'Er moet nu iets gebeuren' | Technisch Weekblad
Achtergrond
Olof van der Gaag

'Er moet nu iets gebeuren'

Nederland moet de komende jaren in een ‘onnatuurlijk hoog tempo’ omschakelen naar een meer duurzame energievoorziening. Op dit moment wordt er stevig onderhandeld over een nieuw Klimaatakkoord waarin staat hoe die transitie eruit moeten zien. ‘Iedereen heeft door dat er nu echt iets moet gebeuren.’

Duurzame energie: er wordt al decennia over gepraat, maar tot nu toe gebeurt er op concreet vlak relatief weinig. De eerste serieuze poging tot concrete maatregelen was het Energieakkoord in 2013. Overheid, bedrijven en milieuorganisaties stelden zich ten doel om in 2020 14 % duurzame energie te hebben in Nederland en om 100 PJ aan energie te besparen.

Sinds begin maart van dit jaar onderhandelen overheden, bedrijven en milieu­organisaties over een nieuw Klimaatakkoord. Daarin komen geen doelen voor die moeten leiden tot een groter aandeel van duurzame energie en ook geen doelen voor energiebesparing. Nee, de kern van dit akkoord is hoe Nederland in 2030 maar liefst 49 % minder CO2 uit gaat stoten ten opzichte van het peiljaar 1990.

De onderhandelingsgesprekken zijn verdeeld over vijf hoofdtafels, voor de sectoren elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en landbouw. Maar er zijn ook nog zeker vijftig subtafels en subsubtafels. En daarbuiten is er ook nog een overkoepelende tafel met daaraan onder meer Ed Nijpels, die het geheel moet voorzitten.

De bedrijven die werken aan een verduurzaming van onze energievoorziening, laten zich bij de gesprekken vertegenwoordigen door de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE).

In de NVDE hebben ruim duizend bedrijven zich verenigd om zich in te zetten voor 100 % duurzame energie. Onder de leden van de vereniging bevinden zich bedrijven in de elektriciteitssector, zoals Eneco, Siemens, netbeheerder TenneT, Tesla en snellaadnetwerk Fastned, maar ook warmtebedrijven zoals verkopers van bioketels.

Olof van der Gaag, directeur van de NVDE, zit aan tafel bij veel van de gesprekken.

Hoeveel moeten we verwachten van het klimaatakkoord? Is het niet al veel te laat?

‘Het is een beetje dubbel. Klimaatverandering is niet meer iets voor onze kleinkinderen, het is er nu, voor onszelf. Het aantal heftige regenbuien en de wateroverlast nemen nu al toe. We hadden dit twintig jaar eerder moeten doen, want nu moeten we een onnatuurlijk verandertempo forceren. Neem die aardgasvrije huizen. Tot afgelopen jaar kwamen er nog gewoon elk jaar 50,000 à 60,000 huizen op aardgas bij. Dat betekent dat we nu elke dag tot aan 2050 1.000 huizen van het gas af moeten halen. Het was natuurlijk wel heel lekker geweest als dat wat minder heftig was. Maar er is nu ook meer draagvlak dan ooit om echt iets te gaan doen. Dat het aandeel duurzame energie in tien jaar tijd van 4 % naar 16 % stijgt, is nog lang niet genoeg, maar er gebeurt wel wat. Het feit dat er nu al vijf kolencentrales zijn gesloten door het Energieakkoord en dat er windparken voor in de plaats komen, dat zie je nu echt terug in de cijfers. Als we in 2030 echt onze CO2 hebben gehalveerd, dan zijn we toch echt een hele klap verder. Het is alleen nog heel ver weg. Vorig jaar is de CO2-uitstoot nog gewoon gegroeid. Er zijn nu nog vijf kolencentrales open. Die moeten de komende tien jaar dicht.’

Is dat gevoel van urgentie er wel bij de overheid en de andere partijen in het Klimaatakkoord?

‘De sfeer is echt heel erg veranderd ten opzichte van tien jaar terug. Toen boeide het eigenlijk niemand, en nu heeft iedereen wel door dat er echt iets moet gebeuren. Het gaat alleen spannend worden denk ik als de rekening op tafel komt. Over een week of twee gaan we die fase in. Ook al dalen de kosten van veel oplossingen, gemiddeld genomen is het toch duurder om over te schakelen op duurzame energie dan gewoon lekker fossiel blijven verbranden. Hoe je die kosten verdeelt, daar verschillen de meningen natuurlijk nogal over. Minister Eric Wiebes van EZK heeft over elke sector gezegd hoeveel megaton koolstofdioxide ze moeten reduceren. De industrie vindt in principe alles best als de overheid het subsidieert, maar die denkt ‘wij moeten het aan de belastingbetaler en aan De Telegraaf kunnen uitleggen, dus betaal het zelf maar’. En het is toch een rekening van een paar miljard per jaar.’

We zijn niet het ideale land voor duurzame energie: geen stuwmeren en in de winter maar weinig opbrengst van zonnepanelen. Is offshore wind voor ons het beste alternatief?

‘Op het punt van wind op zee heeft het Energieakkoord echt voor een doorbraak gezorgd. Er komen veel windmolens bij, zelfs subsidievrij inmiddels. Nederland heeft niet zo heel veel cadeautjes meegekregen van Moeder Aarde, maar de Noordzee is er echt wel een. Die zeebodem is heel ondiep, dus je kunt er makkelijk palen in heien, en het waait er ook nog eens relatief hard. Ik zie veel enthousiasme om dat paradepaardje van het Energieakkoord voort te zetten, veel partijen zijn ervoor. De grote energiebedrijven vinden grote windparken op zee een lekkere schaal van denken, want dat zijn lekker grote centrale projecten waar je in een keer een miljoen huishoudens mee kunt doen. Een deel van de energietransitie is voor de oude economie heel lastig, al dat decentrale gedoe met klein gepruts met burgers die zelf energie opwekken… Maar wind op zee past nog in de grootschaligheidslogica van de oude energievoorziening.’

Is een mix van alleen duurzame energie mogelijk, dus zonder fossiele brandstofcentrales als backup?

‘Het doel van onze organisatie is 100 % duurzame energie, en dan niet alleen voor elektriciteit, maar ook voor warmte en transport. Ik denk dat dit moet kunnen. Elektriciteit is nog het makkelijkste deel, want met wind en zon kun je al heel ver komen. Het enige dat je dan nog moet regelen is dat je piekvermogen hebt, dus dat iets hebt waar je op piekmomenten gewoon de knop aan kunt zetten en dat het dan levert. Dat is nu op korte termijn alleen duurzaam te maken met biomassa, maar daar zitten ook wat bezwaren aan. Voorlopig zal het piekvermogen vooral door gascentrales worden geleverd. De kolencentrales moeten er natuurlijk uit. Gascentrales kun je veel beter dan kolencentrales snel aan en uit zetten. Voordat een kolencentrale echt lekker in de fik staat ben je vier uur verder, terwijl een gascentrale net zo werkt als je gaspitje thuis: aansteken en hij doet het. Batterijen zijn nog sneller. In Australië heeft Tesla een backup-faciliteit met batterijen gecreëerd. Ik verwacht dat we dat hier ook gaan krijgen.’

Maar voor al dat overleg aan tafels is toch helemaal geen tijd? Moet er niet nu iets gedaan worden als we die doelen willen halen?

‘Van nature ben ik ook niet zo verschrikkelijk geduldig, maar dit soort maatschappelijke transformaties kun je niet als een dictaat over het land uitstrooien. Zo werkt Nederland gewoon niet. Je kunt wel zeggen ‘doe gewoon wat in plaats van dat geouwehoer’, maar ja, wat dan? We hebben in Nederland geen Grote Geliefde Leider die alle beslissingen kan nemen, en dat is maar goed ook. Jan Rotmans bijvoorbeeld (hoogleraar duurzaamheid en transities, red.) zegt vaak dat soort dingen, dan bedoelt hij ‘je moet doen wat ik wil’. Hij is alleen niet onze Kim Jong-un. Je moet het er toch over eens worden. In maart zijn we begonnen, en 6 juli is de laatste vergadering.

Het gaat echt om een ongekende verandering, het halveren van de CO2 in Nederland met een prijskaartje van zo’n € 4 miljard per jaar. Als het binnen vier maanden tijd lukt om daar een akkoord over te sluiten, dan vind ik dat Ed Nijpels en Eric Wiebes heel tevreden kunnen zijn.’

 

CV

Olof van der Gaag is sinds 2016 directeur van de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE). Daarvoor zat hij sinds 2008 bij Natuur en Milieu, waar hij de laatste drie jaar de campagnes leidde. Tussen 1998 en 2007 was hij politiek medewerker van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks. Van der Gaag studeerde culturele antropologie.