Goede vraag: Wat kunnen we met biomassa als we het niet opstoken? | Technisch Weekblad
Nieuws

Goede vraag: Wat kunnen we met biomassa als we het niet opstoken?

De kritiek op het verstoken van biomassa neemt de laatste maanden snel toe. In de coalitie spreken steeds meer partijen (D66, CU, VVD en CDA) zich erover uit en begin juli kwam de Sociaal-Economische Raad (SER) met een kritisch rapport. Moeten we biomassa schrappen uit het klimaatakkoord? Of is ander, duurzaam gebruik van biomassa mogelijk?

De SER adviseert het afbouwen van subsidies voor houtstook en van het bijmengen van biomassa in autobrandstof. En minister Wiebes noemde de inzet van houtige biomassa voor bijvoorbeeld warmteproductie ‘maatschappelijk vreemd, thermodynamisch slecht en qua luchtkwaliteit onverstandig’ (NRC, 10 juli 2020). Nu speelt biomassa nog een grote rol in de energievoorziening. In Nederland kwam in 2019 8,6% van het energieverbruik uit hernieuwbare energie, waarvan meer dan de helft van biomassa.

De toekomst van biomassa leek eerst zonnig. Bomen en andere planten nemen CO2 op die bij de verbranding weer vrij komt; een veel kortere kringloop dan bij fossiele brandstoffen. Dankzij subsidies moest een infrastructuur voor biomassa op gang komen. Maar de biomassabelofte lijkt nu alweer voorbij.

Biobrandstoffen

‘Het gebruik van biomassa als energiebron nadert zijn einde’, zegt Erik Heeres, hoogleraar chemische technologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Het is zonde om het te stoken, dat is een laagwaardige toepassing.’ Net als de SER vindt hij dat biomassa vooral gebruikt moet worden om het om te zetten in basischemicaliën voor de industrie. ‘Dat is een hoogwaardige toepassing. En wat je dan overhoudt kun je als biobrandstoffen gebruiken voor de lastig te elektrificeren sectoren, zoals de lucht- en scheepvaart.’ Heeres en de SER schatten dat deze sector voorlopig nog vloeibare energiedragers nodig heeft.

De SER benadrukt deze omschakeling door het begrip ‘biomassa’ te vervangen met ‘biogrondstoffen’, omdat dit ‘beter de diversiteit en de waarde van biomassa uitdrukt’. Organisch afval zoals houtsnippers, zaagsel van houtzagerijen, landbouwafval of pulpresten uit een papierfabriek heeft de voorkeur. Het kent geen andere hoogwaardige toepassingen en hoeft niet te ver te reizen.

Een voorbeeld van een hoogwaardige toepassing van biomassa is de omzetting naar aromatische verbindingen via (katalytische) pyrolyse (verhitting tot hoge temperaturen zonder zuurstof). Die kunnen als bouwstenen gebruikt worden in de chemische industrie, bijvoorbeeld voor de productie van plastics.

Een andere mogelijkheid is de productie van lignineolie uit houtafval. Houtige materialen, zoals zaagsel, maar ook stro en stevige grassoorten bestaan voor 20 tot 30 procent uit de stof lignine. Lignine bevat fenolen die ook als bouwstenen voor de chemische industrie kunnen dienen. Van lignine kan olie gemaakt worden door het op te lossen in een alcohol en vervolgens te verhitten. Deze olie kan, net als aardolie, gebruikt worden om materialen zoals plastic, chemicaliën en brandstof van te maken.

Dergelijke processen en technieken om biomassa te verwerken tot hoogwaardige bouwstenen voor de chemische industrie, staan nu nog in de kinderschoenen. Er zijn verschillende startups bezig om dit uit te bouwen van het onderzoekstadium in het lab naar grootschalige productie voor de industrie. Zo werkt het Groningse BioBTX aan pyrolyse en Vertoro, opgericht vanuit de TU/e, aan grootschalige productie van lignineolie.

Als het aan de SER en Heeres ligt kan de subsidie voor het stoken van biomassa het best afgebouwd worden. De infrastructuur voor biomassa hoeft niet op de schop, die kan ingezet worden voor hoogwaardige toepassingen van deze biogrondstoffen.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW