Nieuws

Geen taboe op gloeilamp

Laat het voortouw aan de industrie

Klimaatkiller, energievreter, de aso onder de lichtbronnen. Australië wil de verkoop vanaf 2010 verbieden, Californië en België overwegen het. Zelfs Philips wil het peertje afschaffen.
De gloeilamp kent inderdaad enkele nadelen: een laag rendement, daardoor een hoge energieconsumptie, en een korte levensduur. De toegevoerde energie wordt voor 95 procent omgezet in warmte. In het huidige overspannen klimaat tikt dat aan.
Daartegenover staan echter voordelen. Een gloeilamp is spotgoedkoop, dimbaar, leverbaar in aangename lichtkleuren en in alle soorten en vormen. Er is een rijk gamma aan armaturen om het licht tot zijn recht te laten komen. Daarom worden er jaarlijks in Europa nog twee miljard van verkocht.

Het gaat om een technisch vrijwel uitontwikkeld, eenvoudig product: een vacuüm getrokken glazen bol met een wolfraamdraadje en een koperen voet. Met een infrarood coating kan het rendement echter nog dertig procent omhoog. Deze laag houdt de warmte binnen waardoor minder stroom nodig is om de gloeidraad te verwarmen.
Ongetwijfeld heeft het peertje zijn langste tijd gehad. Alternatieven zijn er of dienen zich aan: tl-verlichting, halogeenlamp, spaarlamp en led’s. De consument heeft een grote keuzevrijheid. Juist daarom valt op dat de gloeilamp in de woonomgeving – daarbuiten komt hij nauwelijks meer voor – nog zo’n dominante positie heeft.

Kennelijk bieden de alternatieven nog onvoldoende soelaas. Ze hebben alle vier weliswaar een veel langere levensduur en een lagere energieconsumptie door de hogere lichtopbrengst, maar verder zijn er vooral nadelen. Ze zijn veel duurder, de lichtkleur is minder aangenaam, de armaturenmarkt is minder ontwikkeld, de tl-buis (dus ook de spaarlamp) is niet dimbaar. Bovendien bevat de spaarlamp kwik waardoor deze na gebruik bij het chemisch afval moet.
Het energiegebruik tijdens de levensduur is een te beperkt criterium om een verbod op de gloeilamp te rechtvaardigen. Lichttechnisch adviseur ing. Rienk Visser van Grontmij Technical Management wijst erop, dat een levenscyclusanalyse – een beschouwing van energie- en milieu-aspecten van productie tot en met afvalverwerking – waarschijnlijk uitwijst, dat de alternatieven meer energie vragen dan de gloeilamp omdat ze meer materialen bevatten.

Daarom lijkt het zinvol de industrie zijn gang te laten gaan. Philips-topman Kleisterlee heeft voorgesteld – samen met andere producenten – de gloeilamp in tien jaar uit te faseren. In dat decennium kan de technische ontwikkeling zijn werk doen en de andere lichtbronnen goedkoper en aantrekkelijker maken. De overheid kan zich dan beperken tot het stimuleren van die ontwikkeling.

Henk Tolsma

Ontvang de nieuwsbrief, binnenkort 2 keer per week

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW