen in R&D moeten dus fors omhoog, zegt Peteves. Om de 2020-doelen te halen, zullen de R&D uitgaven in duurzame energie en CCS de komende tien jaar moeten vertienvoudigen.

Georgios Tsotridis bij een testopstelling voor stacks van brandstofcellen in het Pettense laboratorium van het Institute for Energy (beeld: JRC)
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2010 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.