Lowcode versnelt digitale transformatie | Technisch Weekblad
Achtergrond
Thinkwise verving met haar lowcode ontwikkeloplossing een groot deel van het ERP-systeem van het VDL-concern.

Zonder programmeerkennis doelmatige software maken


Lowcode versnelt digitale transformatie

Fred Franssen | vrijdag 21 mei 2021
ICT & Industriële Automatisering

Het maken van software was ooit een ambachtelijke bezigheid, beoefend door een select groepje ingewijden in de kunst van het programmeren. Nu informatietechnologie aanwezig is in bijna alle sectoren in de samenleving, zien we dat ook niet professionele programmeurs software maken voor computersystemen. De ’leken’ van nu, aangeduid als Citizen Developers, gebruiken zogeheten lowcode tools.

De enthousiaste gebruikers van hobbycomputers bedienden zich nog van een instructieset, gevat in een formele programmeertaal (veelal Basic). De Citizen Developers gebruiken zogeheten lowcode tools. Hiermee stel je op visuele wijze een softwareoplossing samen uit een reeks van modellen, gericht op de gewenste functionaliteit. Zonder de formele syntax van een programmeertaal te beheersen, maak je software voor een toepassing waarvan jij weet hoe die moet functioneren.

Of het nu ging om software voor administratieve bestuurlijke applicaties of voor technische wetenschappelijk rekenwerk: het maken ervan was tijdrovend en alleen weggelegd voor mensen, geschoold in het gebruik van een programmeertaal. In het administratieve domein was dat vaak Cobol of RPG. In de techniek of op het lab genoten Fortran of Algol de voorkeur. Ook een mengvorm zoals PL/1 had bestaansrecht. Opdrachtgevers bekeken het proces van programmeren met grote argwaan. Het kostte tijd en dus geld en wanneer de programmatuur eindelijk werd opgeleverd, voldeed die vaak niet aan de eisen. Het probleem was onvoldoende gespecificeerd; niet begrepen of domweg achterhaald door gewijzigde omstandigheden.

Een dreigend gebrek aan programmeurs werd voorkomen met de zogeheten vierde generatie ontwikkeltalen (4GL). Daarmee ging de productiviteit van ontwikkelaars met sprongen omhoog. Met de acceptatie van Internet en de daarop afgestemde programmeertalen deden we een stapje terug. Het ontwikkelen in Java en .Net was arbeidsintensiever dan met de 4GL-tools en verliep ook minder vlot dan bij gebruik van de in populariteit sterk groeiende programmeertaal C en de latere varianten C++ en C#.

In de loop der jaren kwamen er steeds meer programmeertalen bij, waaronder het in Nederland ontwikkelde Python, dat zich uitstekend leent voor het maken van embedded software. De snelle leercurve en het gebruiksgemak zorgen ervoor dat een brede groep mensen het programmeren onder de knie kan krijgen.

Agile projecten met multidisciplinaire teams

Vanwege de geringe inleertijd mogen ook de cloud gebaseerde, lowcode ontwikkelomgevingen zich verheugen in een grote belangstelling. Programmeren bestaat niet langer uit het louter inkloppen van instructieregels. De ontwikkelaar selecteert de benodigde functionele componenten uit een bibliotheek en sleept ze met de muisknop naar een visueel weergegeven workflow. Je hebt uiteraard wel kennis nodig van het te automatiseren proces. Volgens marktonderzoeker Gartner zal omstreeks 2024 lowcode de norm zijn bij 65% van alle applicatiebouw.

De opkomst van de lowcode tools is nauw verbonden met de gewijzigde opvattingen over systeemontwikkeling. Voorheen werkte een team van ontwikkelaars in alle afzondering naar een concept systeem. Vanuit een functioneel ontwerp realiseerde men na enige tijd een eerste werkende versie van een applicatie en legde die ter goedkeuring voor aan de opdrachtgever om vervolgens binnen luttele seconden te vernemen dat het resultaat niet naar wens was.

Agile ontwikkelen met multidisciplinair samengestelde teams is nu de norm. Regelmatige scrumsessies tussen de leden van het ontwikkelteam en de opdrachtgevers uit de ’business’ zorgt voor focus op het doel en reikwijdte van het project, alsmede de juiste afstemming op elkaars taken; elke dag laat iedereen de anderen weten wat er op de planning staat en wat er de vorige dag is gerealiseerd. Maandenlange watervalprojecten (via verschillende acceptatieniveaus afdalen naar het einddoel) zijn ingeruild voor ontwikkelsessies van enkele weken of zelfs enkele dagen.

Een bekend voorbeeld van een lowcode tool is Mendix. Het bestaat al geruime tijd, maar kreeg in industriële kring bekendheid toen Siemens de Nederlandse organisatie achter het ontwikkelsysteem in de gelederen opnam. Een andere Duitse multinational zocht ook toenadering tot de Mendix-omgeving. SAP besloot het lowcode instrument op te nemen in haar productenpallet als SAP RAD (Rapid Application Development).

Binnen de industrie is Itho Daalderop een gebruiker van ontwikkelplatform Betty Blocs (foto: Itho Daalderop). Tekst gaat verder onder de foto.

De softwaregigant uit Waldorf ziet de klantenkring graag migreren naar een nieuwe generatie ERP-oplossingen in de cloud, gevat onder de naam SAP S4HANA. Voorheen hadden de SAP-gebruikers de mogelijkheid om maatwerk software in hun SAP-implementaties op te nemen. In de cloud omgeving is daar geen plaats meer voor. Met nieuwe functionaliteit wil SAP die overbodig maken. Er zullen echter altijd bedrijven zijn die zich willen onderscheiden met hun IT-toepassingen.

Mendix, dat naadloos integreert met de SAP-kernoplossingen, biedt de mogelijkheid om aan de standaard cloud omgeving in lowcode ontwikkelde applicaties toe te voegen. Het uitvoeren van revisiewerkzaamheden of het aanbrengen van geheel nieuwe functionaliteit laat zich zonder tijdrovende wijzigingsprocedures sneller regelen in lowcode dan in ABAB, de 4GL waarin de SAP-applicaties oorspronkelijk zijn ontwikkeld.

Herbruikbare sjablonen en configureerbare componenten

In de praktijk bewijst lowcode ontwikkelgereedschap zich het beste bij projecten met minder omvangrijke applicaties. Die aanpak past goed in de visie van veel Agile-adepten om de complexiteit van softwaretoepassingen te verlagen en het onderhoud te vergemakkelijken door de functionaliteit op te delen in kleinere modules en die in de vorm van cloud gebaseerde softwarecontainers, ook wel aangeduid als microservices, uit te rollen over een organisatie.

‘In de praktijk bewijzen lowcode tools zich vooral bij projecten met minder omvangrijke applicaties’

Dat het niet altijd alleen klein is fijn behoeft te zijn, bewijst het eveneens Nederlandse bedrijf Thinkwise, dat met haar lowcode ontwikkeloplossing een groot deel van het ERP-systeem verving bij één van de pareltjes van onze maakindustrie: het VDL-concern. Bij Thinkwise zien ze de Citizen Developers als de verbinders binnen een organisatie, die aan de slag gaan met digitale transitie. Lowcode brengt de IT-professionals en de mensen van andere bedrijfsdisciplines samen; ze spreken met elkaar vanuit dezelfde (programmeer) taal, die van nature alle voordelen biedt van herbruikbare sjablonen, configureerbare componenten en in de praktijk bewezen methoden van aanpak.

De praktijk toont ook dat met lowcode in principe veiliger software is te bouwen dan met de programmeertalen die ontwikkelaars veel vrijheid bieden. Die benutten ze om heel efficiënte softwarecode in elkaar te knutselen. Onbedoeld introduceren ze misschien daarmee zwakheden, die de deur openzetten voor hackers. Zo is van het populaire Python bekend, dat het gebruiksgemak en de inzichtelijkheid van de code het voor kwaadwilligen wel erg makkelijk maakt om kennis te nemen van de logica achter de software, om die te gebruiken voor eigen doeleinden (reverse engineering).

Een oplossing is om via een aanvullende softwarecomponent (Cython) de Python broncode om te zetten naar C en vervolgens die versie te compileren naar machinaal uitvoerbare (binaire) code. Wie het nog veiliger wil hebben, doet er verstandig aan vitale delen van de broncode te versleutelen. Met behulp van een voorziening voor licentiebeheer is de code in activeringsmodus (Run Time) te checken op legitimiteit, bijvoorbeeld op basis van de binding (ID-gegevens) met de hardware waarop de software draait.

