Techniek & wetenschap in perspectief
Achtergrond

Ingenieursbureaus Top 50, jaargang 2005

‘Het jaar 2004 was voor ingenieursbureaus succesvoller dan het jaar daarvóór, en 2005 zal nog beter zijn.’ Dat zegt ir. Jan Coppes, voorzitter van branchevereniging Onri.

Het jaar 2003 was met een substantiële krimp het slechtste jaar in de veertien jaar dat Technisch Weekblad de branche analyseert. Twee faillissementen, omzetdalingen van tien tot dertig procent, in een enkel geval zelfs een halvering. Als gevolg daarvan ook dalende werkgelegenheid (bij 29 bureaus uit de Top 50 van vorig jaar) en bedrijfsresultaten.

Coppes noemt 2004 ‘een jaar van stabilisatie’. De cijfers laten overigens een nog iets positiever beeld zien. Maar liefst 39 bureaus tonen omzetgroei ten opzichte van 2003, waarvan zestien zelfs meer dan tien procent. Qua arbeidsplaatsen is het beeld gemengder: bij 26 bureaus is de werkgelegenheid toegenomen, bij twintig gedaald. ‘Het herstel is inderdaad meer te zien in de omzet dan in de werkgelegenheid’, aldus ir. Jan Coppes, in het dagelijks leven senior-adviseur bij Witteveen + Bos. Hij is voormalig directeur van deze technische consultancy. Negatieve uitschieters qua omzet zijn met name de IV Groep en Schreuder.

Voor dit jaar is bijna iedereen positief, zo verwoordt Coppes de stemming in de branche. Er is duidelijk sprake van groei. De resultaten van de drie beursgenoteerde bureaus over het eerste kwartaal liggen daarmee in lijn. Witteveen + Bos verwacht dit jaar een autonome groei van drie à tien procent. Ook VNO-NCW heeft onlangs laten weten dat de technische dienstverlening weer groei vertoont.

Dit zijn positieve signalen voor de Nederlandse economie, hoewel deze in het eerste kwartaal van 2005 een dip vertoonde. Coppes: ‘De ingenieursbureaus lopen, net als de uitzendbureaus, voorop in het traject naar economisch herstel. Beide melden momenteel goede resultaten’. Afgelopen week wees het Centraal Bureau voor de Statistiek erop dat de investeringen in de Nederlandse economie dit jaar twintig procent hoger zullen liggen dan in 2004.

Stuivertje wisselen

Het stuivertje wisselen van de afgelopen jaren tussen Fugro en Arcadis bovenin de Top 50 gaat gewoon door. Dit jaar staat Fugro weer op nummer één, dankzij een omzetgroei van 23 procent. Topman ir. Gert-Jan Kramer voorspelde een jaar geleden al een omzet over 2004 van boven de één miljard euro, dankzij de overname van Thales Geosolutions en de hoge olieprijzen, waardoor bedrijven zoals Shell weer meer investeren.

Op plek 50 in de ranglijst staat het bureau Geurts uit Oss, gespecialiseerd in industriële en installatietechniek. Geurts beantwoordt praktisch sinds het begin van de Top 50 in 1992 de enquêtes van Technisch Weekblad, maar was er alleen in 1997 in geslaagd dit overzicht binnen te dringen. Met een omzet van 2,49 miljoen euro over 2004 is dat nu opnieuw gelukt. Directeur ir. Selena Geurts ziet dit jaar de activiteiten op het gebied van installatie- en milieutechniek duidelijk aantrekken, maar de productie van software voor industriële automatisering wil niet uit het slop komen.

Een aantal bureaus vertoont over 2004 een zeer gezond bruto bedrijfsresultaat (vóór aftrek van belasting), maar er zijn ook bureaus die ernstig achterblijven (zie de betreffende tabel). Volgens Coppes zijn voor de grote bureaus netto rendementen (ná belasting) van 2 à 3 procent gangbaar, voor de kleinere 5 à 7 procent. Hij verklaart het verschil uit het gegeven dat kleine bureaus sneller op veranderingen in de markt kunnen reageren dan grote. ‘Dit is een people’s business. Bij kleinere bureaus is het eerder duidelijk of mensen wel of niet goed in het werk zitten.’

Coppes noemt de branche gezond: ‘Er is de afgelopen jaren op de juiste manier op marktbewegingen gereageerd. Er is gesaneerd, waardoor men nu weer optimaal kan reageren als het werk toeneemt. Dat is de marktwerking die we allemaal graag willen.’

Bezuinigingen

Ingenieursbureaus hebben te maken met een bezuinigende overheid en met Rijkswaterstaat dat zich op zijn kerntaken – het opstellen van specificaties voor uitvoering – terugtrekt. De uitvoering zelf, waaronder het ontwerp-, reken- en tekenwerk, laat men aan de markt over. Ook een snoeiende overheid houdt in dat er werk wordt uitbesteedt.

Dit betekent uiteraard kansenvoor ingenieursbureaus. Coppes: ‘Rijkswaterstaat ontslaat mensen, maar krijgt een groter budget voor het realiseren van publiek-private onderhoudsprojecten. Daar hebben ze dus momenteel nog onvoldoende en ook niet de juiste mensen voor. Ze zitten in een overgangsfase, pas in 2008 gaat de nieuwe manier van werken volledig in. Wij hebben wél mensen die weten hoe functioneel aan te besteden. Onri en RWS overleggen nu over uitwisselen van mensen.’

Ingenieursbureaus zijn uiteraard tevreden over de omslag die RWS – het grootste ingenieursbureau van Nederland – maakt. Maar RWS-topman ir. Bert Keijts meent dat ze toch stiekem ook wel bang zijn voor de veranderingen die op hen afkomen, zei hij onlangs in Technisch Weekblad. Vroeger konden ze volstaan met uitvoering, nu moeten ze meedenken over opzet, inrichting, uitvoering en onderhoud van projecten.

Coppes daarover: ‘Dat bang zijn slaat waarschijnlijk meer op aannemers. Daar heerst meer een mentaliteit van: zeg maar hoe het moet, dan doen wij het wel. Wij zijn niet zo bang voor die veranderingen. Wel moeten wij dingen leren, zoals het inpassen van projecten in politiekbestuurlijke processen’.

De branche wordt sinds een jaar of tien geconfronteerd met steeds complexere contractvormen. Voorheen betrof het alleen uitvoering (bouwen), nu gaat het steeds vaker ook om voorbereiding en nazorg van projecten. Termen als ‘design-built’ komen in zwang.

Coppes: ‘De meest complexe die ik tot nu toe ben tegen gekomen is een dbfmo-contract: design, built, finance, maintenance and operate’. Daar zijn ook partijen bij betrokken waar ingenieursbureaus voorheen weinig contacten mee hadden. Samen met Rijkswaterstaat, bouwend Nederland (het voormalige AVBB), en VNO-NCW ontwikkelt Onri momenteel een procedure voor selectie van consortia ter uitvoering van grote pps-contracten.

Gematigd optimistisch

De branche is – gematigd – optimistisch over de toekomst, ondanks het aflopen van enkele grote projecten, zoals Betuwelijn en HSL-Zuid. Vorig jaar maakte Onri-directeur mr. Freek Hasselaar zich daar nog zorgen over: ‘Medewerkers keren terug op hun thuisbasis zonder dat daar nieuwe grootschalige projecten op hen wachten’.

Coppes toont zich nu een stuk optimistischer. Hij verwacht veel werk uit het Rijkswaterstaatproject ‘Ruimte voor rivieren’. Dat leidt waarschijnlijk tot honderden projecten voor tracéverleggingen, uiterwaarduitgravingen, groene rivieren, dijkverhogingen en bypasses. Bij al die projecten samen gaat het om miljarden euro’s. De planologische kernbeslissing bevindt zich nu in de inspraakfase, volgend jaar besluit het kabinet.

Verder is er de kaderrichtlijn water. Brussel wil dat de EU-lidstaten in 2015 de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater op orde hebben. Ook dat levert veel werk op, bijvoorbeeld de bouw van geavanceerde waterzuiveringsinstallaties, of juist maatregelen vooraf om vervuiling te voorkomen.

Ook in de infrastructuur staan er nog veel plannen op stapel: Maasvlakte, IJzeren Rijn, de ring om Utrecht, A27 (Breda-Utrecht), de corridor A4/A15, Zuiderzeelijn, de Tweede Coentunnel, A4 Delft-Schiedam, de A2 passage Maastricht, A15 Maasvlakte-Vaanplein, corridor Schiphol-Almere, en de verdere ontwikkeling van de Zuidas bij Amsterdam.

Het is duidelijk, zegt Coppes: ‘Er is nog zoveel werk, Nederland is nog lang niet af’.

De Ingenieursbureaus Top 50 van 2005.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW