Geothermie in Groningen start deze zomer | Technisch Weekblad
Nieuws

Geothermie in Groningen start deze zomer

Op een weiland bij het universiteitsterrein Zernike aan de noordkant van de stad Groningen staat een vlag met het opschrift ‘WarmteStad’.

Op deze locatie wordt een geothermie-project voorbereid dat uiteindelijk moet zorgen voor de verwarming van enkele universiteitsgebouwen en 10.000 huizen in de omgeving. Wettelijk is vastgelegd dat de afnemers van deze warmte niet meer mogen betalen dan bij verwarming via aardgas.

Luchiena Lanjouw is voorlichter van WarmteStad, waarin Waterbedrijf Groningen en de gemeente Groningen elk voor 50 % aandeelhouder zijn. Lanjouw laat weten: ‘WarmteStad is voornemens om in 2017 met de voorbereidingen te starten en eind 2017, begin 2018 met de eerste boring.’ Die boring zal tot een diepte van 3,5 km gaan. Lanjouw vervolgt: ‘Dit betekent dat in 2018 ook de eerste warmte naar boven wordt gehaald. De verwachte temperatuur van de ondergrond is 120 °C. Er zijn al putten geboord in deze regio met deze temperatuur op deze diepte. Het gehele reservoirblok waaruit we warmte kunnen winnen is ongeveer 60 km2. Naar verwachting zullen we slechts in een klein deel van dit reservoir water omhoog en weer terug pompen, een gebied van zo’n 5 km2. De minimale dikte van het reservoir is 240 m.’

Als het project vol in bedrijf is zullen de installaties zo’n 200 m3 water per uur kunnen oppompen. Jan Kootstra is omgevingsmanager bij WarmteStad. Hij licht toe: ‘We pompen water uit de grond dat nogal verzadigd is met zout. Dat warme water gaat naar een warmtewisselaar en daarna terug de grond in. Dat geeft geringe drukverschillen en daarmee een te verwaarlozen kans op aardbevingen.’ Hoe klein de te verwaarlozen kans is, kan overigens ook Lanjouw niet zeggen.

Gering temperatuurverlies

Het verwarmde water, vervolgt Kootstra, gaat door een 400 mm dikke stalen buis met een isolatiemantel van sterk poly­ethyleen. Bij de aanleg van het warmtenet komen twee buizen naast elkaar te liggen, ongeveer 1,2 m onder het maaiveld: ‘De ene buis is aanvoer, de andere retour. Het water mag niet warmer dan 90 °C. zijn. Door de zeer goede leidingisolatie is het temperatuurverlies tussen de bron en de afnemer niet meer dan 2 °C. Aan de buitenkant van de leiding merken we nauwelijks temperatuurverhoging. We verwarmen het maaiveld dus niet.’

Naast het geothermieproject bij Zernike, lopen er bij Warmtestad ook twee projecten met warmte-/koudeopslag (wko).