Achtergrond

’s Werelds grootste fabrikant van melkrobots komt uit Maassluis

Klaas de Jong | vrijdag 22 november 2019
Beleid & Bedrijfsvoering

Gefascineerd door de ontwikkeling van robots voor Japanse autofabrieken nam in de jaren 90 in Maasland een landbouwmachinefabriek als eerste ter wereld een prototype van een melkrobot in gebruik. Op de vakbeurs Rundvee & Mechanisatie in Hardenberg presenteerde Lely alweer de vijfde generatie melkrobot. Hoe innovatief is de Nederlandse ingenieur van agrarische machines en hoe is de stemming op de beurs tijdens de stikstofcrisis?

Techniek als oplossing voor stikstofcrisis

Het was druk in de Evenementenhal in Hardenberg. Je zou een sombere stemming verwachten vanwege de stikstofcrisis maar dat viel mee. Voor de veehouders blijken heel wat mogelijkheden beschikbaar te zijn voor vermindering van emissies. In deze sector gaat het vooral om stikstof in de vorm van ammoniak. Daar is nog veel winst te behalen, zelfs als je bedenkt dat de emissie van ammoniak in de landbouw nu al 70% (!) lager ligt dan in 1990. Dat wapenfeit krijgt nauwelijks aandacht in de discussies.

De aandacht in Hardenberg was vooral gericht op de melkveehouderij. In tegenstelling tot de algemene gedachte van grote groei hebben we in 2019 nauwelijks meer melkkoeien dan in 1930.  Toch is er een stikstofprobleem doordat de stallen zijn veranderd. Vroeger zaten de koeien ’s winters vast in de stal. De urine werd afgevoerd naar de gierkelder en de mest vermengd met stro kwam op de mesthoop. Tegenwoordig kunnen de koeien vrij rondlopen in de stal en op een zacht matras liggen. Dat is diervriendelijk maar mest en urine komen nu samen in de mestkelder en juist in dat mengsel wordt ammoniak gevormd.

Er zijn meerdere oplossingsrichtingen: verbetering van de stal, stro in plaats van rubber matrassen, aanpassing van het voer, mestvergisting met vorming van vaste mest en ammoniakverwijdering en heel simpel directe scheiding van urine en mest. Sommige oplossingen zijn simpel maar in Hardenberg presenteerde men ook een heel interessant concept met veel bijkomende voordelen: mestraffinage.

Mestraffinage

Dr.ir René Cornelissen van CCS te Deventer gaf op de vakbeurs een lezing over het proces Bio-NP. De N staat voor stikstof en de P voor fosfaat. Het proces kent vier stappen:

  1. Vergisting van dagverse mest waarbij biogas wordt gevormd en de biologisch gebonden stikstof overgaat naar mineraal stikstof.
  2. Scheiding van dikke en dunne fractie; de dikke fractie wordt opgeslagen als meststof voor het land.
  3. De dunne fractie gaat in een struvietreactor waarin mestkorrels worden gevormd door toevoeging van magnesium.
  4. Tenslotte komt de dunne fractie in een stikstofstripper waarin ammoniak wordt uitgewassen en vervolgens omgezet in een vloeibare meststof.

Het proces heeft meerdere milieuvoordelen: productie van groen gas, reductie van de uitstoot van methaan, minder gebruik van kunstmest en sterke reductie van stikstofemissies.

CCS realiseert een eerste Bio-NP bij een melkveehouder in Bathmen.

In top drie innovatieve bedrijven met het cow toilet

Bij de Innovatie Monitor 2019 haalde boerenzoon Henk Hanskamp uit Doetinchem de top drie met zijn koeientoilet. Het bedrijf werd dit jaar ook finalist bij de RABO Duurzame Innovatieprijs 2019. Zijn oplossing voor het stikstofprobleem in de melkveehouderij draagt het kenmerk van de eenvoud. Om ammoniakvorming ter voorkomen moet je de urine gescheiden houden van de mest. De koe moet haar plasje doen in een urinoir: het cow toilet. Je vraagt je af hoe je een koe zo ver krijgt om op een toilet te plassen maar Hanskamp weet hoe dat moet.

Het cow toilet heeft interessante extra voordelen: schonere stallen en gezondere lucht voor koeien en boer. Hanskamp werkt nu aan de certificering. Daarvoor moet het toilet perfect werken want latere verbeteringen in stikstofreductie tellen de eerste tien jaar niet mee in het certificaat. In 2020 moet alles klaar zijn.

Dankzij Trump meer melkrobots naar VS

De melkveehouderijen in de VS zijn veel groter dan die in Nederland. Toch is ons land de bakermat van de melkrobot. De gebroeders Van der Lely durfden het 25 jaar geleden aan om deze robot te ontwikkelen ook al hadden ze alleen ervaring met de bouw van machines achter een trekker. Het was een zware opgave, eigenlijk veel moeilijker dan de eerste robots in de industrie. Alle onderdelen die een robot aan bijvoorbeeld een auto monteert, hebben standaardafmetingen en de auto springt niet aan kant als de robot haar aanraakt. Dat doen koeien wel en hun spenen zijn allemaal verschillend. Na de kinderziekten in de beginperiode is de melkrobot zo langzamerhand onmisbaar voor melkveehouders. Er gebeurt dan ook veel meer dan alleen melken. De melkrobot is basis van een analysesysteem waarbij allerlei zaken worden gemeten die inzicht geven in de gezondheid, productiviteit en gedrag van elke koe.

Lely is uitgegroeid tot een bedrijf met vijftienhonderd werknemers met een moderne fabriek in Maassluis, een tweede productiebedrijf in de VS voor de Amerikaanse markt en een campus. Alhoewel de Nederlandse markt dit jaar records breekt, is export naar een groot aantal landen uiteraard van levensbelang. Voor komend jaar is er onzekerheid op de thuismarkt maar Trump heeft onbedoeld voor een sterke groei van de export naar de VS gezorgd. Doordat de president van de VS de grenzen gesloten houdt voor immigranten worden goedkope arbeidskrachten schaars. Dan is een melkrobot snel terugverdiend.

Naast de melkrobot heeft Lely nog een interessante ontwikkeling om te besparen op arbeidsuren: automatisering van het voeren van de koeien in de stal. Het klinkt wat afstandelijk maar de koeien vinden het juist prettig.  Koeien hebben net als wij een voorkeur voor vers eten. De automatische voersystemen brengen dag en nacht voer in kleinere hoeveelheden bij de koe waardoor het verser blijft.

De voersystemen kunnen per groep dieren steeds een optimaal mengsel maken. In feite is het precisievoertechniek. Het levert optimale resultaten terwijl het de boer een dag arbeid per week bespaart.

Precisielandbouw 

Duitsland hanteert een norm van 7 mol stikstof per hectare land per jaar voor neerslag in Natura 2000-gebied. 7 mol is 100 gram! Erg grof werk vergeleken met Nederland waar slechts tot 0,05 mol een vergunningsvrijstelling gold voordat de Raad van State ons beleid afkeurde. Het geeft een beetje gevoel bij het woord precisielandbouw. Eigenlijk gaat het hierbij vooral om exact zoveel stoffen (waaronder stikstof)  aan de bodem toe te dienen als er op elke m2 individueel nodig is. Dat krijg je niet voor elkaar met eenvoudige machines.

Basis voor de precisielandbouw is het maken van een bodemscan. Dat is een makkelijke klus. Je gaat met de tractor met daarachter een bodemscanner het land over. De scanner neemt overal op het perceel bodemmonsters en bepaalt zeven verschillende kwaliteiten zoals de zuurgraad, het gehalte aan organische stof, kleideeltjes en bindingscapaciteit. Met de bodemscan wordt van een perceel land een takenkaart opgesteld. Bij het bemesten wordt die kaart gebruikt. Het doseersysteem achter de tractor is gekoppeld aan een satellietbeeld en een GPS-signaal. De doseeropeningen worden met al die informatie keurig steeds weer bijgestuurd terwijl de tractor over het land rijdt.

De precisielandbouw levert optimale resultaten met een minimum aan verbruik van kunstmest, kalk en andere stoffen die de bodem nodig heeft. Wie nog het beeld heeft dat akkerbouw en veehouderij low tech zijn, moet echt zijn beeld bijstellen.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW