Achtergrond

Nu toch echt de omslag


Special: Top 50 Ingenieursbureaus 2016

Na jaren van pessimisme in de opeenvolgende specials Ingenieursbureaus is het dieptepunt nu voorbij: donderwolken maken plaats voor zonniger vooruitzichten. Dat is de conclusie uit de Top 50 Ingenieursbureaus 2016 die TW samenstelde uit de cijfers van 2015. 

Welk ingenieursbureau had afgelopen jaar de grootste omzet, wie is gestegen en wie is gedaald in de jaarlijkse Top 50 van TW? Natuurlijk draait het daarom, maar daarnaast zijn ook de totalen en gemiddelden interessant, omdat die een goede indicatie geven voor hoe de gehele branche ervoor staat. En daar zit een stijgende lijn in.

Sinds 2009 stonden de koppen in de begeleidende artikelen in de TW-specials, waarin de conjunctuur van dat jaar werd samengevat, in mineur. ‘Alarmsignalen klinken’ las het net na het begin van de crisis in 2009, gevolgd door het pessimistische ‘Nog lang niet uit de tunnel’ (2010), ‘Nog in zwaar weer’ (2011) en ‘Zeer somber over vooruitzicht’ (2012). In 2013 kopte TW voorzichtig hoopvol over ‘Licht aan het eind van de tunnel’, om in 2014 vast te stellen dat ‘Het einde van de tunnel lijkt bereikt’. Vorig jaar tenslotte concludeerden we: ‘Het herstel is nog fragiel.’

Na de depressiejaren kan de branche als geheel nu opgelucht vaststellen dat het toch echt beter gaat. Gemiddeld is de omzet van de Top 50 in 2015 met 6 % toegenomen vergeleken met het jaar daarvoor. In 2014 was de gemiddelde omzetgroei nog 0 %, en in 2013 was er 1 % krimp. Iets beter was het gesteld met de gemiddelde winstmarge: die lag in 2013 op 4,5 %, in 2014 op 5,2 % en in 2015 op 6,0 %.

Lees onder de afbeelding verder.

Ir. Jacolien Eijer, directeur van NLingenieurs, reageert op de stijging: ‘Het sluit aan bij de gegevens die wij uit onze conjunctuurenquêtes halen. Voor 2016 voorzien onze leden een lichte toename van de omzet van 2,5 tot 5 % en een paar leden een nog sterkere stijging. De groei van de omzet zal dan in Nederland bereikt moeten worden, want de leden verwachten dat die in het buitenland gelijk blijft. Ook zien onze leden de orderportefeuille in Nederland licht tot sterk stijgen en verwachten zij een toename van de bezettingsgraad.’

Die 6 % steekt temeer gunstig af omdat in de Nederlandse bouwsector – waar de ingenieursbureaus nauw mee verweven zijn – de marges nog steeds miniem zijn. In weekblad Cobouw van 8 juni jongstleden analyseerde Joost Zwaga de verzamelde cijfers uit de jaarverslagen van de bouwbedrijven en berekende dat de gemiddelde marge in 2015 op 0,49 % lag. Hij liet de zeer goed draaiende baggerbedrijven Boskalis en Van Oord buiten beschouwing. Het is meer dan de -1 % van 2014, maar natuurlijk nog steeds veel te laag voor een gezonde bedrijfsvoering.

Crisis en krimp

Als de markt jarenlang structureel tegenzit, is het niet verwonderlijk dat sommige bouwbestuurders concluderen dat die markt verzadigd is, dat er te veel aanbieders zijn en dat het tijd is dat een paar grote aannemers in een harde consolidatieslag over de kop gaan. Dat zou vraag en aanbod weer in evenwicht brengen en het prijsvechten om aanbestedingen te winnen, terugdringen.

Crisis en krimp deden in de afgelopen jaren enkele kleine ingenieursbureaus de das om, het ledenaantal van NLingenieurs daalde en sommige bureaus fuseerden. Een paar grote bureaus reageerden op de crisis in het thuisland door (meer) buitenlandse markten op te zoeken. Arcadis is daarin koploper. Het bedrijf nam in 2015 maar liefst vier bureaus over: inProjects (Azië), Franz (Canada), Callison (VS, China) en Hyder (Midden-Oosten, VK, Duitsland, Azië, Australië).

Deerns, het bureau dat zich toelegt op installatietechniek, energie en bouwfysica, trok minder de aandacht, maar breidde afgelopen jaar uit naar onder meer Brazilië en Turkije. In 2014 boekte Deerns Groep in Rijswijk een omzetgroei van 13 % en in 2015 zo’n 7 %.

Dat expansie in andere landen ook risicovol is, toonde de gang van zaken rond Grontmij aan. De overname van het Franse Ginger in 2010 bleek verliesgevend (‘een heel harde miskoop’, oordeelde toenmalig topman Michiel Jaski in de Volkskrant van 1 juni 2015). De overname door Sweco, afgelopen jaar, was de reddingsboei, maar betekende wel het einde van een honderdjarig Nederlands ingenieursbureau.

