24 augustus 2010 Rijkert Knoppers 126x gelezen
Er komen strenge veiligheidsmaatregelen aan te pas voordat een bezoeker het 1,6 km2 grote terrein van het Joint Research Centre (JRC) van de EU in het Italiaanse Ispra kan betreden. Ongetwijfeld een erfstuk uit het verleden, toen hier nog drie kerncentrales draaiden. Inmiddels zijn deze buiten werking. Het lopende onderzoek richt zich onder meer op voedselveiligheid, milieu en zonnecellen.

Het Laboratory for Structural Assessment van JRC (Copyright: JRC)
Eenmaal binnen laat een filmpje een ongeveer 15 meter hoog gebouw van drie verdiepingen zien. Plotseling beweegt het dak naar voren, dan weer naar opzij, en weer even later lijkt het alsof de constructie rondjes aan het draaien is. Het gaat om een proefinstallatie die het dynamisch gedrag van gebouwen onder invloed van aardbevingen kan nagaan. ‘Op het dak hebben we 9 grote vaten met water gezet om te simuleren dat er binnenin meubels staan’, vertelt Fabio Taucer. ‘In werkelijkheid gebeuren de vervormingen natuurlijk niet zo snel als de film suggereert. Gedurende drie uur maken we elke minuut een opname.’
Het getoonde gebouw bevindt zich in een enorme loods van het European Laboratory for Structural Assessment (ELSA), waaraan Taucer verbonden is. Dat het betrokken gebouw zo kan bewegen, komt doordat het met een aantal ankers verbonden is aan door een computer aangestuurde aandrijvers. Deze hydraulische zuigers zijn op hun beurt verbonden aan een reactiemuur, met een hoogte van 16 meter, een breedte van 20 meter en een dikte van 4 (!) meter. Deze reactiemuur, de grootste van Europa, kan met behulp van de aandrijvers krachten tot 500 kN uitoefenen op full-scale testgebouwen. De hydraulische aandrijvers werken onder een druk van 210 bar en kunnen maximaal een halve meter in- en uitschuiven.
Het ELSA is één van de instituten van het JRC, de grootste onderzoeksinstelling van de EU, in Ispra aan het Italiaanse Lago Maggiore. Zo’n 1800 wetenschappers doen hier onderzoek naar uiteenlopende zaken zoals nucleaire veiligheid, emissies van het autoverkeer, nanomaterialen en biobrandstoffen. Dit laatste is een actueel maar omstreden onderwerp, vooral vanwege de mogelijke concurrentie met de voedselproductie. Maar ook het effect van biobrandstoffen op het milieu is nog onduidelijk. ‘We hebben een methodologie ontwikkeld om na te gaan hoe de hoeveelheid koolstof in de bodem verandert bij verbouwing van biobrandstoffen’, vertelt Luisa Marelli van het Institute for Energy (IE). ‘Het is een complexe procedure, waarbij je rekening moet houden met een aantal parameters zoals de verschillende soorten kunstmest en bestrijdingsmiddelen die mogelijk in gebruik gaan.’
Dan heeft Nigel Taylor, eveneens van IE, het waarschijnlijk gemakkelijker met zijn onomstreden onderzoek naar fotovoltaïsche zonnepanelen (pv). ‘Op de lange termijn kan pv de meest overvloedige duurzame energiebron zijn’, vertelt Taylor. ‘Sinds 1977 hebben we hier een Europese testinstallatie, waarmee we onder meer zonnepanelen ijken voor fabrikanten en onderzoekers.’ Het onderzoek gebeurt voor een deel buiten, waar verschillende opstellingen van zonnepanelen te zien zijn. Dat er bij het JRC niet alleen onderzoek plaatsvindt naar zonne-energie maar dat er ook ervaring is op gedaan met de praktische toepassing daarvan blijkt uit de voorkant van het eerder genoemde ELSA gebouw. Op de gevel bevindt zich 544 m2 aan amorf silicium zonnepanelen, in de tijd van de installatie in 1994 was dit wereldwijd de grootste installatie met dit soort zonnecellen. Het piekvermogen ligt op 21 kWp. Via vier 5 kW inverters levert de installatie elektriciteit aan het net. De opbrengsten zijn te volgen via http://re.jrc.ec.europa.eu/dataview/datautility.php?facadesite.
Technisch Weekblad is een uitgave van Beta Publishers.
© 2012 www.technischweekblad.nl - alle rechten voorbehouden.