Tips

Jaarboek Architectuur: wie mag op het speelveld?

De foto’s en tekeningen zijn oogstrelend en als kijkboek is het jaarboek Architectuur in Nederland 2015-2016 zeker geslaagd. Maar het is niet om te lezen.

Architecten drukken zich op geheel eigen wijze uit. Zodat het voor niet-ingewijden vaak gissen blijft wat ze precies bedoelen. Ook het nieuwe Architectuurjaarboek bevat zinnen en termen waarbij je je als lezer soms flink achter de oren krabt. ‘Het boek draagt bij aan de afbakening van het speelveld van de Nederlandse architectuur’, schrijven de vier samenstellers. Waarschijnlijk bedoelen ze dat de door hen beschreven 35 nieuwe gebouwen de beste, mooiste of meest functionele zijn van wat bouwers vorig jaar hebben neergezet. Daarbij tekenen zij aan dat ‘kleine gebouwen met een hoog rendement’ de voorkeur hebben boven ‘grote gebouwen met een lage opbrengst’. Wie het snapt mag het zeggen. Ook niet verhelderend is de constatering dat ‘het speelveld op zeer uiteenlopende manieren wordt bespeeld’.

Het boek is dus een selectie, maar waarom bijvoorbeeld het nieuwe gebouw voor Paardenpension Lentevreugd in Katwijk, of Deventer House of MC Huis in Utrecht er wèl in staan, maar andere gebouwen niet…? De samenstellers laten niets los over de selectieprocedure en -poule. ‘Architectuurkritiek is zelden zo boeiend en zó noodzakelijk geweest’, aldus de auteurs. Maar die staat dus niet in het boek, of deze zijn verstopt in het oerwoud aan opmerkingen over het discours, het oeuvre, de discursieve betrokkenheid en de lyriek van de route.

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW