Techniek & wetenschap in perspectief
Home

Ingenieursbureaus Top 50, jaargang 2002

De Top 50 van ingenieursbureaus 2002 laat voor het eerst sinds acht jaar een nieuwe leider zien.

Fugro komt met een omzet van 910 miljoen euro (28 procent meer dan in 2000) op de eerste plaats, Fugro voert een zeer actief acquisitiebeleid, alleen al vorig jaar zijn zestien bedrijfjes overgenomen. In totaal bestaat het Fugroconcern nu uit zo’n tweehonderd bedrijven en bedrijfjes. Arcadis moet dit jaar genoegen nemen met een tweede plaats. Acht jaar lang stond eerst Heidemij en daarna sinds 1998 Arcadis op de eerste plaats. De eerste twee keer dat de Top 50 verscheen (1992 en 1993) nam Grontmij de koppositie in. In 1992 had Grontmij een omzet van 205 miljoen euro, vorig jaar was dat 511 miljoen. Arcadis was in 1992 derde met 168 miljoen euro omzet, inmiddels is dat opgelopen tot 797 miljoen. Fugro-McClelland scoorde in 1992 een zevende plaats met 100 miljoen euro. Nu is dat negen keer zoveel. Deze cijfers zeggen ook iets over de groei van de branche als geheel.

Uit de Top 50 van dit jaar rijst het beeld op dat 2001 voor ingenieursbureaus een goed jaar was. Er zijn betere jaren geweest, maar ook slechtere. Voorzitter ir. Renko Campen van branchevereniging ONRI: ‘met name de eerste helft van 2001 was goed, de tweede helft wat minder. Of dat iets te maken heeft met elf september weet ik niet’.

De gemiddelde groei per bureau lag vorig jaar op 11,2 procent, ruimt boven de groei van de economie als geheel. Uitschieters zijn Aveco de Bondt met 51 procent omzetgroei, de IV-Groep met 50 procent en Deerns met 41 procent. Vijf bureaus zagen hun omzet krimpen. Qua werkgelegenheid is er min of meer een nullijn. Bij de meeste bureaus is de werkgelegenheid licht gestegen of gedaald, met enkele uitschieters naar boven en beneden.

Belangenverstrengeling

De toegevoegde waarde als percentage van de omzet (zie tabel) blijkt onder de in de Top 50 opgenomen bureaus uiteen te lopen van 100 procent bij Peutz en Uticon Dynatherm tot 40 procent bij Gastec. Een lage toegevoegde waarde duidt op uitvoering van turnkey-opdrachten. Dit is een trend in de branche. ONRI-voorzitter Campen, tevens vicevoorzitter van de Raad van Bestuur van DHV, heeft hier onlangs in Technisch Weekblad ook op gewezen.

Het is een belangrijk discussiepunt binnen branchevereniging ONRI, omdat ingenieursbureaus zich traditioneel alleen met ontwerpen bezig houden en geen bemoeienis hebben met uitvoering. Dit onderscheid verdwijnt echter.

Onlangs raakte Arcadis in opspraak door vermeende belangenverstrengeling bij de bouw van het Gelredome. Arcadis – dat zichzelf een ‘ontwerpend en uitvoerend ingenieursbureau’ noemt – heeft het stadion ontworpen en had bij de gunning van de uitvoering dus een voorsprong op concurrenten. Van de 250 bij ONRI aangesloten ingenieursbureaus hebben er tien beide disciplines in huis, waaronder naast Arcadis ook Grontmij en Oranjewoud, Arcadis zelf ontkent dat er in het geval van het Gelredome sprake is geweest van belangenverstrengeling.

ONRI-voorzitter Campen maakt er zich ook weinig zorgen over dat ingenieursbureaus in dit soort kwesties hun verantwoordelijkheid niet zouden kennen. Hij wijst erop op dat de parlementaire commissie bouwfraude (onder leiding van ir. Marijke Vos van Groen Links) nog geen enkel bureau voor haar onderzoek heeft opgeroepen.

Buitenland

De omzet per werknemer blijkt tussen de bureaus sterk uiteen te lopen, van 142.000 euro per jaar bij Gastec tot 45.000 euro per jaar bij Tablin. De gemiddelde omzet per werknemer bedroeg vorig jaar 83.000 euro. Het gemiddelde inkomen per werknemer (van het eigen en inhuurpersoneel; zie tabel) loopt uiteen van 64.000 per jaar bij Kema tot 25.000 bij Tablin. De gemiddelde loonsom per werknemer ligt op 40.000 euro.

Er blijkt, weinig verrassend, een sterke relatie tussen de hoogte van het inkomen en de gemiddelde leeftijd. Die loopt per bureau uiteen van 43 jaar bij Kema tot 28 jaar bij Tablin. De relatie tussen inkomen en het percentage hbo-ers/academici per bureau blijkt wel aanwezig, maar veel minder sterk. Dat loopt uiteen van 8 procent bij Tablin tot 87 procent bij Tegema. Van de bureaus in de Top 50 hebben niet meer dan ruimt tien aanzienlijke activiteiten in het buitenland (meer dan 20 procent van de omzet; zie tabel).

Voor het samenstellen van de Top 50 zijn er eind april ruim honderd enquêteformulieren toegestuurd aan ingenieursbureaus en engineering contractors. Daarvan is tweederde ingevuld geretourneerd. Technisch Weekblad publiceert de Top 50 van ingenieursbureaus dit jaar voor de elfde keer.
ONRI-voorzitter Campen noemt de concurrentie in de branche momenteel ‘moordend’ (TW 21, 24 mei 2002). ‘Een DHV-medewerker vertelde me onlangs dat een opdrachtgever voor een project van 11.000 euro vijf bureaus een offerte had laten maken.’ De tarieven die de bureaus rekenen liggen volgens hem twintig procent te laag. Maar ze moeten wat dat betreft ook de hand in eigen boezem steken. ‘Onze ingenieurs zijn niet commercieel getraind. Ze vinden het belangrijker om mooie bruggen te ontwerpen dan om geld te verdienen. Die mentaliteit moet veranderen.’

Rechtse wind in Europa

Een beeld van de huidige gang van zaken in de branche is schetsend, zegt hij: ‘sommige sectoren, zoals utiliteitsbouw en telecommunicatie, draaien slecht. In het algemeen geldt dat we moeten voorkomen dat de grotere bureaus in de problemen komen met de lage winstmarges van dit moment. Gelukkig is onze situatie niet zo dramatisch als bij veel bouwbedrijven.’ Campen verwacht niet dat 2002 voor ingenieursbureaus een beter jaar wordt dan 2001. ‘Iedereen verwachte een opleving van de economie in de tweede helft van het jaar, maar ik zie er nog niets van. In Nederland heeft de bouw het momenteel zwaar, terwijl infrastructurele projecten goed doorgaan. Deze zijn vaak van veel langere adem.’

De activiteiten in het buitenland overziende zegt hij dat het in de Verenigde Staten momenteel goed gaat, maar daar staat tegenover dat de koers van de dollar daalt. De Duitse markt blijft onverminderd slecht.

Verder hangt er veel van af of de uitbreiding van de Europese Unie met tien landen per 1 januari 2003 normaal doorgaat.

Politiek waait er een meer rechtse wind in Europa waarin men sceptischer staat tegenover uitbreiding. ‘Een verschuiving naar rechts in Europa zou bovendien kunnen betekenen dat er een uitruil komt tussen milieu- en infrastructuurprojecten. Maar dat hoeft voor ingenieursbureaus niet negatief uit te pakken.’

Lees hier de volledige Ingenieursbureaus Top 50. 

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW