18 februari 2012 André Kuipers
De Nederlandse astronaut André Kuipers verblijft sinds 23 december in het International Space Station (ISS). Ruimtevaartdeskundige Piet Smolders heeft regelmatig contact met hem via e-mail en soms zelfs de telefoon. Hij doet voor Technisch Weekblad elke week verslag van zijn belevenissen in de ruimte.
Ik ga dus – zoals het er nu uitziet – anderhalve maand later landen dan de aanvankelijk geplande datum: 16 mei. Dat wordt dus begin juli. Nu ben ik eind 2011 ruim drie weken later vertrokken dan gepland dus uiteindelijk zit ik maar drie weken langer in het ISS. Hoe kijk ik daar tegenaan? Wel, de tijd vliegt om hier. Vanaf het begin ben ik nerveus dat ik niet alles kan doen wat ik graag wil doen tijdens mijn verblijf. Want veel vrije tijd is er niet. Met de verlenging is er letterlijk wat meer speelruimte.
Maar er zijn ook nadelen: ik mis de verjaardagen van mijn jongste kinderen en mijn moeder, en het slagen van mijn oudste dochter voor de middelbare school. En het is straks erg heet in Houston, waar ik na de vlucht vier weken moet revalideren. Maar al met al is dat niets vergeleken met een extra verblijf in de magische wereld van heerlijk zweven en een hemels uitzicht.
Hoe gaan we die extra tijd nuttig besteden qua werk? Het ISS moet onderhouden en zo nu en dan gerepareerd worden. En we zullen nieuwe experimentele taken krijgen bovenop de geplande. Dus dat draait gewoon door. En als de procedures goed zijn, kunnen we ook taken uitvoeren waarvoor we niet vooraf hebben getraind.
Als ik even vrij heb kijk ik graag naar buiten. Er staan momenteel drie heldere planeten aan de hemel en die zie ik per dag zestien keer opkomen en ondergaan: Venus, Mars en Jupiter. Daarnaast zie ik veel sterrenbeelden, zoals de Schorpioen met de hoofdster Antares (tevens de roepnaam van ons Sojoez-ruimteschip), Orion, de Dolfijn en het Zuiderkruis. Ook de maan, duizend keer verder weg van de aarde dan wij in het ISS, blijft de moeite waard.
Kijkend naar de aarde heb ik Nederland eerst vooral onder de wolken gezien. Tijdens de vorstperiode kwam ik er ‘s nachts overheen en was het helder. Wat opvalt is het Westland met zijn extreem verlichte kassen. Al dat omhoog stralende licht veroorzaakt veel lichtvervuiling. Mensen daar kunnen geen sterrenhemel meer zien en hun natuurlijke rithme wordt verstoord. Het is bij verre de felste lichtplek in Europa. Zeeland daarentegen is een donkere provincie, waar je ongetwijfeld veel beter het heelal kunt zien!
Men vraagt mij wel eens wat nou voor mij als ISS-bewoner de mooiste plek op aarde is. Dat zijn voor mij de Bahama’s, met hun prachtige turquoise wateren. Maar heel apart is ook Australië, met vreemde vormen in de woestijn.
Bij nacht zien we soms een lichtstreepje onder ons flitsen: een meteoor. Bij verhoogde zonneactiviteit hebben we ook de prachtige groene slierten van het poollicht gezien.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.