‘Duidelijkheid over speelruimte energiebedrijven is hard nodig’ | Technisch Weekblad
Nieuws

‘Duidelijkheid over speelruimte energiebedrijven is hard nodig’

Na twaalf jaar aan het hoofd te hebben gestaan van EZH en E.ON Benelux, neemt ir. J.J. Verwer op 1 maar t afscheid als algemeen directeur. Een periode waarin de elektriciteitssector drastisch veranderde. Verwer : ‘Het is te hopen dat er snel duidelijkheid komt over de speelr uimte van distributiebedrijven. Wij als productiebedrijf willen graag allianties aangaan met de energiebedrijven vanwege de synergievoordelen.

U neemt op 1 maart afscheid van E.ON Benelux. Vindt u dat niet jammer gezien alle stormachtige ontwikkelingen in de elektriciteitssector?

‘Nee hoor, ik ben 63 jaar en vind dat het tijd wordt het stokje over te geven aan de jongere generatie managers. Overigens blijf ik als adviseur beschikbaar.’

 

Hoe kwam u twaalf jaar geleden in deze sector terecht?

‘Ik werd gevraagd als directeur van het voormalige EZH (Elektriciteitsbedrijf Zuid-Holland). Ik wist dat er grote veranderingen op komst waren en die spraken mij erg aan. Ik heb jarenlang in de papierindustrie gewerkt bij Koninklijke Papierfabrieken en Buhrmann-Tetterode, waar ik vertrouwd raakte met grote, kapitaalintensieve industrieën.’

 

Wat is er sinds uw komst veranderd in de elektriciteitssector?

‘Productiebedrijven zijn niet meer afhankelijk van de overheid voor investeringen. Het is nu helder wat de diverse functies van het elektriciteitssysteem kosten. Hierdoor hebben productiebedrijven veel beter inzicht gekregen in de kostenstructuur, terwijl afnemers nu beter kunnen oordelen van wie ze stroom willen kopen.’

 

E.ON Benelux wil ook buiten Zuid-Holland investeren, maar wanneer gebeurt dat nu eens?

‘De laatste jaren hebben we veel geïnvesteerd in ons bestaande productiepark. In 2004 hebben we op de Maasvlakte een grote warmte/krachtcentrale in gebruik genomen. We kijken ook naar België om te investeren, maar zolang de regelgeving daar nog achterloopt bij Nederlandse, zijn we voorzichtig.’

‘Wat betreft de rest van Nederland: we willen graag allianties sluiten met distributiebedrijven, maar dan moet er eerst duidelijkheid komen over de speelruimte voor die sector en de splitsing tussen de laag- en middenspanningsnetten en de verkooporganisaties. Allianties met energiebedrijven liggen voor een productiebedrijf als E.ON Bene lux voor de hand. Omdat je elektriciteit nu eenmaal niet kunt opslaan, is het belangrijk om afnemers en producent zo dicht mogelijk bijeen te brengen.’

 

U hebt enkele jaren geleden gepleit voor nieuwe centrales in Nederland. Komen die er ook?

‘Ik denk dat de groeiende elektriciteitsvraag nieuwe eenheden nodig maakt. Als we die rond 2010 in bedrijf willen hebben, dan mogen we nu wel eens gaan beginnen. De bouw van een moderne kolencentrale is een technisch hoogstandje, omdat je werkt met zeer hoge stoomdrukken en temperaturen voor het hoogste energetisch rendement. Daarvoor zijn nieuwe, exotische materialen en legeringen nodig.’

 

Importeren kan toch ook?

‘Als er voldoende overcapaciteit is, dan moet je dat doen. Maar de vraag naar elektriciteit groeit, terwijl het transport over grote afstanden veel minder efficiënt is dan het vervoer van fossiele brandstoffen naar de eindbestemming. De enige uitzonderingen zijn waterkracht en kernenergie.’

‘Wat ook meespeelt is dat het Europese koppelnet niet ontworpen is voor grootschalig transport, maar om reservecapaciteit te leveren aan een buurland.’

 

Wat kunnen elektriciteitsproducenten doen om fossiele brandstoffen schoner te maken?

‘Net als kernenergie en waterkracht heb je fossiele brandstoffen voorlopig nog wel nodig. Zo las ik onlangs de prognoses van het International Energy Agency, waaruit blijkt dat in 2050 pas tien procent van de energieopwekking duurzaam geschiedt. Met de huidige technieken kunnen we vrijwel alle schadelijke stoffen als SO2 , NOx, kwik en stof uit de rookgassen halen. Technisch is het ook mogelijk C02 af te vangen, maar de vraag is wie dat gaat betalen.’

‘Grootschalige kernenergie blijft uiteraard nuttig om de CO2 -uitstoot te bestrijden, al denk ik niet dat het verstandig is om dat in Nederland te doen. Ons land mist daarvoor teveel know-how en de infrastructuur.’

 

U had vorig jaar een conflict met Greenpeace. Waarover?

‘Greenpeace klom in de Maasvlakte-centrale en bekladde de schoorsteen met Stop C02 . Op voorwaarde dat ze de schoonmaakkosten van 21.000 euro zouden betalen, hebben we ingestemd met een gezamenlijk studie naar een biomassacentrale van 1000 MW.’

‘Technisch is dat geen probleem maar hoe zit het met de aanvoer van biomassa? Tenzij je grote hoeveelheden hout uit Canada of Scandinavië importeert, ben ik bang dat je met zo’n biomassacentrale binnen twee jaar alle Nederlandse bossen opstookt. Bovendien kun je je afvragen of het energetisch verantwoord is om met grote schepen uit Canada naar Nederland te varen. Verwerking ter plaatste levert meer CO2 -reductie op.’

 

Hoe kijkt u aan tegen ander vormen van duurzame energie?

‘Windenergie is veel te duur zelfs in grote offshoreparken op zee. Zonne-energie heeft meer mogelijkheden, mits er doorbraaktechnologieën komen. Zelf vind ik geothermie interessant, omdat je maar weinig hoeft te doen om grote hoeveelheden warmte van zestig graden naar boven te halen. Kennis van boortechnieken hebben we voldoende in Nederland. Waterstof is ook een optie voor de toekomst, mits geproduceerd in kerncentrales. Duurzame energie ligt inmiddels binnen de horizon maar er is nog heel veel research en ontwikkeling nodig.’