Nieuws

'Water' werft onderzoekers

De komst van nieuwe Nederlandse topinstituten biedt kansen voor promovendi die dicht op het bedrijfsleven willen staan.

Het is duidelijk. Het Technologisch Topinstituut Water (TTIW) zoekt promovendi. Zelfs de verslaggever ontkomt er niet aan. ‘Zo, een afgestudeerd biotechnoloog, en je bent nog niet gepromoveerd?’ gooit Johannes Boonstra schertsend een balletje op.

Boonstra is mede-oprichter en zakelijk directeur van Wetsus/TTIW. Het Leeuwardense Wetsus is eind 2003 opgezet als onderzoeksinstituut op het gebied van duurzame watertechnologie. Vanaf het begin is het georganiseerd naar het model van een topinstituut van het ministerie van Economische Zaken. Promovendi uit Delft, Twente en Wageningen voeren in Leeuwarden onderzoek uit dat is aangedragen door het bedrijfsleven. De overheid financiert vijftig procent van het onderzoek, het bedrijfsleven en de universiteiten beide vijfentwintig. Op die manier zitten bedrijven voor een dubbeltje op de eerste rang en verhogen de kennisinstellingen de kans dat hun kennis marktwaardige producten oplevert.

‘Kennelijk slaat die formule aan’, zegt Boonstra. ‘In een aantal jaar is het instituut enorm gegroeid. Aan het begin waren er nog maar zes bedrijven en een paar vakgroepen aan verbonden, nu zijn dat 45 bedrijven en twintig vakgroepen.’

Een nieuwe groeistuip zit er alweer aan te komen. Wetsus heeft onlangs de statuten aangepast en is daarmee opgegaan in het TTIW, het nieuwe topinstituut, opgericht vanuit het landelijk Innovatieprogramma Water. Daarbij zijn veel waterschappen en drinkwaterbedrijven als Kiwa onlangs lid geworden, zodat het instituut veel meer de drink- en rioolwaterzuivering vertegenwoordigt.

Met deze veranderingen is er meer geld beschikbaar en dus ook meer plek voor promovendi. ‘De komende twee jaar willen we uitbreiden met veertig à vijftig nieuwe promovendi’, zegt Boonstra. ‘Dat is een zeer grote groep, zeker omdat het tekort aan mensen in de watersector enorm is.’
Daarom kijkt de organisatie ook buiten de landsgrenzen. ‘Omdat we mensen na hun promotie ook hier willen houden, zijn we daarin wel selectief. Dan kom je uit op mensen uit Nederland en de EU. Wij hopen in totaal zestig procent Nederlanders te krijgen’, aldus Boonstra. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en de specifieke eis voor hoogwaardige promovendi in de watertechnologie, wordt dat nog een hele kluif.

Prof. dr. ir. Cees Buisman, wetenschappelijk directeur van Wetsus/TTIW en hoogleraar biologische kringlooptechnologie in Wageningen, denkt echter dat het instituut de Nederlandse promovendi ook heel wat te bieden heeft. ‘Ons onderzoek is multidisciplinair. Promovendi uit verschillende vakgebieden werken met elkaar samen binnen één thema. Er is nauw contact met de betrokken bedrijven en de toepasbaarheid van het onderzoek is groot. Blue Energy bijvoorbeeld is een technologie voor het opwekken van energie door gebruik te maken van het verschil in zoutconcentratie tussen zout en zoet water. Terwijl het promotie-onderzoek hier nog loopt hebben twee Wetsus-leden al een spin-off opgestart om de technologie op de markt te zetten.’

Volgens Buisman spreekt het juist Nederlandse onderzoekers aan te werken aan dergelijke doorbraaktechnologieën, zoals hij het noemt. ‘Nederlanders onderwerpen zich minder aan een hiërarchische structuur dan bijvoorbeeld Chinese onderzoekers. Ze zullen dus ook eerder zelf met nieuwe ideeën komen.’ Ook voor multidisciplinair onderzoek acht Buisman Nederlanders geschikt. ‘Vooral onze jonge onderzoekers zijn bereid zich dom op te stellen. Die instelling heb je nodig als je iets van een nieuw vakgebied moet leren.’

Natuurlijk ligt er ook een klassiek gevaar op de loer als bedrijven een grote vinger in de pap hebben bij promotieonderzoek. Soms zal het onderzoek niet helemaal in het straatje van een bepaald bedrijf liggen en zal het de aio in een andere richting proberen te sturen. De promotoren vanuit de universiteiten en de begeleiders vanuit Wetsus moeten daaraan tegenwicht bieden. ‘Productontwikkeling of testwerk voor het bedrijf doen we hier niet’, stelt Buisman. ‘Als een bedrijf graag onderzoek wil zien dat niet op promotieniveau ligt, sturen we ze door naar hogescholen of andere instellingen, die daarmee kunnen helpen.’

De uitbreiding van het aio-bestand van Wetsus/TTIW betekent dat het onderzoek niet meer alleen in Leeuwarden komt te zitten. Van alle promovendi blijft de helft op de huidige locatie in het Van Hall Instituut. De rest zwermt uit over de universiteiten van Delft, Twente en Wageningen en onderzoekinstellingen als Kiwa en TNO die ook bij het TTIW zitten. De laatste groep promovendi doet minder multidisciplinair onderzoek, dat goed aan één vakgroep kan worden uitgevoerd, of gaat juist naar een bepaalde locatie omdat daar gespecialiseerde apparatuur beschikbaar is. ‘Voor het onderzoek naar bepaalde sensortechnologie zijn bijvoorbeeld cleanrooms nodig. In Twente staan wat dat betreft hele mooie faciliteiten, dan zou het toch zonde zijn om die hier ook neer te zetten’, aldus Boonstra.

De zakelijk directeur vindt niet dat met deze decentralisering de bestaande werkwijze te zeer wordt ondermijnd. ‘Aangezien we hier een behoorlijk grote kern houden, kunnen we het in de hand houden. Bovendien komen de themateams vier keer per jaar bijeen en stemmen de onderzoekers onderling veel vaker tussendoor met elkaar af. Het karakter van het instituut blijft ondanks de forse uitbreiding hetzelfde.’


Tekort aanpakken vanaf de bron
Om het heersende tekort aan watertechnologen aan te pakken, is een landelijk programma gestart om leerlingen vanaf de basisschool tot aan het hbo in nauwer contact te brengen met de watersector. De zogenaamde human capital roadmap, gecoördineerd vanuit het Nederlands Water Partnership (NWP) is nog zo jong dat de concrete invulling pas over een week of zes bekend is. Dr. i. Carien van Oers, die het programma namens Wetsus/TTIW heeft opgepakt, zit wel al boordevol plannen.

‘Drinkwaterbedrijf Vitens bijvoorbeeld is enthousiast over het idee om de locatie Noord-Burgum open te stellen voor excursies vanuit scholen. Noord-Burgum wordt tevens een proeflocatie voor nieuwe technologieën, zodat de leerlingen de state-of-the-art te zien krijgen.’

Volgens Van Oers is het van belang kinderen al vroeg met de techniek kennis te laten maken. ‘De algemene interesse van kinderen wordt voor een belangrijk gedeelte voor hun tiende gevormd. Daarom moet je er al vroeg bij zijn.’

‘Daarvoor moet je mensen om je heen verzamelen die het belang van de techniek op de juiste toon weten over te brengen.’ Een mooi voorbeeld van een practicum voor basisscholieren zag ze in het Watermuseum. Daar kunnen kinderen limonade ontkleuren met norit en vervolgens proeven dat de smaak niet is veranderd. ‘Kinderen zijn heel beeldend ingesteld, dus werkt zo’n proefje wel’, aldus Van Oers.

‘Daarnaast is het ook goed het belang van schoon water voor de wereldbevolking te laten zien. Vooral middelbare scholieren zijn geïnteresseerd in de combinatie tussen de techniek en de maatschappij. We schrijven nu voor het nieuwe middelbare schoolvak Natuur, Leven en Techniek drie modules op watergebied. Eén daarvan gaat over de watertechnologieën die nodig zijn om te voldoen aan de Millenniumdoelen tegen wereldwijde armoede.’

Van Oers is niet bang voor een passieve houding van bepaalde scholen en leraren. ‘Je moet gewoon aan de slag gaan met enthousiaste mensen. Als iets eenmaal loopt kun je het inparachuteren bij diegenen die alles op een presenteerblaadje aangereikt willen hebben.’

De human capital roadmap is ook actief op hogescholen. Saxion Twente, Hogeschool Zeeland en Van Hall Larenstein in Leeuwarden ontwikkelen allemaal een hbo-opleiding watertechnologie. Larenstein biedt de opleiding al in het collegejaar 2007-2008 aan. Deze week heeft de hogeschool een nieuwe lector watertechnologie benoemd, die tevens werkt bij Wetsus/TTIW in hetzelfde gebouw. ‘Een mooie kruisbestuiving’, aldus Van Oers.


Deel deze pagina
Gratis proefabonnement TW

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Vision & Robotics

Vision & Robotics is hét onafhankelijke vakblad voor machinebouwers, system integrators en eindgebruikers van productielijnen in de maak- en agro-/foodindustrie. 

Graag meer lezen over onderwerpen zoals robotica, sensoren, kunstmatige intellegentie en nog veel meer klik hier

Vision & Robotics heeft ook een nieuwsbrief! klik hier om je in te schrijven.

TW online gratis voor jongeren

TW Investeert in technisch onderwijs

Leerlingen tot 18 jaar lezen gratis TW. Meld je aan en ontvang 23 online edities per jaar geheel gratis!

Naar boven