Achtergrond

'Weg met klimaattaboes!'

Alle taboes moeten van tafel om de klimaatdoelen te halen. Er moet zo snel mogelijk een Europese onderzoeksagenda komen om technieken te ontwikkelen voor negatieve emissies. Vooraanstaand energie-onderzoeker Nils Røkke plaatst de klimaatdiscussie in perspectief.

Noorwegen wil eenmalig 10 % van haar gasbaten uit één jaar steken in de ontwikkeling van CCS. Volgens Nils Røkke zouden andere landen ook verder vooruit moeten kijken en hun geld moeten stoppen in innovaties als gedecarboniseerd gas en algen. Røkke is verbonden aan het Noorse onderzoeksinstituut SINTEF (vergelijkbaar met TNO in Nederland) en is voorzitter van de Europese alliantie voor energieonderzoek EERA, die 250 Europese onderzoekscentra en universiteiten verenigt.

Wat is het belangrijkste misverstand over energie?

‘Mensen denken vaak ten onrechte dat energie één-op-één gekoppeld is aan uitstoot van broeikasgassen. Dat is onjuist. We hebben energie zonder emissies nodig. We kunnen bijvoorbeeld emissieloos gas maken door aardgas om te zetten in waterstof en de daarbij vrijkomende CO2 op te slaan. Zo kunnen we nog steeds gas blijven gebruiken zonder voor uitstoot te zorgen. Elektriciteit is de eenvoudigste energiesector om te verduurzamen, maar vertegenwoordigt slechts een vijfde van het wereldwijde energieverbruik. Volgens de EU-strategie ‘A clean planet for all’ moet Europa in 2050 klimaatneutraal zijn. Om dat bereiken kunnen we niet kieskeurig zijn en hebben we alle tools uit de gereedschapskist nodig. Ik vind daarbij ‘klimaatpositieve technologie’ een betere naam dan ‘negatieve emissies’. Mensen spreken vaak zo negatief over het klimaat. Alsof alles naar de haaien gaat. Als we echt iets willen doen, werkt een positieve framing veel beter!’

Hoe bereiken we klimaatdoelen zo efficiënt mogelijk?

‘Volgens ‘A clean planet for all’ gaat nu 2% van ons BNP naar onze energie-infrastructuur. Om tot een klimaatneutrale energievoorziening te komen moet dat aandeel omhoog naar 2,8%. Dat is best te overzien. Maar we moeten wel in een fundamenteel andere energieinfrastructuur investeren.’

Kolen zullen uitgefaseerd worden. Kolencentrales in combinatie met Carbon Capture and Storage (CCS) zijn uiteindelijk ook niet goed genoeg, want CCS verwijdert slechts 90% van de CO2 uit de fabriekspijp. Dan heb je nog steeds zo’n 60 g uitstoot per kWh.  In sommige landen wordt dat een grote uitdaging. In Oost-Europa zijn kolencentrales bijvoorbeeld gekoppeld aan stadverwarming. Daar moeten warmtepompen en gedecarboniseerd gas voor in de plaats komen, of als het qua kosten uitkan Bio Energy Carbon Capture and Storage (BECCS).

Koolstofafvang wordt nu vooral ingezet om de koolstof weer te gebruiken. Bij de Boundary Dam in Canada wordt bijvoorbeeld de helft opgeslagen en de helft gebruikt voor intensievere oliewinning. Dat zorgt indirect weer voor nieuwe emissies, maar als je de koolstof alleen wilt opslaan zonder die te gebruiken, betaal je er meer voor en het is logischer om meer olie uit bestaande bronnen te halen dan om nieuwe bronnen te slaan.’

Op welke schaal vindt CCS nu wereldwijd plaats?

‘In Noorwegen hebben we twee CCS-fabrieken waarmee we jaarlijks 1,7 Mton opslaan. Wereldwijd kom je aan 40 Mton. Dat is 0,1 % van de mondiale CO2-emissies. De prijs voor CCS is gemiddeld zo’n € 100 per ton, afhankelijk van de bron, het gebruik en hoeveel transport er nodig is. De allergoedkoopste bron is de kunstmestindustrie. Daar haal je rock bottom prijzen van € 20 à 25 per ton. In verschillende sectoren is CCS de enige mogelijkheid. Cement, staal en kunstmest zorgen voor respectievelijk 5, 3 en 2% van de wereldwijde emissies.

In het Northern Lights project van Equinor, Shell en Total is met de huidige infrastructuur plek voor 2 Mton CO2 per jaar. Er is nog ruimte voor 0,8 tot 1,4 Mton CO2 per jaar van elders. Het is een doorbraak als dat van de grond komt. Op dit moment zijn er geen andere plekken in Europa waar dat op deze schaal kan.

Er bestaan plannen om de CO2 die bij de Magnum Centrale aan de Eemshaven is afgevangen te verschepen naar Noorwegen. Dat is nu nog niet gebruikelijk en juridisch lastig tot een amendement op het London Protocol door voldoende landen is geratificeerd. In de oorspronkelijke tekst wordt CO2 als afval gezien en dat mag niet zomaar naar andere landen geëxporteerd worden. Met het aangepaste protocol wordt internationaal vervoer van CO2 op grote schaal mogelijk.’

Hoeveel kostenreductie is er mogelijk met CCS?

‘Ik denk dat de kosten nog 30 % kunnen dalen. Maar ik houd niet zo van de discussie over kosten, want dat suggereert dat we alternatieven hebben. Na 2030 zullen de doelstelling voor CCS snel gaan groeien. Daar moeten we ons nu op voorbereiden. Het is niet alsof we over 15 jaar plotseling een aan een knopje kunnen draaien en die doelstellingen dan halen.’

Zou CCS dan zelfs verplicht moeten zijn?

‘Persoonlijk denk ik dat beleid technologie-neutraal zou moeten zijn. Je zou bijvoorbeeld een wettelijk maximum-emissie van 25g CO2 per kWh elektriciteit kunnen stellen.’

Wat zou er dan gebeuren?

‘Nu is 30% van elektriciteit in Europa hernieuwbaar, waarvan de helft waterkracht, 40 % wind en 10 % zon. Om tot 100 % te komen is op zich al een enorme uitdaging. Toegang tot land wordt een majeure beperkende factor, want waar zet je al die windmolens en zonnepanelen neer? Technisch is het mogelijk, maar ik ben bang dat er ook veel verzet ontstaat. Ik denk dat er veel offshore wind- en ook zonneparken komen. Dat zal met hulp van waterstof en batterijen in ons energiesysteem geintegreerd moeten worden.’

En kernenergie?

‘In alle scenario’s van het IPCC om de opwarming van tot 1,5 graden te beperken groeit kernenergie. met een factor anderhalf tot vijf. Kernenergie heeft andere problemen, waarvan de acceptatie van het grote publiek er één is. Daarbij denk ik dat niemand op aarde de volledige kosten voor de volledige levenscyclus kent voor kernenergie. De kosten voor omgang met kernafval in de toekomst zijn heel lastig te berekenen. Ik vraag me af of Europa klaar is om kernenergie opnieuw te omhelzen. In België, Frankrijk en Duitsland gaan oude centrales sluiten, terwijl er nauwelijks nieuwe centrales worden gebouwd. Een groot probleem is dat centrales die we nu gaan bouwen pas over 20 jaar klaar zijn. In het verleden konden centrales in 2 tot 3 jaar gebouwd worden, maar dat kan niet meer door de huidige veiligheidsvoorschriften. Alleen China, Rusland en Zuid-Korea hebben nog de operationele capaciteit om kerncentrales te bouwen. Dat zijn wij verloren. Misschien lukt het Japan nog, misschien Frankrijk.’

U spreekt graag over klimaatpositieve technologie. Waar moeten we dan aan denken?

‘Ik denk dat we de belangrijkste technologieën nu nog niet kennen. Klimaatpositieve technologie bestaat nu vooral als een parameter in klimaatmodellen om het gat tussen scenario-uitkomsten en –doelen te dichten. Het is een sluitpost.

Doorgaans wordt dan gedacht aan Bio Energy Carbon Capture and Storage (BECCS), maar als je kijkt naar de hoeveelheden biomassa die daarvoor nodig zouden zijn is het moeilijk voorstelbaar dat die optie in zijn eentje zal volstaan. Het IPCC heeft het over een jaarlijks benodigd bosareaal van de omvang van Rusland. En dan heb je biomassa ook nog nodig als grondstof, brandstof en voedsel. Biomassa wordt sowieso heel schaars.

Hopelijk kunnen we steeds meer biomassa uit de zee halen. Macro-algen worden wel het viagra van de oceaan genoemd. Onder de beste omstandigheden groeien die ruim 2,5 cm per dag! Je zou de biomassa daarvan als ‘biochar’ in de bodem kunnen stoppen als bodemverbeteraar of diep in de grond opslaan. Andere suggesties zijn de oceaan bemesten en Direct Air Capture (DAC), maar dat laatste vind ik een beetje een raar idee. CO2 uit de lucht zuigen is alsof je gaat vissen in een meer met een lage concentratie vis, terwijl je ook een beekje hebt met een hoge concentratie vis. Het enge is dat we dat soort technologieen nodig zullen hebben als we onze emissies niet razendsnel terugbrengen, 2030 is al over 11 jaar. 2050 is over 31 jaar. Dan klimaatneutraal zijn is een gigantische opgave, maar belooft gelukkig ook een betere wereld.

De optie van CO2-opslag door natuurlijke verwering van silicaten is ook problematisch als je uitrekent hoeveel land je daarvoor nodig hebt. En klassieke bosbouw is tricky, want de opbouw van tijdelijke voorraden CO2 in bossen is uitstel van de oplossing, zodra die biomassa weer vrijkomt. Bos is een heel fragiel opslagmedium.

We moeten meer investeren in onderzoek en innovatie. We hebben moedige politici nodig om beleid te maken. We moeten een kader bouwen waarin het in het belang van bedrijven is om klimaatvriendelijk te opereren.’

CV Nils Røkke,

2017 – nu Voorzitter van de raad van bestuur European Energy Research Alliance (EERA)

2015 - nu Executive Vice President Sustainability bij SINTEF Energy

2004 - 2008 Vice President Gas Technology bij SINTEF

1998 - 2002 Gas Turbine Design and Development Manager bij Rolls Royce Marine

Opleiding: Dr. Ing. Werktuigbouwkunde (Norwegian University of Science and Technology (NTNU))

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW