Betere voorbereiding nodig op droge veendijk | Technisch Weekblad
Nieuws

Betere voorbereiding nodig op droge veendijk

Na de (bijna-) dijkdoorbraken van 2003 komt Stowa in juni met het definitief advies aan de waterschappen over de risico’s van veenkaden na langdurige droogte.

Gouda – In augustus 2003 werd Nederland opgeschrikt door het horizontaal afschuiven (wegglijden) van een veendijk in Wilnis, waardoor een woonwijk onder water liep. Vlak daarna deden zich weer problemen voor in Rotterdam. Waterschap pen maakten kennis met een probleem dat tot dusver nauwelijks serieus genomen was: de uitdroging van veenkaden, gewichtsreductie, kortsluiting tussen het veen en de onderliggende zandlaag met als resultaat het afschuiven van de gehele dijk. De schade werd provisorisch gedicht met stalen damwanden van 300 meter lengte. Meteen na ‘Wilnis’ gaf de Unie van Waterschappen de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (Stowa) opdracht een diepgaand onderzoek te starten naar de risico’s van veendijken. Dit om waterschappen beter voor te bereiden op perioden van aanhoudende droogte.

 

Uitgedroogd veen

In afwachting van het definitieve rapport, dat in juni moet verschijnen, deed Stowa in november al enkele voorlopige aanbevelingen. Daaruit bleek onder andere dat de stabiliteit van het veen afhankelijk is van de vochtigheid. Daarom is een droog voorjaar extra gevaarlijk omdat het veen hierdoor flink aan ge wicht verliest. Dat kan wel teruglopen van 1050 à 1200 kg naar 150-400 kg per m3.

Ook heeft uitgedroogd veen de eigenschap dat het langdurig vocht afstoot, soms wel zes maanden. Dit belemmert het herstel van de waterkering.

Stowa heeft de waterschappen eind 2003 geadviseerd om zowel de bodemopbouw als het type veen zo goed mogelijk in kaart te brengen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van peilbuizen. Maar bovenal moeten de waterschappen voorkomen dat er contact ontstaat tussen de waterdruk van de boezem en de zandondergrond. Als dat namelijk gebeurt ontstaat er veel druk op de veenkade die hierdoor kan bezwijken.

‘Sinds Wilnis weten we meer over veenkaden maar nog langs niet alles’, aldus ir. M.T. van der Meer van Fugro in Nieuwegein. Hij sprak vorige week op de CUR-netwerkdag in Gouda. Fugro is een van de deelnemers aan het onderzoeksprogramma van Stowa, waaraan ook onderzoeksinstituut Alterra uit Wageningen, Geodelft en NITG-TNO een bijdrage leveren.

 

Risicokaart

Volgens Van der Meer moet het rapport dat in juni verschijnt de waterschappen een eerste handreiking geven, waarmee ze de risico’s van hun veenkaden beter kunnen inschatten. ‘Er is al een risicokaart beschikbaar waaruit blijkt dat de veendijken in West-Nederland het meest risico lopen. Voorts zijn we in het Stowaonderzoek hard bezig met het opstellen van vijftien dijkprofielen. De ene veendijk is de andere niet; er zijn veel onderlinge verschillen.’

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW