Achtergrond

Ingenieursbureaus terug op niveau

Indra Waardenburg |
Arbeidsmarkt & Onderwijs, Ingenieursbureaus

In de Top 50 Ingenieursbureaus, die TW ieder jaar samenstelt aan de hand van de cijfers uit het voorgaande jaar, zien we de gemiddelde omzet licht stijgen in 2016. De gemiddelde winstmarge blijft echter gelijk met het jaar daarvoor.

Voor het derde jaar op rij is Arcadis het grootste ingenieursbureau van Nederland. In 2015 nam het bedrijf vier bureaus over, hetgeen bijdroeg aan een omzetstijging van 30 %. In 2016 noteert Arcadis een omzetdaling van 3 % wereldwijd, maar verliest hiermee niet zijn eerste plek in de Top 50. Ook bij Fugro en Royal HaskoningDHV, respectievelijk nummer 2 en 3 in de lijst, daalde de omzet. Fugro heeft in vergelijking met de andere bureaus uit de Top 50 zelfs te maken met de grootste omzetdaling (25 %). Die is te wijten aan de krimpende olie- en gasmarkt, sectoren waarin Fugro traditiegetrouw sterk vertegenwoordigd is. TW-correspondent Teake Zuidema sprak vorig jaar al over de ‘kommer en kwel’ in de olie- en gassector en de invloed hiervan op ingenieursbureaus die direct of indirect afhankelijk zijn van deze markt (zie TW 38, 2016). Bodemonderzoeker Fugro haalt volgens het Amerikaanse bouwvakblad ENR zo’n 77 % van zijn omzet buiten Nederland op deze deelmarkt.

Lees verder onder de poster.

Klik op de poster voor een vergrote versie.

Bij ongeveer driekwart van de ingenieursbureaus ging de totale omzet omhoog. De meest opvallende stijgers van dit jaar zijn BAM Infraconsult en Geonius Groep met respectievelijk 26 % en 29 %. BAM Infraconsult, dat zich richt op het ontwerpen van stedelijke infrastructuur, grootschalige lijninfrastructuur, havens en kustwaterbouw, steeg twee plekken op de lijst. Geonius Groep, die werkzaam is op het gebied van grond-, weg- en (water)bouw, klom zes plekken omhoog. C-Job Naval Architects en QING Groep zagen hun omzet (meer dan) verdubbelen. Met een omzetstijging van 50 % respectievelijk 56 % kwamen zij dit jaar bij de laatste tien ingenieursbureaus in de Top 50.

Omzetstijging en winstmarge stagneert

Gemiddeld gezien is de wereldwijde omzet in 2016 met 7 % toegenomen vergeleken met het jaar ervoor. In 2015 was dit 6 %. Dit jaar publiceren we voor het eerst ook de omzetcijfers in Nederland en deze omzet nam in 2016 met 8 % toe. De gemiddelde winstmarge blijft echter steken op 6 %. Opvallend genoeg zien we de omzet vaker dalen bij de grotere ingenieursbureaus; de kleinere bureaus lijken sneller te herstellen van de crisis en krimp binnen de branche, mogelijk doordat ze makkelijker en sneller kunnen schakelen. De 25 kleinste bureaus uit de Top 50 zagen hun omzet dan ook gemiddeld met 11 % toenemen.

De bedrijfsresultaten van de vijftig grootste bureaus van Nederland zijn in de meeste gevallen positief. Slechts drie bureaus noteren een negatief bedrijfsresultaat, waaronder Fugro.

Antea Group meldt dat hun bedrijfsresultaat slechts een derde is in vergelijking met het bedrijfsresultaat van 2015 door het staken van activiteiten in Colombia ten bedrage van € 7,4 miljoen. Het recurring bedrijfsresultaat was € 10,9 miljoen.

Met 29 % heeft DPA Cauberg-Huygen de hoogste winstmarge in de Top 50. Het ingenieursbureau dat in 2013 werd overgenomen door detacheringsbedrijf DPA Group is bij verschillende projecten betrokken als bouw­fysisch adviseur. Een van deze projecten is de Pontsteiger, een 90 m hoog woongebouw in de Amsterdamse houthaven, waarbij Dura Vermeer en M.J. de Nijs onlangs zijn gestart met de bouw van de stalen overkluizing tussen de woontorens (zie TW 25). Verder is het ingenieursbureau betrokken bij de ontwikkeling van een multifunctioneel gebied op het Oosterdokseiland in Amsterdam met een oppervlakte van 72.500 m2, waarbij het adviseert over akoestiek, brandbeveiliging en algemene bouwfysica. Het gebied, waar ook al het conservatorium en de Openbare Bibliotheek zijn gehuisvest, wordt eind 2020 opgeleverd.

Ondanks de positieve economische omslag is het herstel niet meer zo stevig als het jaar daarvoor. Ir. Jacolien Eijer, directeur van branchevereniging NLingenieurs, reageert op de cijfers: ‘2016 was een goed jaar voor de ingenieursbureaus. Bedrijven zitten stevig in het werk en de werkvoorraden zijn goed. Het herstel is dan misschien geconsolideerd, maar dat is ook logisch gezien het feit dat de branche weer op het niveau zit van vóór de crisis. De verwachtingen waren hoger, maar uit onze conjunctuurmeting blijkt dat dit sentiment inmiddels getemperd is. Voor komend jaar is de verwachte omzetstijging dan ook niet hoger dan 10 %. Wat wel opvalt is dat de tarieven momenteel niet meestijgen, ondanks dat er een tekort is aan werknemers.’

Buitenlandse bureaus en detachering

Dit jaar hebben we ervoor gekozen om definitief alleen ingenieursbureaus met het hoofdkantoor in Nederland mee te nemen in de Top 50. Hierdoor vallen Sweco (Zweden), Mott MacDonald en Technip Benelux (beide Brits), die wel alle drie significante activiteiten ontplooien in Nederland, er dit jaar buiten. Ondanks een omzetstijging van 2 % en een winstmarge van 8 % zou Sweco nog steeds onder de gebruikelijke aanvoerders van de lijst, Arcadis en Fugro, staan. Mott MacDonald zag zijn wereldwijde omzet nauwelijks stijgen, maar in Nederland is de omzet vorig jaar wel toegenomen met 12 %. Technip Benelux zag zowel wereldwijd als in Nederland zijn omzet flink toenemen (34 % en 25 %).

Naast de buitenlandse ingenieursbureaus zijn er ook bureaus buiten de Top 50 gehouden die meer dan 50 % van hun omzet uit detachering halen. Het plaatsen van technische experts bij andere bedrijven ziet TW niet als de kerntaak van een ingenieursbureau, overigens zonder hier een waardeoordeel aan te hechten. Tegelijkertijd erkennen we dat deze definitie arbitrair is, en krijgen we signalen dat de branche zodanig verandert dat het klassieke onderscheid tussen het invullen van een vacature en het oplossen van een probleem, verdwijnt. Steeds meer bureaus geven aan beide activiteiten te ontplooien.

Het uitsluiten van deze ingenieursbureaus of technisch detacheerders zorgt ervoor dat sommige bureaus tot wel vier plekken stijgen in de lijst ten opzichte van vorig jaar. Zo komen Tauw Group en BAM Infraconsult dit jaar in de top 10 terecht. Deze correctie is vanzelfsprekend eenmalig.

Verder is dit jaar voor het verzamelen van de bedrijfsgegevens de vraagstelling iets aangepast: voorgaande jaren vroegen we naar bedrijfsopbrengsten, waar we dit jaar vragen naar bedrijfsomzet. In veel gevallen week de omzet nauwelijks af van de bedrijfsopbrengsten. De omzet van 2016 is dan ook vergeleken met de bedrijfsopbrengsten van 2015.

N.B. Ten tijde van het naar de drukker gaan van de Top 50 poster bleek het aantal werknemers van Tebodin niet correct. Dit moet zijn: 3.181 werknemers in 2016 in fte. De cijfers met betrekking tot het aantal werknemers en bedrijfsresultaat in 2015 betroffen alleen Nederland. Zodoende ontstaat er een wezenlijk verschil met de cijfers van 2016.

Deel deze pagina
Abonnement

Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Naar boven