Achtergrond

'Einde van een moeilijke periode'


Top 50 Ingenieursbureaus 2014

Thomas van de Sandt | donderdag 3 juli 2014
Ingenieursbureaus

Op het eerste gezicht lijkt de malaise bij de Nederlandse ingenieursbureaus aan te houden. In het afgelopen jaar daalde de gemiddelde omzet immers licht, zo blijkt uit de jaarlijkse Top 50 van Technisch Weekblad. Het betekent alweer het vijfde opeenvolgende jaar van stagnatie. Toch is de verwachting van directeur Paul Oortwijn van NLingenieurs dat de moeilijke periode nu echt voorbij is.

De omzet van de vijftig grootste ingenieurs­bureaus van Nederland is over 2013 gemiddeld met 0,8 % gedaald. In 2012 werd nog een kleine stijging genoteerd, van 1,7 %. Het is het vijfde opeenvolgende jaar dat de omzet in deze branche stagneerde.

Directeur Paul Oortwijn van brancheorganisatie NLingenieurs onderschrijft in grote lijnen het beeld dat uit de Top 50-enquête naar voren komt. ‘Wij meten zelf niet alleen de vijftig grootste bureaus, maar onder al onze leden. Dat is dus een iets andere situatie. Maar wij zien ook een kleine omzetkrimp over 2013, van tussen de 1 en de 2 %.’

Ondanks dus wéér een slecht jaar, is Oortwijn optimistisch over de nabije toekomst. De moeilijke periode die in 2008 begon, ligt nu volgens hem echt achter ons. ‘Je kunt zeggen dat in 2013 de landing heeft plaatsgevonden. Waren we vorig jaar nog blij dat we überhaupt licht aan het eind van de tunnel zagen, nu zijn we naar mijn overtuiging aan het einde van die tunnel aangeland.’

Herstel in de industrie

Dat blijkt ook uit de eigen cijfers van NLingenieurs over het eerste kwartaal van 2014. ‘De omzet daalt niet langer meer en de stemming is duidelijk positief. Bovendien zien we voor het eerst in lange tijd weer dat een ruime meerderheid van onze leden extra personeel wil gaan aannemen. Ook voor 2015 verwacht ik dat de verbetering doorzet.’

Dit heeft, niet verrassend, vooral te maken met het algemene, verbeterende beeld van de Nederlandse economie. Vooral met het herstel in de industrie gaat het nu hard, zo merken de bureaus volgens NLingenieurs.

De bedrijfsresultaten van de Top 50-bureaus zijn in 37 van de 41 opgegeven gevallen
positief. De behaalde marge (bedrijfsresultaat gedeeld door de bedrijfsopbrengsten) van de bedrijven in de Top 50 is bovendien voor het eerst in jaren niet verder gedaald. Lag die marge in 2012 nog op 4,2 %, nu is ze licht gestegen naar 4,5 %.

‘Tja, maar die marge kon ook bijna niet meer lager’, verzucht Oortwijn. ‘Wij zien zelf gelukkig ook een hele kleine verbetering in de marge over 2013, van enkele tienden van procenten. Maar eigenlijk zou die voor een hoogwaardige branche als de onze veel hoger moeten liggen. Ik zeg al jaren dat 10 % een gezond niveau zou zijn.’

Geen beren op de weg naar herstel

Een ander opvallend cijfer uit de Top 50 enquête is de gemiddelde omzet per werknemer. Die lag al jaren lang rond de € 104.000 per jaar, maar is nu in één klap(je) doorgestegen naar ongeveer € 108.000. ‘Daar zou je op zich blij mee kunnen zijn, maar er zitten wel haken en ogen aan’, zegt Oortwijn. ‘Die stijging is een gevolg van een productiviteits­verbetering in de bedrijven en niet een gevolg van een stijging van de tarieven. Werknemers worden dus nóg beter benut. Ik ben alleen bang dat dit ten koste kan zijn gegaan van zaken als innovatie en opleiding van werk­nemers.’

Oortwijn ziet voor de komende tijd geen echte beren op de weg naar herstel. ‘Een probleem is dat de banken nog steeds terughoudend zijn. Een van de andere dingen waar onze leden last van hebben, is de correcte en tijdige betaling van opdrachten. Er staat op dit moment onevenredig veel werk uit waarvoor nog niet is betaald. Al met al moet er door de bureaus dus heel veel worden voorgefinancierd.’ Dit probleem geldt vooral voor private opdrachtgevers, zoals ontwikkelaars en aannemers, meent Oortwijn. ‘Bij de overheid is de betalingsdiscipline nadat de factuur eenmaal binnen is, op zich veel beter, maar daar duurt het weer heel lang voordat er gefactureerd kan worden, omdat er aan allerlei voorschriften moet worden voldaan.’

Over de houding van de overheidsinstanties ten opzichte van ingenieursbureaus, is Oortwijn overigens in het algemeen zeer positief. ‘Opdrachtgevers bij het Rijk, provincies en gemeentes hebben inmiddels door dat ze niet meer blind voor het laagste tarief moeten gaan. Er is oog voor zaken als kwaliteit, innovatie en duurzaamheid. Ze beseffen dat ze op langere termijn enorm veel baat hebben bij een sterke Nederlandse ingenieursbureau­sector.’

Tenslotte komt hij nog één keer terug op het niveau van de tarieven. ‘Een tariefstijging is nu echt nodig en mogelijk’, besluit Oortwijn zijn analyse van het jaar 2013. ‘Ik verwacht en hoop ook dat we dit jaar al weer een kleine stijging van die tarieven zullen zien. Het deksel is er een beetje af, we zullen weer wat gaan groeien.’

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW