Achtergrond

Ingenieursbureaus Top 50, jaargang 2007

In 1917 zag de branche-organisatie voor raadgevende ingenieurs Onri het licht. Negentig jaar geleden moesten de leden eigenaardirecteur zijn, een Delftse opleiding hebben genoten, en strikt onafhankelijk zijn. Die laatste eis is in het huidige tijdsgewricht weer helemaal actueel.

Achter de naam van veel van de vaderlandse ingenieursbureaus, waar vandaag de dag duizenden mensen werken in binnen- en buitenland, gaan individuele ingenieurs schuil. De heren J. van Hasselt en J. de Koning waren er het eerst bij in 1881. Royal Haskoning in Nijmegen geldt met zijn 126 jaar als oudste van de Nederlandse adviesbureaus. Ook achter de Amersfoortse multinational DHV gaan aloude ingenieurs schuil. De ingenieurs Dwars, Heederik en Verhey (en aanvankelijk ook ir. Groothoff) besloten in 1917 tot samenwerking en gingen – op één kamer in Den Haag – samenwerken met een secretaresse en twee tekenaars. Ook in Deventer leven de namen van de beide oprichters van 1946 nog voort in ingenieursbureau Witteveen+Bos.

Het waren allemaal raadgevend ingenieurs, die onafhankelijk advies gaven over de aanleg van een brug en van een weg, versteviging van dijken, aanleg van riolering, waterleiding of de inrichting van een fabriek. ‘De uitvinding van de stoommachine aan het einde van de negentiende eeuw plaatst de ingenieur in het centrum van een maatschappelijke en industriële maalstroom’, aldus een boekje dat in 1992 werd uitgegeven ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de brancheorganisatie Onri.

Zelf de schop ter hand

De Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs – dit jaar, net als DHV, negentig jaar jong – werd in 1917 opgericht door elf van die individuele ingenieurs. Ir. Paul Oortwijn, sinds 2005 directeur van Onri, schetst de begintijd als een zeer Delfts georiënteerd elite-gezelschap. Zo was elkaar beconcurreren en adverteren not done. ‘Onri had in de beginjaren eerder de kenmerken van een ontmoetingsplaats en sociëteit, dan van een branche- of belangenvereniging’, zegt Oortwijn. Opmerkelijk is ook dat de ingenieursbureaus in de begintijd strikt onafhankelijk moesten zijn. ‘Het lidmaatschap was louter voorbehouden aan de eigenaren-directeuren van een ingenieursbureau. Andere personeelsleden, of bedrijven met een collectieve of vervreemde eigendomstructuur, werden niet als onafhankelijk beschouwd. Zelfs een fusie van twee onafhankelijke ingenieurs tot een maatschap was aanvankelijk uit den boze’, aldus Oortwijn. ‘Dat werd al gezien als niet onafhankelijk zijn.’ De Onri-bureaus werkten in die tijd al nauw samen met ingenieurs van Heidemij (nu Arcadis) en Grontmij. Deze vooral cultuurtechnisch ingestelde bureaus hielden zich bezig met de ontginning van woeste grond en heide. En waar eenmaal een stuk grond was ontgonnen, ontstond al snel de behoefte aan infrastructuur die de spreekwoordelijke plank over de sloot oversteeg.

‘De ingenieurs van Heidemij, Grontmij en ook Oranjewoud waren primair praktisch en uitvoerend ingesteld. Ze namen zelf de schop ter hand. Men zag ze kortom minder als een onafhankelijk raadgevend ingenieur, omdat ze zelf belangen hadden bij de rechtstreekse uitvoering van projecten’, zegt Oortwijn. Het duurt zelfs tot 1992 eer deze van oudsher cultuurtechnische ingenieursbureaus worden toegelaten.

Met de maatschappelijke veranderingen veranderden ook de ingenieursbureaus. De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog was vanzelfsprekend een gouden tijdperk. ‘Vanaf 1945 was er zoveel werk dat een golf van nieuwe ingenieursbureaus het licht zag’, zegt ir. Jan Coppes, voormalig directeur van Witteveen+Bos en voorzitter van Onri.

Privatisering

Volgens Coppes namen de bureaus in de jaren na de Tweede Wereldoorlog ook meer buitenlandse projecten aan waarbij hun medewerkers gedurende lange tijd werden uitgezonden. ‘Daar is in de jaren negentig een kentering in gekomen’, aldus Coppes. ‘De grote Nederlandse ingenieursbureaus zijn feitelijk multinationals geworden. Er zijn buitenlandse bureaus opgekocht of er is een strategisch samenwerkingsverband mee aangegaan, waardoor de projecten minder belerend vanuit het westen en meer vanuit de regio worden uitgevoerd.’

Ook de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater (WVO) van 1970 en de oliecrisis van 1973 bracht menig bureau op het pad van het advies inzake water- en energiebeheer. De aandacht voor het milieu in de jaren tachtig van de vorige eeuw stimuleerde alle bureaus tot het verkrijgen van expertise op gebied van bodemsanering.

Een heel belangrijke cesuur in de geschiedenis van de Nederlandse ingenieursbureaus was de privatisering van ingenieurstaken door de overheid en de daarmee gepaard gaande marktwerking. Onri-directeur Oortwijn: ‘Deze marktwerking is in Nederland buitengewoon goed verlopen. Het maakt dat wij internationaal actief zijn en ons met de beste bureaus ter wereld kunnen meten. Voor marktwerking zijn wij niet bang.’

Dat was vroeger wel anders. ‘Vroeger’, zegt Coppes, ‘hadden we als ingenieurs hetzelfde aanzien als de advocaat en notaris. Je was een vertrouwenspersoon van de opdrachtgever. De directeur gemeentewerken belde ons op en vroeg een stuk riolering te ontwerpen en daarna kon je je rekening sturen. Het was ouwe jongens krentenbrood en ons kent ons.’

Dat is vanaf de jaren tachtig langzaam veranderd. Europese aanbestedingsregels voor grote overheidsprojecten hebben ertoe geleid dat de adviesbranche in concurrentie moet aanbieden. ‘Dat leidde helaas te vaak tot concurrentie op louter de laagste prijs’, aldus Oortwijn. De concurrentie, vindt Onri, moet tegenwoordig niet meer alleen op de laagste prijs geschieden, maar op een optimale prijs-kwaliteit-verhouding. Hoe dit concreet het beste moet plaatsvinden, is nog punt van discussie tussen opdrachtgevers en marktpartijen.

Onafhankelijkheid van adviseurs

En er zijn meer aandachtspunten. Ter gelegenheid van het negentigjarig bestaan heeft Onri belangrijke opdrachtgevers, zoals gemeenten (VNG), de Rijksgebouwendienst en Rijkswaterstaat, gevraagd kritisch naar de rol van de raadgevend ingenieursbureaus te kijken. En wat blijkt? ‘Alle drie worstelen de opdrachtgevers met de moderne onafhankelijkheid van de adviseurs’, zegt Oortwijn. In het moderne spel in de markt opereren de raadgevende ingenieurs soms in een voorstudie, om dan verderop in het uitvoeringstraject deel te nemen in een consortium met aannemers en projectontwikkelaar, of – in geval van samenwerking met de overheid – een pps-constructie. ‘Ook de innovatieve design and construct-contracten maken dat we scherp moeten blijven op de moderne invulling van de onafhankelijkheid van de ingenieur’, zegt Oortwijn.

De situatie is complexer dan in 1992 toen Onri-voorzitter ir. J.F. de Haan (Haskoning) in de jubileumbundel van dat jaar schreef: ‘Wie met Onri-bureaus te maken krijgt, zit niet vast aan een gedwongen winkelnering. Een voorbeeld. De directie van een fabriek overweegt om voor bijvoorbeeld tien miljoen gulden een nieuw magazijn te bouwen en schakelt daartoe één van onze leden in. Het kan dan best zijn dat hem wordt geadviseerd de productie beter af te stemmen op bestelling en levering van de goederen, waardoor wellicht met een kleiner magazijn kan worden volstaan of helemaal geen nieuwbouw hoeft plaats te vinden’.

Onri, intussen met meer dan tweehonderd leden, werkt aan concrete protocollen over onafhankelijkheid die zowel opdrachtgevers als leden dienen te eerbiedigen. Volgens Jan Coppes en Paul Oortwijn moeten naast ISO-certificatie ook nieuwe begrippen als ‘integriteit’ en ‘transparantie’ de moderne invulling gaan vormen voor de onafhankelijkheid van de raadgevend ingenieurs. De onafhankelijkheid waar de oprichters van Onri in 1917 al het grote belang van inzagen.

De Ingenieursbureaus Top 50 van 2007.

Deel deze pagina
Abonnement

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW


Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Rijkswaterstaat Meet & Greet Projectmanagement

Op 30 september om 16 uur organiseert Rijkswaterstaat een meet & greet voor (toekomstige) projectmanagers die willen weten hoe het is om aan grote infrastructurele projecten te werken bij Rijkswaterstaat. Neem kennis van ons Integraal Projectmanagement Model (IPM) en  spreek informeel met projectmanagers onder genot van een hapje en drankje.  Kijk hier voor meer informatie

Vision & Robotics

Vision & Robotics is hét onafhankelijke vakblad voor machinebouwers, system integrators en eindgebruikers van productielijnen in de maak- en agro-/foodindustrie. 

Graag meer lezen over onderwerpen zoals robotica, sensoren, kunstmatige intellegentie en nog veel meer klik hier

Vision & Robotics heeft ook een nieuwsbrief! klik hier om je in te schrijven.

TW online gratis voor jongeren

TW Investeert in technisch onderwijs

Leerlingen tot 18 jaar lezen gratis TW. Meld je aan en ontvang 23 online edities per jaar geheel gratis!

Naar boven