Flying Dutchman kom je overal tegen | Technisch Weekblad
Nieuws

Flying Dutchman kom je overal tegen

Bengt Andreasson, de Zweedse auteur van de Sector Review, maakt een sterkte-zwakte-analyse van de internationale prestaties van Nederlandse ingenieursbureaus. Die nemen een sterke positie in. ‘Waarschijnlijk zit het in de genen’.

De Nederlandse ingenieursbureausector neemt in Europa, en zelfs in de we reld, een opvallend sterk positie in. Gemeten naar werkgelegenheid staat de Nederlandse branche van technische consultancy in de Europese Unie op de derde plaats, weliswaar op grote afstand van koploper Verenigd Koninkrijk, maar kort na nummer twee Frankrijk, en weer ver voor nummer vier: Duitsland. En de Europese top 50 van ingenieursbureaus (gemeten naar aantal arbeidsplaatsen) telt tien Nederlandse bureaus, waarvan twee, Arcadis en Fugro, onder de grootste vijf.

‘It’s amazing’, zegt Bengt O. Andreasson MSc (62), stafmedewerker van Svensk Teknik och Design, de Zweedse vereniging van architectenen ingenieurs bureaus. Hij is auteur van de jaarlijks verschijnende ‘Sector Review’, een in internationale ingenieursbureaukringen welbekend rapport met gedetailleerde gegevens over bureaus en markten in de vier Scandinavische landen, Europa en de wereld.

 

Genen

Andreasson is onder de indruk van de opvallende internationale aanwezigheid van Nederlandse bureaus. Wat hem betreft berust dat niet op toeval. De kracht van de Nederlandse ingenieursbureaus zoekt hij in de aloude en veel geroemde Nederlandse handelsgeest. Hij heeft het over ‘Flying Dutchman’ die je overal ter wereld tegen komt. ‘Waarschijnlijk zit het in de genen’, zegt Andreasson. De Nederlandse sector van technische consultancy vindt naar zijn mening zijn belangrijkste beperking in de kleine binnenlandse markt, die de afgelopen jaren bovendien economisch zwak heeft gepresteerd, zwakker dan vele ander landen.

Kansen voor de Nederlanders liggen er zijns inziens vooral in de nieuwe lidstaten van de Europese Unie, en in de landen die er nog bij komen: Roemenië, Bulgarije, en in een verder toekomst mogelijk Turkije.

‘Dat is een grote markt vergeleken met die in Nederland en Zweden.’ De Nederlanders waren overigens al vroeg in die nieuw lidstaten aanwezig, Zweedse collega’s zetten nu pas die stap.

 

Koloniaal

Ook in China waren enkele Nederlandse bureaus al vroeg present. Nederlanders hebben in Azië, overigens net als de Engelsen, een voorsprong dankzij de koloniale geschiedenis, aldus Andreasson. Hij noemt DHV, dat afgelopen jaar in India een bedrijf heeft opgezet dat wereldwijde IT-ondersteuning geeft. ‘Dat is een uitstekend initiatief. Anderen zullen zeker volgen’. Het Engelse WSAtkins doet nu hetzelfde in Maleisië. Bedreigingen ziet hij vooral in de opkomst van concurrentie uit Oost-Europa. Bureaus uit Polen en de Baltische staten kunnen nu al met zeer goedkope dienstverlening concurreren met de kleinere Nederlandse en Zweedse bureaus.

 

Prijsslag

Ook de verschuiving van industriële activiteiten naar goedkope landen vormt een bedreiging voor de tarieven die ingenieursbureaus hanteren. ‘Als Philips naar China gaat, zal het daar voor consultancy een lagere prijs betalen dan in het Westen, maar ook als het besluit activiteiten hier te handhaven zal het de kosten willen drukken.’ Wat tarieven betreft toont hij zich erg pessimistisch. ‘We staan aan het begin van een prijsslag, omdat oude economieën zich onvoldoende willen aanpassen’.

Civiel ingenieur Andreasson heeft de Sector Review sinds 1984 negentien keer gepubliceerd. Het is begonnen met een artikel in een vakblad. De tweede keer was het een rapport in het Zweeds, met een Engelse samenvatting. Sinds begin jaren negentig verschijnt er een Engelse versie. Andreasson zal de Sector Review nog twee keer produceren, voor hij in 2007 op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat.

 

www.std.se/english/sector_review.htm

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!