Een gebruiker van het Portugese lowcode ontwikkelproduct Outsystems kan in principe geen code publiceren die niet voldoet aan de veiligheidscriteria. Voor het realiseren van minder complexe programmatuur halen ook professionele programmeurs hun neus niet op. Ze projecteren een ’entiteit’ op het scherm, maken er een aantrekkelijk beeld bij en het werkt. Maar wanneer ze dieper in een systeem moeten duiken voor een complexe toepassing met zeer hoge prestaties, maken ze toch graag gebruik van Java Script voor de browser omgeving en SQL-queries voor het ophalen en wegschrijven van data. Outsystems biedt hun de mogelijkheid om tijdens het programmeren eenvoudig naar C# (C-Sharp) over te schakelen.

Omvang in cloud gemaakte code bepaalt licentieprijs

Outsystems-applicaties treffen we ook aan binnen de Nederlandse industrie en de aanpalende logistieke sector. Ze kenmerken zich door het gemakkelijk controleren en wijzigen van programmaregels, zelfs vanuit een smartphone. Dat geldt eigenlijk voor alle lowcode-gereedschap, net als de snelheid waarmee programmatuur tot stand komt. Om die reden neemt men er gemakkelijk afscheid van wanneer de programmatuur niet meer voldoet aan de eisen.

Doorgaans blijft veel oudere programmacode gehandhaafd, omdat een revisie of geheel nieuwbouw als te duur wordt ingeschat of als te risicovol. Dat laatste argument geldt vooral wanneer applicaties veel interacties hebben met andere systemen via al dan niet gestandaardiseerde koppelingen. Bij wijzigingen is het maar de vraag of die essentiële koppelingen nog wel werken.

De licentieprijs van een lowcode-platform is gebaseerd op de omvang van de gemaakte code. Voor het bouwen van een tamelijk statische oplossing als een koppeling kan een lowcode aanpak erg duur uitpakken. Door de applicaties te laten functioneren in combinatie met een Enterprise Service Bus (ESB), waarin de koppelingen zijn ondergebracht, laten aanpassingen zich aanzienlijk makkelijker en voordeliger aanbrengen.

‘De licentieprijs van een lowcode-platform is gebaseerd op de omvang van de gemaakte code’

Van vaderlandse makelij is weer het ontwikkelplatform Betty Blocs. De makers noemen hun platform geen lowcode, maar no-code. Binnen de industrie is Itho Daalderop een gebruiker. Het in Tiel gevestigde bedrijf – ooit vermaard om zijn boilers en geisers – richt zich nu op energieneutraal wonen met de productie van een breed palet aan verwarmings-, tapwater-, ventilatie- en thermostaatoplossingen.

De gewenste uitstraling van innovatieleiderschap werd niet ondersteund aan de voorkant (website) en aan de achterkant (backoffice) van het informatieverwerkingsproces. De vindbaarheid van bijvoorbeeld installatie-instructies voor de tienduizenden producten was voor verbetering vatbaar. Medewerkers moeten in staat zijn om technische modificaties aan de producten sneller in te voeren. Het project met het no-code platform resulteerde in een gebruiksvriendelijke overkoepelende infrastructuur met eenduidige toegang, geschikt voor Citizen Developers met directe betrokkenheid vanaf de fabrieksvloer tot aan de kantooromgeving. Daarmee laten nieuwe producten zich nu sneller naar de markt brengen.

Robotisering van de automatisering

Kwalitatief betere software moet uiteindelijk leiden tot intelligente automatisering, ook wel aangeduid als Robotic Process Automation (RPA). De Amerikaanse lowcode softwareleverancier Pegasystems heeft een onderzoek uitgevoerd naar de slagingskansen van implementatie van RPA. Zonder grote betrokkenheid van het management zijn die kansen beduidend lager. Volgens de studie is bij 81 procent van de RPA-projecten maar één C-level manager betrokken. Die implementaties slagen nooit volledig. Bij 18 procent van de projecten is de aandacht op bestuurlijk niveau groter, waardoor de samenwerking tussen de business en de techniek beter is geregeld. In die omgeving beschouwt men lowcode en intelligente automatisering als primair onderdeel van de digitale transformatie. Als lowcode op de juiste manier wordt toegepast kunnen ook medewerkers op business niveau slimme automatisering ontwikkelen. Het onderzoek naar de volwassenheid van projecten op het gebied van slimme automatisering werd uitgevoerd door onderzoeksbureau iResearch, onder duizend respondenten op directieniveau uit twaalf landen en uiteenlopende industriesectoren.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW