Nieuws

‘Europa mist een zichtbare Food and Drug Administration’

Thomas van de Sandt |
Arbeidsmarkt & Onderwijs, Chemie & Materiaalkunde

Pasteuriseren op kamertemperatuur, honingzalfjes tegen brandwonden of fruit wekenlang vers houden. R&D op het gebied van duurzame en gezonde levensmiddelen heeft al enorm veel opgeleverd, maar nog lang niet alles wordt toegepast, zo leert een dag in Wageningen.

De Gelderse vallei is de Nederlandse food valley. Met de Wageningen Universiteit and Researchcentrum (wur), diverse grote en kleine bedrijven op het gebied van voeding en onderzoekscentra zoals NIZO in Ede, concentreert de vaderlandse R&D op het gebied van levensmiddelen zich vooral in deze hoek. Ook grote Nederlandse voedingsconcerns trekken naar Wageningen toe. Campina heeft er een eigen ‘innovatiecentrum’ en onder andere Unilever en DSM werken samen met de wur in het topinstituut food & nutrition. Ook Avebe denkt er over een Wagenings pied-à-terre te nemen.

‘Wageningen is in staat over de hele voedselketen heen te werken, van fermentatie tot verpakkingen en van procestechnologie tot gezondheid. Op al die gebieden heeft de universiteit zeer hoogstaande leerstoelgroepen, dat is onze grote kracht’, stelt dr. Peter van den Elzen. De kersverse directeur van de groep agrotechnology and food sciences van de wur, die hiervoor werkte bij Mogen en Unilever, weet zijn nieuwe werkgever al aardig te verkopen. ‘Uit de gesprekken die ik heb gevoerd is mij opgevallen dat Wageningen door veel partijen als het centrum van de food r&d wordt beschouwd en niet alleen in Nederland.’

Inderdaad weten de Wageningse onderzoekscentra met een veelheid aan toegepast onderzoek jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid Europees geld los te peuteren. Een mooi voorbeeld is het EU-project NovelQ, dat vorig jaar van start ging. De wur leidt daarin een consortium van 32 partners, dat onderzoek doet naar nieuwe procesmethodes voor verse producten. De totale Europese subsidie voor het vijfjarig project is 11,3 miljoen euro.

Een van de onderdelen van het project is het pasteuriseren en steriliseren onder hoge druk. ‘Op die manier heb je niet langdurig hoge temperaturen nodig, zodat de smaak van verse producten als bijvoorbeeld sinaasappelsap behouden blijft. Steriliseren kan onder hoge druk al bij zo’n tachtig à negentig graden Celsius en pasteuriseren zelfs op kamertemperatuur’, legt dr. Huug de Vries, de projectcoördinator van NovelQ, uit. ‘Ondanks de hoge druk blijft ook de structuur van het voedsel goed behouden. Een pingpongballetje zou onder dezelfde omstandigheden imploderen, maar omdat de luchtdruk in bijvoorbeeld de poriën van een lapje vlees met de omgevingsdruk mee verhoogt, is het effect op de structuur zeer gering. Het vlees wordt alleen iets malser, net als wanneer je het een beetje masseert.’

Pasteurisatie onder hoge druk wordt in de levensmiddelenindustrie al mondjesmaat toegepast, voor sterilisatie is meer onderzoek nodig. Wageningen bouwt nu samen met onder meer Unilever, Stork, Solico en Resato (een bedrijf op het gebied van hogedruktechniek) een eerste pilot.

‘De hogedruksterilisatie past in de duurzame voedselproductie, een van de twee thema’s waar het voedingsonderzoek zich momenteel vooral op toespitst. Dit komt omdat producten met veel minder energie verwerkt kunnen worden, maar ook omdat ze vervolgens bij kamertemperatuur bewaard en getransporteerd kunnen worden’, aldus Van den Elzen. ‘Het tweede belangrijke thema is voeding en gezondheid. Een voorbeeld daarvan is het toevoegen van stoffen die het gevoel van verzadiging bevorderen en zo overgewicht tegen te gaan.’

Voeding en gezondheid kunnen ook nog sterker met elkaar verweven zijn, bewijst de universitaire spin-off Bfactory. Het in 2002 opgerichte bedrijf verkoopt zalfjes en crèmes op basis van medicinale honing, bedoeld voor wondheling en huidproblemen. ‘De medicinale honing heeft een zeer hoog enzymgehalte en heeft een sterk antiseptische werking’, zegt dr. Tineke Creemers, een van de oprichters van Bfactory. De Wageningse omgeving bevalt haar uitstekend. ‘Ik heb nog altijd veel uitwisseling van kennis met onderzoekers die ik ken uit mijn periode op de universiteit. Bovendien zijn ook de contacten met de stichting Food Valley, die innovatie in de agro- en foodsector stimuleert, heel goed.’

De verkoop van producten met medicinale honing trekt zo langzamerhand steeds meer aan. ‘Omdat het een heel nieuw product is, hebben we de afgelopen jaren veel tijd moeten besteden aan het ontwikkelen van de markt. Nu verkopen onze producten steeds beter en zijn we zelfs bezig naar het buitenland uit te breiden.’ Bfactory lijkt daarmee een voorbeeld van geslaagde innovatie te zijn.

In de levensmiddelenindustrie blijven echter nog te veel R&D-oplossingen ongebruikt, vindt ir. Toine Timmermans, directeur van de businessunit Fresh, Food & Chains (FFC) van de wur. ‘Er gebeurt heel veel, maar ook heel veel nog niet.’

Een voorbeeld betreft de houdbaarheid van verpakte, verse vruchten. Door speciale gascombinaties in de beschermde atmosfeer van de verpakkingen te brengen, blijft gesneden fruit maar liefst twee weken lang houdbaar. Om welke samenstelling van gassen het precies gaat, houdt Timmermans vanwege mogelijke commerciële belangen het liefst nog even onder de pet. ‘Het aanpassen van de verpakkingsapparatuur zorgt uiteraard voor extra kosten, maar de extra derving door het verlengen van de houdbaarheid weegt daar absoluut tegen op’, zegt Timmermans.

‘Helaas vindt de techniek nog geen toepassing in de ietwat conservatieve wereld van het verpakken van verse producten. Dat komt omdat bedrijven niet redeneren vanuit een ketenbenadering. Versproducenten zien alleen de meerkosten, en weten dit onvoldoende te vertalen naar de extra voordelen die retailers kunnen halen. Wat ons betreft is de techniek echter zeer interessant voor de industrie en zouden de bedrijven met elkaar afspraken kunnen maken om er beide van te profiteren.’

Een ontwikkeling die met veel tamtam is aangekondigd, maar in Europa vrijwel tot stilstand is gekomen, is het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen (genetically modified organisms, gmo’s) in voedsel. Consumenten accepteren dergelijke levensmiddelen over het algemeen niet en grote bedrijven als Unilever hebben daarom genetisch gemodificeerde producten ook in de ban gedaan. Dit in tegenstelling tot de rest van de wereld, de Verenigde Staten voorop. Wereldwijd wordt zelfs honderd miljoen hectare aan gmo-gewassen verbouwd.

‘Op het gebied van de gmo’s is Europa definitief afgehaakt. Het gat met de Verenigde Staten halen we nooit meer in’, zegt Van den Elzen. En dat is zonde, want genetische modificatie heeft de nodige duurzaamheidsvoordelen, vindt de algemeen directeur van agrotechnology en food sciences. ‘Voor het verbouwen van bepaalde soorten genetisch gemodificeerde katoen en soja zijn bijvoorbeeld veel minder, danwel milieutechnisch betere pesticiden en herbiciden nodig. Bovendien levert het gebruik van gmo’s ruimtewinst op bij het gebruik van landbouwgrond.’

Van den Elzen vindt de angst voor nieuwe technologieën ‘typisch Europees’. ‘Wij zien alle mogelijke doemscenario’s in plaats van dat we rustig de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen. Met gmo’s gebeurt nu precies hetzelfde als met computers een aantal decennia geleden. Computers zouden banen kosten, maar nu blijkt dat ze juist banen opleveren. Maar intussen zitten wel alle Dells en Microsofts in Amerika.’

Ook het verspreidingsgevaar van genetisch gemodificeerde gewassen valt volgens de ex-directeur van het gentech-bedrijf Mogen nogal mee. ‘Dergelijke gewassen hebben niet de eigenschappen om te kunnen overleven in de vrije natuur. Ze zijn gemaakt voor een optimale opbrengst van voedsel. In de natuurlijke omgeving is dat slechts genetische ballast.’

‘In Europa missen we een organisatie zoals de Amerikaanse Food and Drug Administration’, vervolgt hij. ‘Bij de FDA moeten bedrijven toestemming vragen voor de introductie van voedselprodukten waarbij genetische modificatie is toegepast en die heeft het vertrouwen van consumenten en producenten. In Europa hebben we wel een Europese voedingsautoriteit, maar die is nog maar pas begonnen en mist de status van de FDA. Als de FDA je product afkeurt komt het echt niet op de markt. Een onafhankelijke en zichtbare Europese voedselautoriteit zou een grote bijdrage kunnen leveren om het vertrouwen van consumenten te winnen.’

Deel deze pagina
Gratis proefabonnement TW

Bestel nu GRATIS 2 proefnummers TW

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week!

Meld je nu aan!

Vision & Robotics

Vision & Robotics is hét onafhankelijke vakblad voor machinebouwers, system integrators en eindgebruikers van productielijnen in de maak- en agro-/foodindustrie. 

Graag meer lezen over onderwerpen zoals robotica, sensoren, kunstmatige intellegentie en nog veel meer klik hier

Vision & Robotics heeft ook een nieuwsbrief! klik hier om je in te schrijven.

TW online gratis voor jongeren

TW Investeert in technisch onderwijs

Leerlingen tot 18 jaar lezen gratis TW. Meld je aan en ontvang 23 online edities per jaar geheel gratis!

Naar boven