Het skillpaspoort: mogelijke oplossing voor vrij reizen op de arbeidsmarkt | Technisch Weekblad
Achtergrond

Het skillpaspoort: mogelijke oplossing voor vrij reizen op de arbeidsmarkt

| zaterdag 23 april 2022
Arbeidsmarkt & Onderwijs

Beroepen veranderen of verdwijnen in hoog tempo door digitalisering, automatisering en robotisering. Het skillspaspoort kan de oplossing zijn om in te spelen op deze behoefte aan overzicht. Maar de ontwikkeling en implementatie ervan vraagt om visie, brede samenwerking en regie. Zo blijkt uit een recent onderzoek van TNO in samenwerking met een drietal hogescholen en steun van Instituut Gak.

Om op veranderingen in te spelen is het essentieel dat de beroepsbevolking tijdig en regelmatig nieuwe skills aanleert en bestaande verbetert. Een helder overzicht van hun bestaande en gewenste skills helpt werkenden, werkzoekenden en studenten bij hun loopbaanontwikkeling en werkgevers bij de werving, selectie en scholing van personeel. Met het Digitaal Skills Paspoort kunnen werknemers hun waarde op de arbeidsmarkt beter bepalen. Als je weet welke competenties (skills) je in huis hebt kun je beter bepalen welke vervolgstappen je wilt maken in je loopbaan en welke scholing of training daar eventueel bij hoort. Daarnaast is het handig voor werkgevers omdat het hen beter inzicht geeft in de match tussen het functieprofiel en het werknemer profiel.
Binnen het onderzoeksproject ‘Vrij reizen over de Nederlandse arbeidsmarkt: randvoorwaarden voor een succesvol skillspaspoort’ is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het skillspaspoort. 'Maar het ontwikkelen en implementeren ervan is een complexe opgave’ vertelt Joost van Genabeek van TNO, één van de onderzoekers. “Dat komt onder meer omdat diverse belanghebbenden erg hoge verwachtingen van het paspoort hebben.

Aan het woord

Werkgevers staan positief tegenover het idee van een skillspaspoort. Joost van Genabeek van TNO: ‘Van de werkgevers die hebben meegedaan aan het vragenlijstonderzoek van TNO vindt bijna 60% het skillspaspoort een goed idee. Van deze groep zou maar liefst 82 % het skillspaspoort gebruiken als het beschikbaar was. Werkgevers zouden het skillspaspoort vooral willen gebruiken om inzicht te krijgen in de skills van nieuw personeel en van sollicitanten. Zij hebben namelijk niet altijd in beeld welke skills hun organisatie nodig heeft. Zij denken dat het skillspaspoort een bijdrage kan leveren aan het inzichtelijk maken van de skills behoeften. Zij hebben wel twijfels over de mate waarin het paspoort kan bijdragen aan de interne en externe mobiliteit. Werkgevers zien liever niet dat door inzichten uit het skillspaspoort hun goede werknemers vertrekken of andere werkgevers ze benadert. Het enthousiasme over het skillspaspoort onder werkgevers is mede afhankelijk van de arbeidsmarktproblemen die zij ervaren en de visie die zij daarop hebben. Zo hebben werkgevers met voldoende gekwalificeerd personeel minder behoefte aan een skillspaspoort. De bruikbaarheid ervan beoordelen zij in de context van arbeidsmarkt gerelateerde uitdagingen die zij ondervinden. De meeste werkgevers zijn wel enthousiast over de mogelijkheden van een skillspaspoort als tool dat de problemen verzacht.

De werknemers staan net als de werkgevers positief tegenover het skillspaspoort. De zzp’ers zijn duidelijk minder enthousiast. Uit het vragenlijstonderzoek van TNO blijkt dat 53% van de werknemers en 41% van de zzp’ers het skillspaspoort een goed idee vindt. Bijna de helft van de werknemers en een derde van de zzp’ers die het skillspaspoort een goed idee vinden, zouden er zelf waarschijnlijk gebruik van maken als het beschikbaar was. Zij waarderen het skillspaspoort vooral omdat het inzicht biedt in de skills waarvan zij zich ‘niet-bewust’ zijn. Dit inzicht zou ze helpen om zich beter te profileren en een betere match met werk te realiseren of hiermee zich te kunnen oriënteren op ander werk. Daarnaast vinden werknemers en zzp’ers het belangrijk om zelf de controle te hebben over het delen, corrigeren en verwijderen van de informatie in het skillspaspoort. Privacy en zelfbeschikking zijn voor hen belangrijke randvoorwaarden.

Onderwijsexperts zijn vrijwel unaniem positief over het skillspaspoort en zien het als een wenselijke aanvulling op diploma’s. Het skillspaspoort kan een actueler en vollediger beeld geven, erkenning van diverse vormen van leren geven, en zorgen voor meer maatwerk in leren en ontwikkelen. De onderwijsexperts achten de introductie van skillspaspoorten op korte termijn niet alleen wenselijk maar ook kansrijk. Aan die wenselijkheid en kansrijkheid koppelen de onderwijsexperts wel een aantal belangrijke kanttekeningen. Allereerst zal duidelijk moeten worden neergezet welk probleem het skillspaspoort nu écht oplost. Daarbij kan worden aangesloten bij de drie wenselijkheden (actueel en volledig, erkennen van infor-meel, non-formeel en werkplek-leren en maatwerk in Leven Lang Ontwikkelen). Duidelijk moet daarbij ook zijn wat het skillspaspoort toevoegt aan diploma’s én aan het bestaande EVC-instrumentarium. Er zal een antwoord moeten komen op de vraag wát een skillspaspoort aantoont. Bekwaamheid? Of ook bevoegdheid?

Meer transparantie op de arbeidsmarkt

Een verklaard voorstander van het skillspaspoort is hoogleraar Ton Wilthagen. Hij pleit voor meer transparantie op de arbeidsmarkt, waardoor de mobiliteit omhooggaat, werkzoekenden beter in beeld zijn en werkenden eerder op een plek belanden waar zij zich goed voelen. Wilthagen verwoordt zijn ideale arbeidsmarktsysteem als volgt: ‘Iedereen heeft een algemeen aanvaard competentiepaspoort, waarvan mensen zelf eigenaar zijn. Daaruit is direct af te leiden wat iemand kan of zou kunnen. Er staat iets in over iemands drijfveren en motivatie, maar het geeft de paspoorthouder in kwestie ook inzicht in zijn of haar eigen financiële situatie. In dit transparante en dynamische systeem is het belangrijk om over voldoende middelen te beschikken voor continue bij- en omscholing.’

Pilot in de praktijk

Het Digitaal Skills Paspoort (DSP)15 is een initiatief van Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Volandis en Wij Techniek. Deze partijen werken aan het stimuleren van een cultuur van ontwikkelen in hun sector. Belangrijk element hierin is dat ontwikkeling vooral in de dagelijkse praktijk plaatsvindt: op de bouwplaats. Deze vorm van ontwikkeling is moeilijk te erkennen en heeft daardoor maar beperkt ‘civiel effect’. Er hangt immers zelden een diploma of erkend certificaat aan die ontwikkeling. Daarom is door de partijen een proto¬type van het skillspaspoort DSP ontwikkeld. Het centrale idee hiervan is dat áls vakmensen hun skills helder hebben én zij ook de ontwikkeling van die skills in het dagelijkse werk kunnen zien, zij dan ook zien wat ze nú waard zijn en dat ze inzien dat zij in staat zijn te leren en zich te ontwikkelen. Voor werkgevers beoogt dit skillspaspoort toegevoegde waarde te bieden doordat het gemak¬kelijker wordt vakmensen perspectief te bieden en ze ook iets waardevols mee te geven op het moment dat zij fysiek niet meer in staat zijn om hun functie te blijven vervullen.

Hoe verder?

De ontwikkeling en implementatie van het skillspaspoort vraagt om een integrale visie op de arbeidsmarkt en onderwijs in de toekomst, actieve betrokkenheid van alle actoren en een duidelijke regie. Eerder al bepleitte TNO in haar whitepaper ‘Skills gevraagd' dat de arbeidsmarkt van de toekomst draait om skills. Invoering van een skillspaspoort is nu nog een ambitieuze stip aan de horizon. Het recente onderzoek beschrijft aan de hand van buitenlandse ervaringen de kritische succesfactoren voor het (door)ontwikkelen en inrichten van een skillspaspoort. Vanuit alle partijen komt naar voren dat er nog veel onduidelijkheid is over eigenaarschap, beheer en financiering, waardoor ook bij allen twijfel bestaat over de invoering van een skillspaspoort. Het rapport bevat echter duidelijke aanbevelingen en richtlijnen voor een succesvolle introductie van het skillspaspoort. De stip aan de horizon komt hierdoor duidelijker in beeld.

Dit onderzoek is uitgevoerd met steun van Instituut Gak, en is een samenwerking van de Hogeschool van Amsterdam (dr. Hafid Ballafkih), Hogeschool Arnhem en Nijmegen (dr. Jos Sanders), TNO (dr. Joost van Genabeek) en Hogeschool Saxion (drs. Jouke Post).

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!