In 2015 was Grontmij tot 1 oktober nog zelfstandig. In de cijfers die Sweco aanleverde voor de Top 50 was het niet mogelijk de getallen te splitsen in de Nederlandse en Zweedse tak. Nu staat er een Zweedse ingenieursorganisatie – hoofdkantoor Stockholm – in de Nederlandse Top 50. Een reden om Sweco toch mee te nemen in de rangorde is dat steeds meer bureaus, zeker de grotere, internationaal opereren en daar een groot deel van hun omzet vandaan halen. En de omzet van het voormalige Grontmij plus die van de Scandinavische onderdelen van Sweco mag dan 2,5 keer zo groot zijn als van Grontmij in 2014, de ingenieursorganisatie staat nog steeds op plaats 3, onder de ‘eeuwige twee’, Fugro en Arcadis.

Overigens is Mott MacDonald ook een buitenlands ingenieursbureau, maar de vestiging in Arnhem levert al jaren de cijfers aan voor alleen het Nederlandse werkterrein.

Niet elk ingenieursbureau dat kampt met een schrale orderportefeuille zal makkelijk over de grens gaan opereren. Maar brancheorganisatie NLingenieurs ziet hier mogelijkheden en wil de leden daarbij terzijde staan. Hierbij is het cruciaal hoe de specialismen die zijn ontwikkeld voor de binnenlandse markt te vermarkten zijn in andere landen.

Lastige definitie

Tot slot moeten we ook bij deze editie van de Top 50 een paar relativerende kanttekeningen plaatsen. Ingenieursbureaus zijn eigenlijk allemaal uniek, elk bureau heeft zijn eigen specialismen in huis; dat is ook de kracht. En niet elk bureau past in de klassieke definitie van een ‘technisch adviesbureau.’ Er zijn er ook bij die niet zozeer ingenieurskénnis leveren, maar ingenieurs; ofwel ingenieurs detacheren bij een tijdelijke opdrachtgever. En daar begeven we ons in een grijs gebied, wat het samenstellen van de Top 50 bemoeilijkt.

Clafis Ingenieus in Heerenveen haalt 34 % van zijn omzet uit detachering en hebben we daarom nog wel opgenomen in de lijst. TCPM in Apeldoorn, dat 91,9 % van zijn omzet haalt uit detachering, valt erbuiten. Wepro in Wageningen gaf op 100 % te halen uit detachering en staat daarom ook niet in de Top 50. Maar directeur Yorick Hettinga stelt in een nadere toelichting dat hij daarmee eigenlijk de discussie wil prikkelen. ‘Als Fugro een ingenieur naar een booreiland stuurt om voor een klant een probleem op te lossen, is dat ook detachering. Wat maakt het uit of mensen on site voor de opdrachtgever werken of in house in ons eigen kantoor? Wij zijn geen uitzendbureau, mijn mensen zijn in vaste dienst en leveren specifieke kennis voor klanten. En wij zijn wel degelijk projectverantwoordelijk’, aldus Hettinga.

Het blijft een lastige discussie. Een ‘echte’ detacheerder als Dosign stuurt zijn ingenieurs (in vaste dienst) ook naar klanten om daar met hun technische expertise die tijdelijke opdrachtgever van dienst te zijn, op project­basis of voor langere tijd. Maar daarmee is Dosign nog geen ingenieursbureau. En zo profileert het zich ook niet.

Deel deze pagina
Proefabonnement TW
Top 50 Ingenieursbureaus 2016

Download hier de vergrote versie van de poster Top 50 Ingenieursbureaus 2016.

Disclaimer: ondanks het feit dat de cijfers met de grootste zorgvuldigheid zijn verzameld en opgenomen in de tabel, kunnen we niet helemaal uitsluiten dat er nog een fout in zit. We nemen daarvoor geen verantwoordelijkheid en zijn niet aansprakelijk voor eventuele schade.

Abonnement

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW


Wilt u lid worden, een los nummer aanvragen of een adreswijziging doorgeven? Neem dan contact op met MijnTijdschrift (088-2266622). 

Of bekijk ons aanbod van abonnementen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Vision & Robotics

Vision & Robotics is hét onafhankelijke vakblad voor machinebouwers, system integrators en eindgebruikers van productielijnen in de maak- en agro-/foodindustrie. 

Graag meer lezen over onderwerpen zoals robotica, sensoren, kunstmatige intellegentie en nog veel meer klik hier

Vision & Robotics heeft ook een nieuwsbrief! klik hier om je in te schrijven.

TW online gratis voor jongeren

TW Investeert in technisch onderwijs

Leerlingen tot 18 jaar lezen gratis TW. Meld je aan en ontvang 23 online edities per jaar geheel gratis!

Naar boven