Achtergrond

Complex dotteren met Shockwave

Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven organiseerde een congres voor 160 interventiecardiologen, die live acht operaties voorgeschoteld kregen. De vakgenoten kwamen uit heel Europa, want er werden vier nieuwe dottertechnieken gedemonstreerd voor moeilijke situaties. Inge Wijnbergen voerde een van de complexe ingrepen uit. ‘Omdat de techniek vordert, slagen er meer behandelingen.’ 

In de ranglijst Doodsoorzaken op basis van sterfte, opgesteld door de overheid, spelen hartproblemen een prominente rol. Op vier staan coronaire hartziekten. Er zijn naar schatting een kleine 800.000 mensen die hieraan lijden. Het is een verzamelnaam voor de meest voorkomende hart- en vaatziekten en het is het werkveld van interventiecardioloog Inge Wijnbergen van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. ‘Eerst word je cardioloog, daarna volgt een tweejarige opleiding tot interventiecardioloog,’ vertelt ze. ‘De meesten van ons zijn ook gepromoveerd, dat doe je vaak tijdens je werk. Dat heb ik ook gedaan.’

Een interventiecardioloog opereert niet, dat doet de hartchirurg, maar voert behandelingen uit zoals dotteren. Op dat gebied zijn er tal van actuele ontwikkelingen die het groot congres rechtvaardigden dat begin maart werd georganiseerd door haar collega Koen Teeuwen. Er kwamen 160 vakgenoten naartoe vanuit de Benelux, Frankrijk en Engeland. Er werden live acht patiënten behandeld, onder andere door Wijnbergen, met nieuwe, complexe dottertechnieken voor moeilijke gevallen.

‘Er ontstaat een schokgolf en die kraakt de kalk in de wand van het bloedvat’

‘Van oudsher werden complexe dotterbehandelingen alleen gedaan door hotshots in Amerika,’ zegt Wijnbergen. ‘Die behandelingen kon je daar op congressen zien. Door de jaren heen is er wel wat veranderd. Steeds meer cardiologen in Nederland kunnen complexe procedures beter uitvoeren. Daarom was dit voor ons hét moment om het wat groter aan te pakken met dit congres, om een zo groot mogelijk publiek te bereiken om technieken te delen. We selecteerden acht patiënten met een dotterprobleem. We gingen aan het werk en dat werd live gestreamd naar de zaal, waarbij we verschillende technieken hebben toegepast.’

Wat is dotteren precies en wanneer wordt het complex?

‘Dotteren is het opheffen van een vernauwing in de kransslagader. Vroeger had je nog geen stents, toen deden ze het met een ballonnetje, maar die ging zó snel weer dicht dat er stents zijn bedacht. Die waren van metaal, maar sinds 2003 heb je ze ook met medicijnen erop, die aan de vaatwand worden afgegeven om te voorkomen dat de ader snel weer dicht gaat slibben. Want dat kan altijd als er een stent zit. Er zijn drie kransslagaders met zijtakjes, en mensen met vernauwingen in alle drie krijgen vaak een hartoperatie. Dan maakt de hartchirurg omleidingen, bypasses, maar die gaan in de loop der jaren heel vaak weer dichtzitten. Dan wordt het dottertechnisch erg moeilijk. Vroeger hadden we de technieken niet om het dan goed open te maken, maar sinds de afgelopen paar jaar hebben we die mogelijkheid wel. Wat we nu doen is die dichte vaatjes van de patiënt openen, en dan laten we de omleiding, de aangelegde bypass, met rust. We dotteren zo alleen het originele vaatje in plaats van de omleiding. Dat is een nieuwe benadering, waardoor je toch patiënten kunt helpen die heel veel klachten hebben.’

Er zijn nog drie nieuwe technieken gedemonstreerd, welke zijn dat?

‘Een vernauwing in de kransslagader, waar veel kalk zit, komt veel voor. Die kalk is keihard, daar kom je niet zomaar langs. Normaliter ga je met dotteren met een draadje door de vernauwde kransslagader, en over dat draadje schuif je een klein ballonnetje met een diameter van 2 mm. Dat ballonnetje blaas je op, dan heb je ruimte gemaakt en kun je een stent plaatsen. Maar je komt niet zomaar langs een verkalkt stuk, daar kom je met het ballonnetje niet doorheen. Het is te hard en te nauw. Daar is een heel klein diamantenboortje voor ontwikkeld. Dat schuiven we in plaats van het ballonnetje over hetzelfde draadje, en zo proberen we de kalk weg te boren, zodat je toch ruimte hebt voor een ballonnetje en een stent. De derde techniek is de hartpomp Impella. Dat is een pomp met de vorm en afmeting van een limonaderietje. Daarmee help je de hartkamer om het bloed weg te pompen. Het ondersteunt het hart tijdens een risicovolle dotterbehandeling van een kransslagader, bijvoorbeeld als mensen gedotterd moeten worden op een heel moeilijke plek en ze een heel slechte hartpompfunctie hebben. Dan kan het gevaarlijk zijn als je gaat dotteren en je sluit een bloedvat af, dan kunnen ze daaraan overlijden. Met de pomp kun je zorgen dat er toch een hartslag blijft. Zo kan ik rustig mijn werk doen zonder dat ik me zorgen hoef te maken dat het in één keer stagneert.’

De vierde techniek, de Shockwave ballon, is misschien wel het meest bijzonder, hoe werkt die?

‘We gebruiken bij Shockwave de techniek van het vergruizen van nierstenen, maar dan in de kransslagader bij heel verkalkte vernauwingen. Je legt eerst een draadje door de vernauwing en over dat draadje schuif je de ballon op, daar zitten ijzeren puntjes in waar je stroom op kan zetten, waardoor de vloeistof in de ballon verdampt. Dan ontstaat een schokgolf en die kraakt de kalk in de wand van het bloedvat. Je vergruist de kalk zo in het bloedvat, en als je dat hebt gedaan, heb je veel meer elasticiteit in het vaatje, en kun je alsnog de ballon verder opblazen tot de gewenste diameter en alsnog een stent zetten.’

Is het werkveld in beweging, komen er steeds meer nieuwe technieken en apparaten?

‘Alle apparaatjes die we hebben worden steeds kleiner, mooier en duurder. Bedrijven proberen het voor ons steeds makkelijker te maken. Kunsthartkleppen worden steeds beter en kleiner, en dat is met stents ook zo, maar daar valt niet veel meer aan te verbeteren. Met de vier technieken wel, zo’n diamantboor was eerst een heel groot apparaat met allemaal verschillende knopjes en nu is het een klein geheel waar alles op zit, wat het makkelijk maakt om te bedienen. Daar zit de verbetering in. Omdat de techniek vordert, gaan ook de percentages omhoog waarin een behandeling slaagt. Een vernauwing kun je op meerdere manieren opheffen, maar als je meerdere opties hebt, kun je beter wisselen tussen de verschillende mogelijkheden en kom je veel makkelijker tot een goed resultaat. Wat ook helpt is dat we met z’n tweeën een patiënt behandelen als het een moeilijke behandeling is. Dat helpt ook enorm. We hebben door al deze factoren een hoger slagingspercentage dan een jaar of vijf geleden.’

CV

2010 - heden
Interventiecardioloog Catharina Ziekenhuis

2015
Gepromoveerd aan de Technische Universiteit Eindhoven

2003 - 2009
Arts-assistent cardiologie Catharina Ziekenhuis

2000 - 2007
Poortarts, arts-assistent cardiologie en interne geneeskunde in diverse ziekenhuizen

1994 – 2000
Geneeskunde, Universiteit van Maastricht

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW