'De ultieme kringloop’ | Technisch Weekblad
Nieuws

'De ultieme kringloop’

Op deze zinderende zomerdag op de composteerlocatie van Attero in Venlo schuiven shovels onverstoorbaar groente-, fruit- en tuinafval (gft) tot een hoogte van 3 m in 30 m lange tunnels van 5 m breed.

Als de tunnel vol is, gaat de gasdichte deur dicht. De kraan gaat open waarna warm water van 35 °C op het gft wordt gesproeid. ‘Hiermee komt de hydrolysefase van het vergistingsproces op gang, waarin bacteriën eiwitten, vetten en koolhydraten omzetten in hoofdzakelijk vetzuren’, zegt Olaf Fennis, projectontwikkelaar bij Attero.

Een week lang druppelt het percolatiewater met de daarin opgeloste vetzuren door een roostervloer in een drainageput. In de andere elf tunnels in Venlo gebeurt hetzelfde. Het water, bomvol vluchtige vetzuren gaat naar een grote tank waar de zaak wordt vergist tot methaan. Het natte overblijfsel na de hydrolyse wordt in andere tunnel gecomposteerd tot mineraalrijke compost. Het methaan verstookt Attero in een wkk-installatie tot elektriciteit en warmte. De compost en de elektriciteit worden verkocht, de warmte wordt in het eigen productieproces benut.

Attero was in 2007 vroeg met vergisten van gft, andere afvalverwerkers volgden. Intussen wordt in Nederland ruim de helft van de jaarlijkse 1,2 miljoen ton gft vergist. Goede zaak: energie én compost uit gft. ‘Ja, maar niet goed genoeg’, zegt Fennis. ‘Die vetzuren uit de eerste fase van het proces gaan wij straks aan bacteriën voeren die er de bioplastic PHA (polyhydroxyalkanoaat) van maken. Daar kunnen volkomen bio­afbreekbare folies, landbouwplastics en zakjes van worden gemaakt. Het is de ultieme kringloop: composteerbare bio­plastic pedaalemmerzakjes waar burgers kleine hoeveelheden gft in kunnen stoppen om de zakjes daarna naar de grote groene kliko te brengen.

De TU Delft heeft deze spectaculaire omzetting uit gft eerder dit jaar op labschaal aangetoond. Nu zijn nieuwe onderzoeksresultaten gepresenteerd op basis waarvan Attero wil opschalen naar een pilotplant. Daar moet blijken of het technisch, opera­tioneel en financieel haalbaar is om
90.000 ton gft – de totale verwerkings­capaciteit op de locatie in Venlo – in PHA om te zetten.

De TU Delft ontdekte als eerste de bacterie die het kunstje flikt en doopte hem Plastificumulans. ‘We mesten de bacterie eerst vet met een feestmaal van vetzuren zodat ze lekker veel PHA maken’, zegt prof. Mark van Loosdrecht van de TU Delft. ‘Daarna stoppen we de vetzuurtoevoer, waardoor ze groeien op hun PHA-voorraad. Daarna kunnen we PHA uit de cellen oogsten.’

Het proces verloopt in twee, separate reactoren. ‘In de eerste reactor passen we de procesomstandigheden zo aan dat alleen de Plastificulanssoort overblijft’, zegt René Rozendal van biotechnologiebedrijf Paques uit Balk. ‘In de tweede reactor breken we de cellen open om de PHA te oogsten.’

Attero wil in de proeffabriek onder andere ervaring opdoen hoe de PHA-producerende bacteriën zich gedragen bij de wisselende samenstelling van gft. ‘In de winter bevat gft minder tuinafval en dus relatief meer groente- en fruitafval dan in de zomer’, zegt Fennis.

Attero denkt dat de PHA-bioplasticroute meer huishoudens zal verleiden om gft apart te houden. ‘Niet alleen in de grote steden zit er nog heel veel gft in het grijze restafval’, weet Fennis. ‘Maar ook in steden waar burgers groene gft-containers hebben, bestaat het restafval nog voor een derde uit gft. Kleine pedaalemmerzakjes kunnen dat inzamelpercentage van gescheiden gft verder omhoog brengen.’

De productie van bioplastic is vermoedelijk lucratiever dan de productie van biogas, maar ook de verwerkingskosten van het restafval nemen af wanneer mensen meer gft apart houden. ‘Het kan een gemeente als gauw € 30 per ton afvalverwerking schelen.’ Ook Attero is beter af. ‘Aan de voorkant staan de tarieven onder druk, we moeten dus vooral aan de achterkant de producten uit afval beter valoriseren. Secundaire grondstoffen hebben daarbij prioriteit boven energie.’

De switch van biogas naar bioplastics betekent allerminst een desinvestering in de vergistingsinstallaties die recent zijn gebouwd en nog in aanbouw zijn, ook bij Attero. ‘Voordat dit nieuwe proces is uitgekristalliseerd, zijn we wel een contract­periode verder’, denkt Fennis. ‘We hebben het over de periode na 2018.'