Baggerslib in tube direct bruikbaar als oeverbeschoeiing | Technisch Weekblad
Nieuws

Baggerslib in tube direct bruikbaar als oeverbeschoeiing

Niet al te zwaar vervuild havenslib hergebruiken als versteviging van een havenoever. In Zutphen wordt het idee deze week toegepast.

Op bedrijventerrein De Mars aan de haven van Zutphen is deze week een begin gemaakt met het hergebruik van uitgebaggerd havenslib als oeverbeschoeiing in dezelfde haven. ‘Het scheelt afvoer van baggerslib en aanvoer van klei’, zegt projectleider Edgar Westerhof, die spreekt van een Europese primeur.

Het verse havenslib wordt in een geotextiele tube gepompt. In deze op maat gemaakte zak is een zogenaamde desemulgator flocculant aangebracht. Vaste slibdeeltjes en water worden door de flocculant uit elkaar gedreven. Het water sijpelt door het geotextiel terug in de haven. De bagger heeft na enkele uren een steekvaste structuur bereikt, zo blijkt uit laboratoriumproeven, aldus Westerhof.

De versnelde ontwatering van het slib scheelt tijd en vooral opslagruimte in een depot op land. De flocculant versnelt bovendien de hechting van milieugevaarlijk stoffen die vaak aan de vaste deeltjes in het slib zijn gebonden. Vooral de polycyclisch aromatische koolwaterstoffen (pak) en zware metalen zijn berucht. ‘Uitloogproeven met deze stoffen brachten geen noemenswaardige verspreiding aan het licht’, zegt Westerhof. De provincie Gelderland heeft een Wvo-vergunning voor de proef afgegeven. Het betreft overigens niet het zwaarste vervuilde slib (categorie 4). Het gaat om klasse 2 en klasse 3 slib.

Lees verder onder de foto

Baggerzakken op de oever van de IJssel bij Zutphen. De bagger heeft na enkele uren een steekvaste structuur bereikt (Robin Britstra)

Voor de proef in Zutphen wordt een oeverstrook van vierhonderd meter gebruikt. In vier compartimenten van 100 meter lang, 25 meter breed en 1 meter diep worden de slibzakken op elkaar gestapeld. De proef vindt plaats in een kuip tussen twee damwanden. ‘Op de bodem is een onderafdichting aangebracht en zowel aan beide zijkanten als boven wordt stortsteen en klei aangebracht’, vertelt Westerhof. Als het karwei is geklaard en de circa dertienduizend kubieke meter slib in de beschoeiing is verwerkt, worden de damwanden verwijderd.

Nog eens dertienduizend kubieke meter slib wordt gebruikt om honderd meter verderop in de uiterwaarden bij Zutphen een vijftien meter diepe ontgrondingsput te vullen. ‘Daar willen we natuurontwikkeling bewerkstelligen’, zegt Westerhof. ‘In een dergelijk diepe put gebeurt ecologisch gesproken weinig. Opgehoogd met de geotextiele tubes kan oevervegetatie en (onder) waterflora een kans krijgen, aldus de projectleider.

Het project vindt plaats in nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat en CUR Bouw en Infra. De aannemer is Bunnik uit Nieuwerbrug.

In één van de vele CUR-commissies breekt Joep van Leeuwen van Gemeentewerken Rotterdam zich al langer het hoofd hoe civiel-ingenieurs met slappe materie als bagger toch hoogwaardig kunnen bouwen. ‘Als de proef in Zutphen slaagt, ligt de weg open om op grotere schaal oevers met slib en geotextiele tubes te verstevigen’, aldus Van Leeuwen. ‘Maar de weg is nog lang. We moeten nog wel wantrouwen wegnemen en eerst in de praktijk bewijzen dat het baggerslib inderdaad civiel-technisch verantwoord en zonder milieugevaren is te hergebruiken. Als we in de toekomst ook klasse-4 baggerspecie kwijt kunnen, zitten we heel dicht tegen totaal hergebruik aan, en hebben we met het slib een instrument in handen waarmee we de hogere waterstanden als gevolg van de klimaatverandering het hoofd kunnen bieden.’