’Just Jane’ gaat weer vliegen | Technisch Weekblad
Achtergrond

Brits museum restaureert authentieke bommenwerper


’Just Jane’ gaat weer vliegen

Haks Walburgh Schmidt | vrijdag 27 november 2020
Vervoer & Logistiek, Ontwerp & Kunst

‘Nog een jaar of zeven en dan moet onze viermotorige Avro Lancaster NX611 Just Jane voor het eerst in ruim 50 jaar weer het luchtruim kiezen. In nog betere conditie dan toen zij de fabriek uitrolde’, aldus Andrew Panton, manager van het Lincolnshire Aviation Heritage Centre in het Engelse dorpje East Kirkby aan de Engelse oostkust. Het legendarische propellervliegtuig is gebouwd in 1944 en was de afgelopen jaren, in taxiënde conditie, de hoofdattractie van het privémuseum.

De Lancaster bommenwerpers van RAF Bomber Command vlogen tijdens de Tweede Wereldoorlog in honderdtallen over ons verduisterde land om Duitsland te bombarderen. Ook bij operatie Manna in april 1945 zijn zij ingezet voor voedseldroppings voor het toen uitgehongerde westen van Nederland. Fabrikant Avro heeft ruim 7.300 Lancasters gebouwd, die ongeveer 156.000 vluchten uitgevoerd hebben. Circa 3.200 gingen tijdens de oorlog verloren. Over de hele wereld vliegen er nu nog slechts twee. De NX611 rolde in april 1945 uit de Austin Motors fabriek bij Birmingham. Het toestel belandde vrijwel ongebruikt met tientallen andere Lancasters in de opslag in Wales omdat het door de capitulatie van Japan overbodig was geworden. In 1952 kocht de Franse marine 54 ‘Lancs’ voor maritieme patrouilletaken. Tien jaar later verhuisde NX611, hagelwit geschilderd, naar Nieuw Caledonië in de zuidelijke Stille Oceaan, waar het ingezet werd voor cartografie en als reddingsvliegtuig. In 1964 werd het inmiddels al redelijk oude vliegtuig weer aan de Engelsen overgedaan en vloog de NX611 de 12.000 mijl terug naar Engeland. Na jaren als static display bij een RAF basis kocht familie van Andrew Panton in 1982 het toestel op voor hun in opbouw zijnde museum.

Voormalige RAF-basis

Een eerste doel was om het toestel rijklaar te krijgen voor het Lincolnshire Aviation Heritage Centre. In het begin nog met slechts één functionerende Rolls Royce Merlin XX V12 motor. Deze Merlins leverden elk 1.280 pk en met vier exemplaren had de Lancaster een topsnelheid van 450 km per uur, een actieradius van 4.300 km en een maximale vlieghoogte van 8.160 m. Bezoekers van het museum kunnen nog steeds tegen betaling een taxiritje meemaken in het inmiddels weer in Tweede Wereldoorlogkleuren geschilderde toestel en dragen zo bij aan de aanzienlijke onderhouds- en gebruikskosten. De band van de familie Panton met de Lancaster is een bijzondere. Dat komt onder meer doordat het land van hun boerderij grote delen van de voormalige RAF basis East Kirkby omvat, nog compleet met verkeerstoren en een hangar. Maar meer nog doordat de oudste broer van Andrew’s grootvader als RAF-vlieger bij een bombardementsvlucht naar Neurenberg in november 1944 met zijn Lancaster neerstortte. ‘We willen met ons museum de herinnering behouden aan de 55.000 man van RAF Bomber Command die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld,’ aldus Andrew Panton.

Verlangen naar meer

In de afgelopen 20 jaar dat ‘Just Jane’ plichtsgetrouw haar taxirondjes maakte, dook de gedachte aan een verdergaande restauratie met regelmaat op. De naam ‘Just Jane’ was afkomstig van een beroemd en licht erotisch stripfiguurtje uit die tijd. Andrew Panton vertelt dat vroeger onderdelen toevallig in beeld kwamen, bijvoorbeeld via opkopers die ze aanboden. Uiteindelijk stelde het museumteam in de winter van 2016 een grondige technische en financiële haalbaarheidsstudie op en ging het planmatig zoeken en restaureren echt van start. Zo werd in Zwitserland onverwacht in 2018 een compleet nieuwe Merlin XX motor ontdekt. ‘Die was daar afgeleverd voor een RAF-vliegtuig (een Mosquito) dat daar in de oorlog nog een noodlanding had moeten maken. Maar tegen de tijd dat de motor arriveerde, was de houten Mosquito al zo slecht dat de motor in een opslagplaats verdween. Tot wij langs kwamen’, vertelt Panton. Een bezoek aan Canada leverde maar liefst zes sets landingsgestellen op. ‘Ook originele duivenkooien die toen aan boord meegenomen werden, hebben we gevonden. Moest er een noodlanding op zee gemaakt worden, dan vloog de duif met de coördinaten van de plek des onheils terug naar de RAF basis en kon een reddingsactie in gang gezet worden.’ In de loop der jaren verzamelde het Aviation Heritage Centre veel van wat nodig was: bouwtekeningen, kennis en onderdelen. Professionele monteurs en deskundige vrijwilligers doen het feitelijke werk. Inkomsten uit het museum, sponsoren en donateurs maken het project financieel mogelijk.

Nederlandse hulp

Een jarenlange ervaring met de restauratie van historische vliegtuigen, deed ook Nederlander Cees van der Leeuw besluiten zich aan te melden als vrijwilliger voor het ‘Just Jane’ project. ‘Fantastisch, onder leiding van professionele monteurs heb ik mee kunnen werken aan de ophanging van de achterste geschutskoepel. Die zat met misschien wel duizend gecorrodeerde klinknagels aan het air-frame vast. De klinknagels moesten allemaal uitgeboord worden en vervangen door nieuwe en betere exemplaren. Ook de wingtips vroegen soortgelijk restauratiewerk. Niet moeilijk, maar wel veel en nauwkeurig werk. Bij het vormgeven van de randen van de wingtip is een soort handwals uit die tijd gebruikt, een zogeheten Engels wiel. Zodra het van corona mag, ga ik graag weer helpen in East Kirkby.’ Van der Leeuw vertelt dat het Aviation Heritage Centre nauw samenwerkt met het Battle of Britain Memorial Flight van de RAF dat de enige nu in Europa vliegende Lancaster in gebruik heeft en veel kennis van het toestel bezit. Cees van der Leeuw: ‘‘Just Jane’ kan alleen haar bewijs van luchtwaardigheid krijgen als alle onderdelen en constructies volledig zijn gecertificeerd. Wat een prachtmoment gaat dat worden!’

Engels wiel

De metalen huidplaten van de Lancaster werden vroeger met grote persen in de gewenste vorm gebracht. Die oorspronkelijke persen zijn natuurlijk al lang verdwenen. Een aantal huidplaten moest toch vervangen worden en die waren vaak verschillend van vorm. De vrijwilligers hebben voor het vervaardigen ervan gebruik gemaakt van een zogenoemd Engels Wiel. Dit is een soort miniwals die de huidplaten handmatig in de juiste vorm walst. De platen worden dunner en in de gewenste welving gewalst. Het is een ambacht dat nog maar weinigen beheersen en veel oefening vraagt, omdat het een nauwkeurig en tijdrovend geduldswerk dat veel materiaalkennis vraagt.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW