‘Constructie verdient meer aandacht’ | Technisch Weekblad
Nieuws

‘Constructie verdient meer aandacht’

Op 17 maart hield prof.ir D.G. Mans zijn intreerede als deeltijdhoogleraar civieltechnische constructies aan de Universiteit Twente. Raadgevend ingenieur Mans wil meer aandacht voor zowel de constructie als het totale bouwproject. ‘Omdat er steeds meer partijen bij betrokken zijn, worden bouwprojecten steeds complexer.’

Een buitenstaander denkt bij civieltechnische constructies eerder aan de TU Delft. Wat doet de UT aan civiele techniek?

‘De TU Delft heeft natuurlijk een veel grotere faculteit, waarbij het accent ligt op een groot aantal technische vakgebieden met veel diepgang. De UT richt zich meer op de relatie tussen civiele techniek en het management van processen. Dat laatste is nodig omdat projecten in de utiliteitsbouw civiele techniek en infrastructuur steeds ingewikkelder worden. Dat heeft weer te maken met het grote aantal partijen dat erbij betrokken is, zoals ingenieursbureaus, constructeurs, toeleveranciers en onderaannemers. Dat vereist een goede taakverdeling en heldere communicatie.’

 

Wordt dat door de moderne computermodellen en ander technische hulpmiddelen niet steeds gemakkelijker?

‘Nee, dat is geen vanzelfsprekendheid. Natuurlijk hebben nieuwe technieken als 3D-software, Cad/Cam en computermodellen ontwerpers en constructeurs enorm geholpen. Het is nu mogelijk om veel scherper te ontwerpen en overdimensionering van het ontwerp te voorkomen.’

‘Maar geavanceerde software betekent ook dat er een enorme hoeveelheid gegevens bijkomt. Dat leidt in combinatie met steeds meer regels en voorschriften tot een ware informatiestroom. Hierdoor zien sommige gebruikers door de bomen het bos niet meer. Ook de controle van Bouwen Woningtoezicht of anderen wordt hierdoor bemoeilijkt.’

‘In sommige opzichten was het traditionele model van pakweg 25 jaar geleden een stuk eenvoudiger: één architect, één constructeur en één hoofdaannemer met een paar toeleveranciers. Ik wil die situatie niet idealiseren, maar ik denk wel dat destijds de aandacht voor kwaliteit duidelijker was verankerd tussen partijen.’

 

Zijn daardoor constructies onveiliger geworden? Denk aan de ingestorte balkons in Maastricht, de omgevallen schouwburgtoren in Hoorn of de parkeergarage in Tiel.

‘Dat zou ik niet durven zeggen. Het is trouwens ook lastig om bij die voorbeelden de schuldvraag bij één partij neer te leggen. Soms zijn er wel vier oorzaken aan te wijzen, zoals vorig jaar bij de ingestorte terminal op Charles de Gaulle bij Parijs.’

‘Wel is het belangrijk om informatie te verzamelen en daarvan goede analyses te maken om nieuwe gevallen zoveel mogelijk te voorkomen. Daarom is CUR, het kennisinstituut voor civiele techniek in Gouda, in 2004 gestart met het project Leren van instortingen. Zelf ben ik ook lid van die commissie.’

‘Instorten is de meest extreme situatie. Eigenlijk moet je alle kwaliteitsen veiligheidsaspecten van een constructie over een langere termijn bestuderen. Vaak komen problemen pas na vijf of tien jaar aan het licht, zoals scheuren in de fundering of lekkage van wanden.’

 

U gebruikt voor de indeling van fouten in civiele constructies de termen micro, meso en macro? Wat bedoelt u daarmee?

‘Deze onderverdeling heb ik niet zelf bedacht maar overgenomen van onder andere Tripod in Leiden die het gebruikt voor ongevallenanalyses. Bij microniveau gaat het om de mens: onvoldoende kennis of foutieve analyses. Aan de hand daarvan kun je dus beoordelen of er ontwerpen berekeningfouten zijn gemaakt. Waar ik me op de Universiteit Twente vooral mee ga bezighouden is het meso-niveau. Daarmee bedoel ik de organisatie van een bouwproject, de rol van de verschillende partijen en de uitvoering van taken en verantwoordelijkheden. Betrouwbare en transparante informatie is een belangrijke voorwaarde voor de verdere professionalisering van de sector.’ Onder macroniveau reken ik de wetten en regels van de rijksoverheid, de kwaliteit van de opleidingen en de bedrijfscultuur van bouwbedrijven, met name de aandacht voor kwaliteit.’

 

De drie tu’s zijn bezig met een federatie? Betekent dat dat civiele techniek van Twente verhuist naar Delft?

‘Met dergelijke organisatorische aspecten houd ik me niet bezig, dat moet u aan de decanen of de colleges van bestuur vragen. Wel zijn er natuurlijk contacten met de faculteit Civiele Techniek in Delft, en ook met de faculteit Bouwkunde aan de TU Eindhoven. Daarbij gaat het om de uitwisseling van docenten en het opzetten van gemeenschappelijke onderzoeksprogramma’s. Ik denk dat de technische universiteiten elkaar wat dat betreft goed aanvullen.’