Slim leren kan op talloze manieren

15 november 2009 Christian Jongeneel 6x gelezen

Onder het thema ‘Samen slim leren’ kregen de bezoekers van Dé Onderwijsdagen deze week in Utrecht een enorm aanbod aan innovatieve onderwijsmethoden te verwerken.

Panique à bord is een computergame die zich afspeelt op de Titanic. De bedoeling is een moordmysterie op te lossen – in het Frans. De game is dan ook bedoeld als leermiddel om talenkennis te toetsen op havo-4 niveau. Gamers moeten niet alleen communiceren met virtuele karakters, maar ook rapporten schrijven en inspreken. Deze en andere taalgames zijn het geesteskind van drs. Ton Koenraad van de Hogeschool Utrecht.

 

Uit de evaluatie van ViTAAL, een ander project op dit vlak, blijkt dat leerlingen het als een interessante afwisseling op gewone lessen ervaren, stelt Koenraad. ‘Ze besteden er meer tijd dan normaal aan en de helft heeft het gevoel meer geleerd te hebben. Ook betrokken leraren zien een verhoogde motivatie, meer tijdsbesteding en minder spreekschroom bij de leerlingen.’

 

Koenraad was een van de sprekers tijdens Dé Onderwijsdagen op 10 en 11 november in Utrecht, een door Surf en Kennisnet georganiseerde conferentie over het gebruik van ICT in het onderwijs, van de basisschool tot en met de universiteit. Door zo’n breed palet van scholen aan te spreken, hopen de organisatoren dat de mogelijkheden van samenwerking ook tussen verschillende schooltypes verkend zullen worden. Een van de buitenlandse gastsprekers was prof.dr. Richard Baraniuk van Rice University in Houston. Baraniuk is de initiatiefnemer Connexions, een internetplatform waar een miljoen mensen wereldwijd digitaal lesmateriaal uitwisselen.

 

‘De open educatiebeweging belooft veranderingen in de manier waarop de wereld kennis ontwikkelt, verspreid en gebruikt, met als gevolg over de hele breedte een revolutionaire vooruitgang in het onderwijsniveau op’, stelde Baraniuk in een onlangs gepubliceerd artikel. Hij betreurt het dat mensen die hun materiaal beschikbaar stellen daar toch vaak nog een vorm van restrictie op plaatsen. Het beste onderwijsmateriaal ontstaat wanneer mensen elkaars ideeën verbeteren en verfijnen.

 

Lees verder onder de afbeelding

Een screendump van een virtueel Frans dorpspleintje waar leerlingen elkaar ontmoeten. Het is een voorbeeld van het programma ViTaal van Ton Koenraad (beeld: ViTaal)

 

De ontwikkeling van vrij beschikbaar onderwijsmateriaal is ook een van de vier belangrijke trends die drs. Wilfred Rubens signaleert, beleidsadviseur bij Gilde Opleidingen en lid van de programmacommissie van Dé Onderwijsdagen. ‘Je ziet daarnaast in verschillende sessies ook terug dat het onderwijs dankzij technologische ontwikkelingen eenvoudiger de beschikking krijgt over zaken als weblectures, digitale schoolborden, online video en elektronische boeken.’

 

‘De derde trend is dat de leeromgeving wordt uitgebreid dankzij mobiele en draadloze technologie’, vervolgt Rubens. ‘Ten vierde is er een steviger band tussen ICT en didaktiek. Het gebruik van ICT in het onderwijs was in het verleden vaak toolgedreven. Nu zie je dat steeds explicieter wordt gekeken naar de manier waarop je technologie op een didactisch doordachte manier kunt inzetten. Verder wordt ook meer gekeken naar de werking van de hersenen, in relatie tot ICT en didactiek.’

 

Een groot Nederlands project waarin deze trends samenkomen is Wikiwijs, een initatief van het ministerie van OCW, dat sinds deze week in de testfase zit en begin volgend jaar live gaat, zodat docenten vanaf het schooljaar 2010-2011 er een bron van lesmateriaal bij hebben. In zekere zin is het een Nederlandstalige versie van Connexions, een verzamelplaats voor lesmateriaal. Ook de totstandkoming van Wikiwijs gebeurt zo open mogelijk, via een weblog waar mensen ideeën kunnen spuien. Overigens is in Vlaanderen een dergelijke website, KlasCement genaamd, reeds actief.

 

Het Bredase bedrijf Citowoz, ook prominent aanwezig in een van de sessies, lanceert deze maand VC Butterfly, de eerste sociale leeromgeving die in Europa gemaakt is. Waar andere elektronische leermiddelen, net als boeken, leerlingen onpersoonlijk benaderen, zet VC Butterfly in feite een hele klas in een virtuele wereld. In deze omgeving kunnen leraren hun leerlingen online begeleiden, maar de leerlingen kunnen ook van elkaar zien waar ze mee bezig zijn, net als in het echt. De mogelijkheid om instellingen te personaliseren geeft leerlingen het gevoel dat de omgeving waarin ze werken echt ‘van hen’ is. Voor VC Butterfly moet gewoon betaald worden – het is niet alles open source wat er blinkt.

Link naar Youtube filmpje ViTaal: http://www.youtube.com/watch?v=siZ8CVC8yak

Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2010 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.