Achtergrond

Lievense onder vleugels van WSP

Mischa Brendel | donderdag 5 december 2019
Ingenieursbureaus

Op 10 oktober nam het Canadese ontwerp- en ingenieursbureau WSP het Nederlandse Lievense over. Daarmee komt volgend jaar  – in naam – een einde aan een 55 jaar oud advies- en ingenieursbureau. Maar alleen in naam, verzekeren zowel Eric van den Broek, algemeen directeur van Lievense en Magnus Meyer, managing director van WSP Sweden and Europe. Ook onder de naam WSP behoudt het van oorsprong Bredase advies- en ingenieursbureau zijn eigen bedrijfscultuur en autonomie.

Advies- en ingenieursbureau Lievense ziet in 1964 het levenslicht. In de daaropvolgende decennia groeit het bedrijf gestaag. In 1971 wordt branchegenoot Bartels opgericht en in 1982 valt die eer CSO te beurt. Deze drie bureaus vinden elkaar uiteindelijk: in 2013 fuseren Lievense en CSO tot LievenseCSO en twee jaar later voegt ook Bartels zich hierbij. Vanaf 2018 opereert het advies- en ingenieursbureau weer onder de naam Lievense. Deze naam wordt volgend jaar verruild voor WSP.

De overname door WSP lijkt voor buitenstaanders een nogal plotselinge gebeurtenis, maar dat is het zeker niet, verzekert Van den Broek: ‘Vanaf mijn start vier jaar geleden heb ik in nauw contact gestaan met onze aandeelhouders over onze toekomstplannen. Alle uitdagingen waar de samenleving nu voor staat, zijn zaken waarvoor wij flink moeten investeren. We realiseerden ons dat we die investeringen niet alleen konden doen; de maatschappelijke vraagstukken daarvoor zijn te groot. Midden in deze discussie melde zich WSP, die ons naar de volgende fase kon leiden.’

In de zomer van 2018 werden de eerste gesprekken op initiatief van WSP gevoerd en sinds eind vorig jaar werken de twee partijen aan de overname, die vorige maand een feit werd. Voor WSP was Lievense een aantrekkelijk bedrijf om in de familie in te lijven, vertelt Meyer: ‘We zijn al sterk in Scandinavië, maar nog niet erg sterk in continentaal Europa. Daar willen we groeien en Nederland is daarin een van de key markets.’

Waterratten

Een van de aantrekkelijke kwaliteiten van Lievense is de expertise die het Nederlandse advies- en ingenieursbureau meebrengt op het gebied van waterbouw. Meyer: ‘Lievense heeft veel kennis en ervaring op gebied van dammen, sluizen en waterwegen. Gezien de huidige focus op klimaatadaptatie en de effecten van de klimaatverandering, zoals overstromingen en stormen, vormt het bedrijf een hele mooie aanvulling op ons portfolio.’

Hij vervolgt: ‘Een ander vlak waarin Lievense ons heel goed aanvult, is op het vlak van elektrificatie en de link naar energiedistributie en -ontwikkeling in steden. Daar gaat de elektrificatie steeds verder. Stel dat je Amsterdam volledig wil elektrificeren, inclusief e-mobiliteit. Is dat mogelijk? Is daar voldoende energie voor beschikbaar en kunnen we dat naar de juiste locaties krijgen? Daar heeft WSP in andere landen ook al studies naar gedaan, maar landen gaan daar verschillend mee om, mede omdat ze een andere energiemix hebben. Denemarken bijvoorbeeld verschilt significant van Nederland daarin.’

Van den Broek vult aan: ‘Net als Nederland heeft Zweden een high voltage team, dat zich ook bezighoudt met de energietransitie. En die teams hebben al kennis met elkaar gemaakt.’ Want hoewel Lievense zijn eigen cultuur behoudt, vindt er natuurlijk wel de nodige integratie en kennisuitwisseling plaats tussen de Nederlandse loot en de Canadese ouder. En met 16.000 werknemers in Europa en 50.000 werknemers wereldwijd, is het een grote familie waar Lievense nu deel van uitmaakt. Maar gedwongen familiebezoekjes zullen er niet komen, zo verzekert Meyer: ‘Veel kennis kunnen we delen door het simpelweg uitvoeren van projecten. Een goede manier om van elkaar te leren, is door een uitdagend project te identificeren dat kwaliteiten nodig heeft die Lievense voor 75 % kan leveren, maar waar nog iets aan ontbreekt. Dat gedeelte kunnen we dan aanvullen via een andere onderneming van WSP en opeens heb je daar een gezamenlijk project om op te bieden. Hopelijk win je dat project dan en vindt ook de daadwerkelijke kennisoverdracht plaats. Dat is naar mijn idee verreweg de meest efficiënte manier; veel effectiever dan trainingen.’

Van den Broek geeft een concreet voorbeeld: ‘De gemeente Rotterdam stelde de limiet voor hoogbouw onlangs naar boven bij op 250 m. WSP is wereldwijd een van de leidende bureaus in hoogbouw. In Londen zit een bureau van WSP dat hier veel ervaring mee heeft en met dat bureau hebben we ook al contact gelegd.’

