Home

Jan Zuidam: ‘We staan er qua R&D heel goed voor’


Top 30 R&D 2008

Nederland staat er qua R&D heel goed voor. En voor DSM wordt 2008 nog beter dan 2007. Zo meent Jan Zuidam, topman van DSM en spin in het web van Nederlandse R&D-bedrijven. Er zijn ook minpunten. ‘Nederland levert niet voldoende eigen mensen.’

‘We staan er qua R&D heel goed voor. Nederland kent een sterke kennisinfrastructuur, een internationale bedrijfsatmosfeer, en een mix van oudere en jongere bedrijven met een sterke R&D: Philips, Shell en DSM, naast ASML en Crucell. Wageningen vormt een heel sterk centrum op voedingsgebied. Bedrijven, overheid en universiteiten werken goed samen, dat levert veel scoringskansen op.’

‘Bij DSM doen we research op maatschappelijk relevante terreinen zoals gezondheid en welbevinden, lichte materialen en milieu-oplossingen. We breiden bijvoorbeeld onze research in engineering plastics en harsen uit. ASML breidt zijn research in Nederland voortdurend uit. Scheuten in Venlo wil zich naast glas ook richten op fotovoltaïsche zonnepanelen; het sticht in de Noord-Limburgse stad een Glas & Energie Campus. Ook buitenlandse bedrijven in Nederland breiden hun R&D hier uit, zie bijvoorbeeld Sabic in Zuid-Limburg en Dow Chemical in Zeeuws-Vlaanderen.’

Ir. Jan Zuidam (1948), vice-voorzitter van de raad van bestuur van DSM, is dik tevreden over de R&D in Nederland. Hij zit als een spin in het Nederlandse R&D-web. Zuidam is – naast andere maatschappelijke functies, onder andere in het Platform Bèta Techniek – voorzitter van de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie. Hij was de afgelopen drie jaar ook voorzitter van de technologiecommissie van VNO-NCW (waarin een twintigtal grote bedrijven is vertegenwoordigd), maar die functie heeft hij begin dit jaar neergelegd.

Professor Volberda van de Erasmus Universiteit maakt zich zorgen over het wegtrekken van bedrijfs- R&D uit Nederland.

‘In mijn ogen zijn zijn cijfers overtrokken. Er verdwijnt inderdaad R&D, maar in beperkte mate. In het algemeen geldt dat wie hier eenmaal in R&D-faciliteiten heeft geïnvesteerd, niet snel meer weg gaat. DSM breidt de research in China uit, maar dat gaat niet ten koste van onze R&D in Nederland.’

De uitgaven voor R&D in Nederland belopen nog niet de drie procent die de regering graag wil.

‘Dat klopt, maar die uitgaven vertonen wel een stijgende lijn. Dat die drie procent niet wordt gehaald heeft te maken met de industriële structuur. Nederland heeft nauwelijks farmaceutische industrie, die jaarlijks tien tot vijftien procent van de omzet in R&D steekt. Die drie procent, waar het bedrijfsleven tweederde van zou moeten fourneren, is dan ook meer een overheidsdoelstelling dan dat bedrijven zich daaraan hebben gecommitteerd. Maar als de overheid daarmee wil zeggen dat we meer aan innovatie moeten doen, dan ben ik het daar volledig mee eens.’

Zijn er voldoende geschoolde mensen beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling?

‘Nederland levert niet voldoende eigen mensen. Het DSM-lab in Geleen is sterk internationaal, daar werken mensen uit de hele wereld. Gelukkig stijgt de toeloop naar de universiteiten weer, dankzij onder meer het Platform Bèta Techniek. Er is meer aandacht voor techniek op alle niveaus.’

DSM doet ook R&D in China. Is er sprake van een soort arbeidsdeling waarbij hoogwaardig onderzoek hier wordt gedaan en meer simpele proeven in China?

‘Het begint natuurlijk met development, en daarna met aansluiting zoeken bij de marktontwikkelingen en de universitaire kennis daar. Inmiddels is onze R&D in China – we hebben daar nu vijftig onderzoekers aan het werk – van hetzelfde hoge niveau als in Nederland.’

Hoe gaat DSM in China om met intellectueel eigendom?

‘Dat gaat steeds beter. China genereert zelf ook steeds meer patenten. Ik vind dat een goede zaak, want dat betekent dat in China de aandacht voor patentbescherming toeneemt. Ook Chinese bedrijven spannen nu patent zaken aan ter bescherming van hun intellectueel eigendom, net als wij dat doen.’

Uit gegevens van de WIPO (World Intellectual Property Organisation) blijkt dat enkele grote Nederlandse bedrijven afgelopen jaar opvallend minder patenten hebben aangevraagd dan voorgaande jaren. Unilever 7,2 procent minder, DSM 11,5 procent en Philips – verreweg de grootste aanvrager van internationale octrooien, met 2041 in 2007 – zelfs 18,2 procent minder. Hoe kan dat?

‘Ik heb daar geen directe verklaring voor. We zijn ook niet terughoudender geworden met patenteren. Een verklaring zou kunnen zijn dat we in 2006 veel genoomonderzoek hebben gepatenteerd, en vorig jaar minder.’

NRC Handelsblad meende daaruit te concluderen dat Nederland minder innovatief wordt.

‘Nee, er zijn alleen octrooien geteld, dat is een beperkte maatstaf. In 2006 heeft DSM twintig nieuwe producten op de markt gebracht, in 2007 maar liefst 66, waaronder preventase – een stof om acrylamide te neutraliseren) – en PA4T, een geheel nieuwe polymeer voor de elektronische industrie, een echte doorbraak. We zijn dus niet minder innovatief geworden.’

Over welke thema’s wordt in de technologiecommissie van VNO-NCW het meest gesproken? Waar maken de bedrijven zich druk over?

‘Een belangrijk thema is het creëren van focus en massa in de research. Wil je echt meedoen dan moet je een topspeler zijn. Een voorbeeld: er zijn vele toepassingsmogelijkheden voor onze supersterke vezel Dyneema. Daar moet je dus prioriteiten in kiezen. DSM heeft gekozen voor (life) protection, sport, medisch en kabels (touwen). We kiezen liever voor drie grote dan tien kleinere gebieden.’ ‘Daarnaast gaat het ook over het overheidsbeleid ten aanzien van R&D en innovatie. De overheid dient daarvoor de juiste omstandigheden te creëren. Er moet een sterke kennisinfrastructuur – hogescholen, universiteiten, kennisinstituten en bedrijven – zijn. We praten over de instroom van jonge mensen, investeringen in onderwijs en fundamenteel onderzoek, kennismigranten en het bevorderen van jong ondernemerschap. Een punt van kritiek is de consistentie van overheidsbeleid en de snelheid van besluitvorming. Investeringen in innovatie zijn voor de lange termijn, het overheidsbeleid moet dat langjarig ondersteunen. Voorbeeld hiervan is support voor zonne-energie en andere alternatieve energiebronnen.’

Hoe zit het met die kennismigranten?

‘Dat gaat beter. De procedures zijn simpeler gemaakt en kunnen sneller worden doorlopen. Maar of die kennismigranten komen, hangt ook af van de kwaliteit van de universiteiten en de hoogleraren. Onlangs is een aantal jonge Amerikanen naar Nederland en later naar DSM gekomen, aangetrokken door de reputatie van hoogleraar polymeren Bert Meijer.’

Bent u tevreden over het jong ondernemerschap?

‘Dat kan nog veel beter. Nederland hoort daarin niet bij de top tien. We moeten meer ruimte geven aan jonge bedrijven. De financiering is complexer dan in de VS, maar het wordt al beter. En we moeten ze aan Nederland binden, ook met hun R&D. Crucell is een goed voorbeeld, die blijft hier.’ ‘Met de grootste Nederlandse spinoff ooit – ASML vanuit Philips – gaat het fantastisch. Voor FEI Electronics, ook voortkomend uit Philips, geldt hetzelfde. De High Tech Campus is ook een spinoff van Philips.’

De investeringen in bedrijfs- R&D zijn conjunctuurgevoelig. Met de conjunctuur gaat het heel goed. Hebben we in 2007 een topjaar gehad?

‘Als u daarmee suggereert dat 2008 waarschijnlijk minder wordt, dan ben ik dat niet met u eens. DSM heeft in 2007 375 miljoen euro in R&D geïnvesteerd, dit jaar wordt het 400 miljoen. Wij zetten strategisch in op innovatie en daar gaan we in 2008 gewoon mee verder.’

Klik hier voor de Top 30 R&D in Nederland van 2008.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW