‘De urgentie is bijzonder groot’ | Technisch Weekblad
Nieuws

‘De urgentie is bijzonder groot’

Meer markt, meer inen externe samenwerking, en meer spinoffs. Ir. Hans Huis in ’t Veld, de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van TNO, gooit het roer om. Hij speelt daarmee in op de aanbevelingen van de commissie Wijffels, die de brugfunctie van TNO en de vijf grote technologische instituten heeft onderzocht. TNO telt vijftien instituten en vijfduizend medewerkers, die werkzaam zijn op vijf kerngebieden: kwaliteit van leven; defensie en maatschappelijke veiligheid; geavanceerde producten, processen en systemen; duurzaam ruimtegebruik en milieu; ict en diensten.

TNO wil ‘meer markt’. Wat gaat er veranderen?

‘Twee opmerkingen vooraf: onze kennis moet sneller naar de markt, daarom moet onze klantgeoriënteerdheid omhoog. Verder spelen innovaties zich steeds meer af op grensvlakken. We gaan daarom van specialisatie naar integratie.’

‘Om de marktoriëntatie te verbeteren verschuiven we bevoegdheden naar het niveau van de vijf kerngebieden. Er verschuiven bevoegdheden van het centraal bestuur naar de kerngebieden, en de autonomie van de instituten wordt beperkt ten gunste van de kerngebieden. Die bevoegdheden betreffen bijvoorbeeld de profilering in de markt, zoals het aankaarten bij verantwoordelijke instanties van de rol die TNO kan spelen in de veiligheid rond Schiphol of in complexe IT-beveiligingsvraagstukken.’

‘Onder de vijf kerngebieden, met elk 700 tot 1200 medewerkers, komen expertisecentra op meerdere locaties in het land, juist en vooral ook om het mkb goed te bereiken. TNO zit nu op zeventien locaties, dat blijft vooralsnog ook zo.’

 

Wanneer gaat dit gebeuren?

‘De urgentie is groot. In het najaar moet er helderheid zijn.’

 

Wijffels houdt de vier technologische topinstituten (TTI’s) ten voorbeeld aan TNO. Wat doen zij beter?

‘De directe verbinding tussen de toegepaste research bij de deelnemende bedrijven en die bij universiteiten en instituten zoals TNO is daar goed geregeld. Die kant moeten wij ook meer op.

Wij zijn overigens partner in alle vier de TTI’s. We hebben ook al strategische samenwerkingsverbanden zoals met de universiteiten van Delft, Eindhoven, Utrecht en Leiden. En met bedrijven zoals ASML, Friesland Coberco, Akzo Nobel en KPN. We zijn in gesprek met Philips om op de in aanbouw zijnde Hightech Campus in Eindhoven gezamenlijk cleanrooms te gaan gebruiken. TNO-TPD en TU Delft bouwen samen een cleanroom voor onderzoek op nanoschaal. Dat gebeurt vanuit het idee van het delen van kostbare faciliteiten en het bij elkaar brengen van mensen. Dat werkt beter dan het hier in Delft openen van een loket.’

 

TNO wil het mkb beter bereiken. Nu komt slechts 12,5% van de marktomzet van TNO uit het mkb. Waarom is dat zo weinig?

‘TNO is met 45 miljoen euro al de grootste kennisleverancier van het mkb, maar dat moet omhoog. Dat dat niet meer is ligt ook aan ons zelf. We hebben daar de naam duur te zijn. Om daar iets tegen te doen hebben we samen met het ministerie van EZ het cofinancieringsinstrument opgezet, waarin één of meer bedrijven samen met TNO risicovol, verkennend onderzoek kunnen doen. Verder willen we via branche-organisaties of vanuit de regio het mkb ondersteunen. Onlangs hebben bijvoorbeeld tien tulpenkwekers samen door TNO een tulpenbosser laten ontwikkelen.’

 

Wordt de kennisbehoefte van het mkb mogelijk overschat?

‘Ja en nee. Wij onderscheiden vier categorieën in het mkb. We bereiken nu het meest innovatieve deel van het mkb, zo’n duizend bedrijven. Daarónder zit een veel grotere groep van innovatie-volgende ondernemingen. Wij mikken ook op deze categorie. Daaronder zitten nog twee groepen van samen wel 200.000 bedrijven, waaronder heel veel winkels. Maar daar moet TNO zich niet op richten.’

 

TNO wil het aantal spin offs vergroten van vijf naar twaalf per jaar. Hoe gaat u dat doen?

‘We zullen dat intern goed communiceren, daar komen vanzelf mensen op af. We zullen medewerkers stimuleren om, als door hen ontwikkelde kennis een interessant product oplevert, zich te verzelfstandigen onder TNO Management. Dat is het private deel van TNO, waaronder nu zestig bedrijfjes functioneren, met totaal zo’n zeshonderd medewerkers en zestig miljoen euro omzet.

‘De instituten zelf hebben natuurlijk de neiging om hun kassuccessen vast te houden. Maar als ze ze laten gaan, worden ze daarvoor in de toekomst gecompenseerd. Komen die bedrijfjes in een volgend stadium buiten TNO Management terecht, dan levert dat weer geld op. Crucell is daar een succesvol voorbeeld van. Begin dit jaar heeft TPG voor drie miljoen euro een belang van zestig procent in ons bedrijf Primevision genomen. Dit heeft speciale beeldherkenningssoftware ontwikkeld die door TPG wordt gebruikt voor het lezen van handgeschreven adressen. Verder is kennis vastgelegd in patenten die ook geld waard zijn.’