Nieuws

Geen berging maar ‘bypass’ voor hoogwater

Haarlem – De vijf provincies die gelegen zijn aan de grote rivieren hebben afgelopen maandag hun Regioadvies Ruimte voor de Rivier aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aangeboden. De provincies stellen daarin voor om pieken in de rivierafvoeren op te vangen binnen het stroomgebied door, onder meer, hogere dijken en verdieping van het winterbed. Ze zetten zich af tegen de mogelijkheid van opvang van water in daartoe aangewezen bergingsgebieden.

De Gelderse gedeputeerde Harry Keereweer is een verklaard tegenstander van wat de toenmalige staatssecretaris De Vries ooit betitelde als ‘calamiteitenpolders’. Keereweer is nu voorzitter van de Regionale Stuurgroep voor de Bovenrivieren. Zoals te verwachten zijn boeren en andere bewoners in potentiële bergingsgebieden fel tegenstander van inundatie om te voorkomen dat het water in dichtbevolkte gebieden over de kade loopt.

In plaats van waterberging kiezen de provincies voor snellere afvoer van water binnen de dijken en via hoogwatergeulen of ‘bypasses’. Zo wil Gelderland hoogwatergeulen bij Veessen-Wapenveld, Deventer en Zutphen aanleggen.

Belangrijk element in de discussie is de vraag hoe groot de te verwachten afvoeren zullen zijn als gevolg van klimaatverandering en extreme hoeveelheden regen. Als ‘maatgevende afvoer’, de maximale hoeveelheid water die bij Lobith kan passeren, gold het getal van 12.000 m3 per seconde. Na de hoogwaterstanden in 1993 en 1995 is dat getal op 16.000 komen te liggen, maar Rijkswaterstaat wil op langere termijn (2050) uitgaan van 18.000 m3/s.

In juli 2004 bracht de provincie Gelderland samen met de Duitse deelstaat Noordrijn Westfalen een studie uit naar te verwachten hoogwaterstanden. Ook in deze studie gaat men uit van die getallen, maar daarnaast wijst men erop dat het risico van overstroming in Nederland minder groot is, omdat bij extreem hoogwater in Duitsland wel water wordt opgevangen in bergingsgebieden.