...Maar brancheorganisaties willen meer om aan vraag naar ingenieurs en bèta’s te voldoen | Technisch Weekblad
Achtergrond

Investering van minister Dijkgraaf in hoger onderwijs en wetenschap goed begin


...Maar brancheorganisaties willen meer om aan vraag naar ingenieurs en bèta’s te voldoen

Investeren in opleidingen voor sectoren waar dringend mensen tekort komen, starters- en stimuleringsbeurzen voor jonge onderzoekers, structureel geld voor praktijkgericht onderzoek. Minister Dijkgraaf maakte op vrijdag 17 juni bekend hoe hij de extra miljarden euro’s wil investeren in hoger onderwijs en wetenschap. Wordt technisch Nederland daar ook beter van? 

Het kabinet Rutte IV kondigde bij de totstandkoming aan flink te investeren in hoger onderwijs en wetenschap. Het trekt 5 miljard euro uit voor de komende tien jaar voor de "noodzakelijke en achterstallige investeringen" en verhoogt de jaarlijkse bijdrage daarnaast met structureel 700 miljoen euro.

De extra investeringen zijn noodzakelijk, zei minister Dijkgraaf van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. “Ons systeem van onderzoek en hoger onderwijs staat al jaren onder een te hoge druk. De rek is er uit voor met name jonge onderzoekers en docenten die onze studenten begeleiden. De miljarden die we nu investeren, zijn noodzakelijk om koers te houden als kennisland.”

Zo kunnen jonge onderzoekers een startersbeurs van 300.000 euro aanvragen, waarmee ze binnen zes jaar nieuwe collega’s mee kunnen aantrekken. Er gaat jaarlijks 300 miljoen euro per jaar naar de starters- en stimuleringsbeurzen. En er is voor praktijkgericht onderzoek jaarlijks 100 miljoen euro beschikbaar.

Er gaan kleinere bedragen naar verschillende andere delen van hoger onderwijs. Zo investeert Dijkgraaf 20 miljoen euro in open science, 10 miljoen euro in een centrum voor wetenschapscommunicatie en kunnen hogescholen rekenen op 30 miljoen euro voor opleidingen voor drie tekortsectoren: gezondheidszorg, onderwijs en bèta-techniek. 

KIVI

“Een gezond en sterk fundament van ingenieurs en technici vormt al heel lang het hart van de toename van maatschappelijke welzijn en welvaart”, reageert Ferdinand van Kampen, bestuurslid bij KIVI, namens het instituut voor ingenieurs. “Opleiden van (aankomend) ingenieurs en technici vindt grotendeels plaats buiten de bekostigde instellingen. KIVI is dan ook tevreden met de investeringen in starters- en stimuleringsbeurzen.”

De plannen brengen de basis op orde, stelt KIVI, maar er is meer nodig om aan de toekomstige vraag naar ingenieurs en bèta’s te voldoen, zegt Van Kampen. “Daarvoor is nog een substantiële financiële injectie nodig. Die bedraagt al snel 100 miljoen euro, waarmee uitbreiding van de staf en ook de infrastructuur betaald kan worden.”

“De grondstof- en energietransities voor de klimaatdoelstellingen vragen om technische innovaties”, vervolgt hij. “Ook die kunnen maar beperkt uit de nu beschikbaar te stellen middelen komen. Er is nog investering nodig in de hele techniekketen: van MBO, HBO naar universiteit, bijvoorbeeld om te draaien naar een waterstof- en elektriciteitseconomie.”

Ook roept KIVI de overheid op Nederland interessant te houden voor buitenlands wetenschappelijk talent. De strijd om dat talent is moordend. Van Kampen besluit daarom: “Kortom, nu via de beleidsnotitie de brede basis op orde is gebracht, is het tijd voor gerichte investeringen om Nederland verder te brengen. Dit betekent inzetten op sleuteltechnologieën en daar boter bij de vis aan geven.”

Techniek Nederland

Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, is te spreken over de aangekondigde investeringen om de aansluiting tussen mbo en hbo te verbeteren én over de 200 miljoen euro per jaar die minister Dijkgraaf uittrekt voor sectorplannen voor onder meer techniek en bèta in het wetenschappelijk onderwijs.

Ook andere investeringen ziet Terpstra als positief. “Voor de innovatieve technieksector worden hbo en wo steeds belangrijker. Techniek Nederland is daarom positief over de 100 miljoen euro die minister Dijkgraaf de komende tien jaar jaarlijks wil investeren in praktijkgericht onderzoek op hogescholen. Vernieuwing van het onderwijs en innovaties in de beroepspraktijk zijn juist voor de snel ontwikkelende technieksector cruciaal.”

Wel mist Terpstra plannen om de instroom in wo- en hbo-opleidingen bètatechniek te vergroten. ‘We zien een dalende tendens in bijvoorbeeld opleidingen die relevant zijn voor de energietransitie. Er is écht concrete actie nodig om het tij te keren, anders gaan we de klimaatdoelen niet halen.’

De voorman van de technieksector pleit daarom voor een gerichte agenda én voor plannen om de aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven te versterken en een gezamenlijke agenda voor Leven Lang Ontwikkelen op te stellen.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!