‘WSP heeft meegewerkt aan meer dan de helft van de gebouwen in de wereldwijde top 100 van hoogste gebouwen’, vult Meyer aan. ‘We hebben hier enorm veel kennis en vaardigheden in, maar de meeste landen bouwen niet veel hele hoge gebouwen. Het is dan ook redelijk zeldzaam dat dergelijke projecten op de markt komen. Het team in het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld waar Eric het over had, heeft The Shard in Londen ontwikkeld.’ The Shard was bij de opening in 2012 met 310 m het hoogste gebouw in de Europese Unie.

Omgekeerd is de bal ook al aan het rollen, vertelt Van den Broek: ‘Binnen drie weken nadat we onderdeel van WSP waren, werd ons al gevraagd om deel te nemen aan het wereldwijde maritieme netwerk. We hebben die expertise wel, maar zonder WSP zijn we gewoon een te kleine speler en hebben we te weinig internationale commerciële slagkracht. WSP heeft die connecties.’

Van den Broek benadrukt wel dat er voor de klanten van Lievense niets verandert. ‘Bij dergelijke overnames vraagt de klant zich af: ‘wat betekent dit voor mij? Gaan er dingen in de samenwerking veranderen?’ Mijn antwoord is simpelweg: nee. Dezelfde mensen blijven bij ons aan het werk en we blijven dezelfde hoge kwaliteit werk leveren. De veranderingen die er wel komen, is dat we ook hoogwaardige kennis gaan bieden over onderwerpen waar we eerder zelf niet voldoende expertise in hadden.’

Dat er qua bedrijfscultuur weinig zal veranderen, heeft volgens Meyer ook te maken met het feit dat de bedrijfscultuur van Lievense al goed aansluit bij die van WSP. ‘Een typische WSP-werknemer werkt in een kantoor met collega’s, vergelijkbaar met de kantoren van Lievense. Onze kantoren zijn gemiddeld ook vrij klein. Ze bevinden zich ook dichtbij de woonplekken van onze werknemers en in de buurt van onze klanten. Dus wat dat betreft voelen de Lievense-werknemers zich al thuis.’

Van den Broek vult aan: ‘Als Lievense en WSP qua bedrijfscultuur niet bij elkaar hadden gepast, waren we de samenwerking ook nooit aangegaan.’

CO2-uitstoot doorberekenen

Voor WSP is de bewustwording van de klant dat een probleem urgent is, heel belangrijk. Meyer geeft een voorbeeld: ‘In Zweden maakten we een inschatting hoe de CO2-uitstoot voor een standaard brug voor autoverkeer te minimaliseren is. Zo’n brug bevat veel beton en staal, wat voor een tamelijk hoge uitstoot zorgt. We deden een project waarbij we lieten zien dat je door een slimmer ontwerp tot minder CO2-uitstoot komt. Daarbij konden we in sommige gevallen de uitstoot tot 48 % verminderen tijdens de gehele levensduur van de brug. Hetzelfde geldt voor zo’n beetje elke structuur.’ De tegenwerping dat de betreffende bouwwerken daarvan duurder worden en de klant doorgaans toch voor de goedkoopste optie kiest, wuift hij weg. ‘Als je de kosten van de extra CO2-uitstoot ook meeneemt in je berekening, dan krijg je heel andere uitkomsten. Ja, het ontwerp zelf kost wat meer, maar de CO2-kosten zijn zoveel lager, zodat je in totaal voordeliger uit bent.’

Het klinkt vooral als slimme marketingtruc om er zelf ook beter van te worden, maar ook dat is niet waar, stelt Meyer: ‘We verplichten de klant helemaal nergens toe. In feite geven we ze alleen maar deze data en de boodschap: de volgende keer als je een dergelijk bouwwerk bestelt, zou je hier ook aan kunnen denken.’ We tonen het aan met bewijzen en data; we maken de klant meer bewust van wat er speelt.’ Hij voegt eraan toe dat WSP dit niet alleen doet bij het ontwerp van bouwwerken, maar ook bij water- en energiegebruik en in essentie alles waarbij dergelijke milieukosten meegerekend moeten worden.

Lievense is nu onderdeel van een grotere familie, maar WSP heeft wel de intentie om die familie verder te laten groeien, vertelt Meyer. ‘We zijn een van de snelst groeiende firma’s in deze industrie en we zijn ook voornemens om te blijven groeien. Als we de goede firma vinden om zich bij ons aan te sluiten – ook hier in Nederland – dan zullen we daar zeker naar kijken. Maar dat gezegd hebbende: onze belangrijkste focus ligt altijd op onze mensen, onze cliënten en onze projecten. Als een consultant ben je niets zonder je mensen; zonder cliënten gebeurt er niets en zonder projecten heb je geen commitment en bouw je geen nieuwe expertise op.’

In 1964 richt ir. Luc Lievense – inderdaad, dezelfde van Plan Lievense – advies- en ingenieursbedrijf Lievense op. Onafhankelijk hiervan worden in 1971 en 1982 de branchegenoten Bartels, respectievelijk CSO opgericht. Deze drie bureaus zullen later gezamenlijk onder één naam verdergaan. De drie bureaus groeien door de jaren heen gestaag, waarbij er ook enkele overnames plaatsvinden. In 2013 fuseren Lievense en CSO; in 2015 neemt LievenseCSO dan ook Bartels over. De nieuwe naam van het bedrijf wordt LievenseCSO, Bartels en B&I. In 2018 wordt besloten toch weer verder te gaan onder de naam Lievense, waarvan Petersburg Consultants in april 2019 ook onderdeel van wordt. In oktober van datzelfde jaar wordt Lievense lid van de WSP-familie.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW