Achtergrond

De levensverlenging van het PBT Premium

Alinda Wolthuis |
Arbeidsmarkt & Onderwijs, Beleid & Bedrijfsvoering

In 2004 wordt het Platform Bèta Techniek opgericht om meer bètatechnici op de arbeidsmarkt te krijgen. Het PBT zou zichzelf in 2010 weer moeten opheffen, na het behalen van dit doel.

Maar het platform bestaat nog steeds. TW sprak directrice Beatrice Boots over het succes, de relevantie en de toekomst  van het platform.

Bij de oprichting van het Platform Bèta Techniek (PBT), zo’n dertien jaar geleden, had het als doelstelling meer bètatechnici op te leiden om jongeren een beter carrièreperspectief te geven en Nederland een economische impuls. Intussen lijkt het beleid zijn vruchten af te werpen, in ieder geval wat betreft het wetenschappelijk onderwijs: eind januari meldde de VSNU, de Nederlandse vereniging van universiteiten, dat het aantal eerstejaars bachelorstudenten was toegenomen en dat met name het aantal studenten dat koos voor een bètatechnische opleiding de afgelopen vijf jaar sterk is gegroeid. Sterker nog, deze toename lijkt zo groot dat de technische universiteiten de toestroom aan nieuwe studenten niet meer aankunnen en spreken over numeri fixi. Conclusie: de missie van het PBT is geslaagd, toch? Ja en nee.

‘Imago liet te wensen over’

In 2000 spraken regeringsleiders en staatshoofden in Lissabon af alles uit de kast te halen om de EU per 2010 de meest concurrerende en dynamische kenniseconomie van de wereld te maken. De lidstaten moesten vol inzetten op bètatechniek.

In Nederland leidde dit tot de oprichting van het PBT. Directeur Beatrice Boots: ‘Ons land stond destijds onderaan wat betreft het percentage bètatechnische studenten, ondanks campagnes als ‘Kies Exact'. Bovendien gingen mensen na hun bètastudie vaak ook nog eens buiten de techniek aan de slag.’ Wat was er aan de hand? Het bedrijfsleven, het onderwijs en de Rijksoverheid brachten in kaart wat er fout en goed ging. Boots: ‘Het imago van de bètatechnische beroepen liet te wensen over. Ze stonden bekend als fysiek zwaar (in het mbo, red.) of bijzonder moeilijk. Ook werden de bètavakken op school niet aantrekkelijk gevonden; zo waren er geen bedrijfsexcursies en er werd geen link met de maatschappij gelegd.’

Om in 2010 maar liefst 15 % meer hoger opgeleide bètatechnici te hebben, werd een vernieuwingsslag ingezet op de havo, het vwo en ook in het wo. De techniek moest ‘de klas in’ en de klas trok het bedrijfsleven in. Zo konden scholieren via het Jet-Net-programma (samen met TechNet nu verworden tot TecWijzer) bij bedrijven kennismaken met de praktijk. Middelbare scholen benadrukten dat je met het profiel Natuur en Techniek (NT) of Natuur en Gezondheid (NG) een mooie carrière kon maken. Meisjes waren een specifieke doelgroep, want er waren destijds niet minder dan 252 scholen waar niet één meisje een NT-profiel had. ‘Ouders zagen het voor hun dochters niet zitten om de techniek in te gaan’, stelt Boots vast. ‘Daar hebben we met veel partijen aan gewerkt.’

‘We willen dat in 2020 alle basisscholen techniekonderwijs aanbieden. We hadden daar eerder aan de bel moeten trekken’

Anno 2010, het ijkjaar voor ‘Lissabon’, was er veel verbeterd. De doelstellingen voor de havo, het vwo en het hbo waren meer dan bereikt. Op het vwo koos inmiddels meer dan de helft van de leerlingen een NG- of NT-profiel. Dat geldt niet alleen voor jongens, maar ook voor meisjes. Maar op de universiteiten was de instroom nog mager en ook in het vmbo en mbo gebeurde nog veel te weinig; op de basisschool zelfs helemaal nog niets.

Bovendien zegt instroom nog niet alles over uitstroom en zeker niet alles over een echte baan in de techniek. Kwam puntje bij paaltje, dan schreven veel scholieren met een NG- of NT-profiel zich niet in voor een technische studie en gingen bètatechnisch afgestudeerden nauwelijks aan de slag in de techniek. ‘Er was er nog een groot gat tussen de opleidingen en de banen die per regio beschikbaar waren’, zegt Boots. ‘In Eindhoven zocht de hightech maakindustrie mensen en in Friesland waren er banen in de watertechniek; de opleidingen waren daar niet op afgestemd.’

Tekorten terugdringen

Het PBT kreeg werd een langer leven toebedeeld om ook de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het platform trekt daarbij sinds 2013 samen op met het Nationaal Techniekpact. Boots: ‘Het Techniekpact bouwt voort op programma’s die door onder andere het PBT zijn ingezet. Het pact wil de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de techniek structureel verbeteren en het tekort aan technisch personeel terugdringen. Als PBT stimuleren wij de regionale uitvoering van het Techniekpact en voeren we in opdracht van de ministeries het landelijke beleid voor verbetering van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt uit.’

Het vmbo en het mbo krijgen extra aandacht. ‘We bouwen aan nieuwe profielen en houden in de gaten dat er in de verschillende regio’s voldoende mogelijkheden blijven om een technische opleiding te volgen’, zegt Boots. De centra voor innovatief vakmanschap geven een flinke impuls aan het technisch onderwijs op mbo-niveau, stelt de directeur van het PBT. ‘Het onderwijs en het bedrijfsleven hebben elkaar daar gevonden. Ze werken veel beter samen dan vroeger en het onderwijs heeft ook geleerd flexibel te zijn. Het PBT brengt partijen bij elkaar en stimuleert de samenwerking. Wij helpen met het opzetten van publiek-private samenwerkingen en bieden kennis en expertise op thema’s zoals bedrijfsmodellering, fiscale vraagstukken en bestuur.’

Geen gedragseffect

Daarnaast werkt het PBT aan de integratie van wetenschap en techniek in het basisonderwijs. Al in 2001 startte het Programma Verbreding Techniek Basisonderwijs (VTB), grotendeels gefinancierd door het PBT. Het programma moest de inpassing van lesmateriaal over techniek en wetenschap in het basisonderwijs stimuleren. In 2008 kwam daar het VTB-pro programma bij, gericht op leerkrachten en pabo-studenten. Deze programma’s waren niet onomstreden. Zo concludeerde (inmiddels voormalig) VVD Tweede Kamerlid Anne-Wil Lucas in 2014 tijdens het Algemeen Overleg Voortgangsrapportage Techniekpact: ‘Evaluaties van het VTB en VTB-pro programma logen er niet om: het platform is er niet in geslaagd een gedragseffect te sorteren rondom W&T (wetenschap & techniek, red.) in het onderwijs.’ Ook Beatrice Boots zelf ziet nog steeds ruimte voor verbetering. ’40 % van alle basisscholen moet nog gestimuleerd worden om techniek in het onderwijs te verwerken; we willen dat in 2020 alle basisscholen techniekonderwijs aanbieden. We hadden daar eerder aan de bel moeten trekken.’

En er dient zich een nieuwe uitdaging aan: de TU Delft, Wageningen UR en de Universiteit Twente kondigden dit academisch jaar aan de instroom van studenten bij sommige opleidingen per 2017/2018 te willen remmen, omdat ze te weinig collegezalen, hoogleraren en budget beschikbaar hebben om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen: ze introduceren een numerus fixus. De TU/e overweegt dit te doen. ‘Een zorgwekkend signaal’, vindt Boots. ‘Het gaat nu nog maar om een beperkt aantal studenten, die niet hun eerste studiekeus kunnen volgen. Maar het beeld dat ontstaat is vervelend. Zeker ook omdat de behoefte aan technici de komende jaren door de technologische ontwikkelingen flink zal groeien.’ Jammer van de investering in de promotie van technische studies, deprimerend voor de aspirant-student die hard gewerkt heeft aan zijn profiel en slecht nieuws voor de economie. Boots: ‘We moeten samen met het bedrijfsleven een oplossing vinden. Als je als samenleving een andere balans wilt tussen bèta- en niet-bèta-studenten, dan moet je dat in alle opzichten kunnen waarmaken. Als PBT denken we mee over wat er nodig en haalbaar is.’

Valt het doek per 2020?

Volgens Boots reikt de horizon van het Platform Bèta Techniek nu tot 2020. Daarmee heeft het platform zijn beoogde levensduur verdubbeld. Valt het doek over drie jaar dan definitief? Boots: ‘Dat zou kunnen, als we dan niet meer nodig zijn. Het was altijd de bedoeling om onszelf overbodig te maken. Tegelijkertijd brengen nieuwe tijden nieuwe vragen; als de kennis en expertise die wij hebben opgebouwd daarbij van pas komt, is het logisch daarop voort te bouwen. Ook voor ons geldt: je moet je blijven vernieuwen om van toegevoegde waarde te blijven.’

Platform Bèta Techniek

  • 2000: EU-lidstaten spreken in Lissabon af meer bètatechnici op te leiden
  • 2004: Oprichting Platform Bèta Techniek
  • 2010: Oorspronkelijk beoogde einde van het platform
  • 2013: Het PBT trekt samen op met het Techniekpact
  • 2016: De TUD, UT en TU/e kondigen aan vanaf volgend collegejaar een numerus fixus in te stellen voor bepaalde opleidingen
  • 2020: Huidige beoogde einde van het Platform Bèta Techniek
Deel deze pagina
Abonnement

Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven