Het algen-alternatief | Technisch Weekblad
Nieuws

Het algen-alternatief

Algen zijn zeer geschikt als bron voor biomassa en biodiesel, zo bleek vorige week tijdens een bijeenkomst van het Rotterdam Climate Initiative. ‘Olie bestaat voor het grootste deel uit fossiele algen; waarom zouden we nu dan niet algen kweken om olie te produceren?’

Rotterdam, de zelfbenoemde ‘World Capital of CO2-free energy’, timmert aan de weg met ideeën om koolstofdioxide-emissies in de Maasstad te reduceren. Op initiatief van het Rotterdam Climate Initiative, de organisatie achter de voorgenomen vijftig procent koolstofdioxide-emissiereductie in 2025, kwamen op 4 juli verschillende spelers uit de energiewereld en de algenkweekindustrie bijeen. Doel was het bespreken van de mogelijke rol van algen in het opwekken van koolstofdioxide-neutrale energie in de regio.


Algen hebben slechts zonlicht, koolstofdioxide en water (met daarin kleine hoeveelheden sporenelementen, fosfaat en stikstof) nodig om te kunnen groeien. De soorten die het meest geschikt zijn als bron van biomassa of olieproductie zijn de zogenaamde ‘unicellulaire groene algen’, primitieve eencellige micro-organismen die onder de planten vallen. Hun massa is voor 99 procent bruikbaar, onder meer als basis voor geneesmiddelen, kleurstoffen, bioplastics en olie. Dat laatste met een extreem hoge opbrengst: tot veertigduizend liter olie per hectare per jaar. Dat is bijna een factor zeven meer dan de opbrengst van de nummer twee, de palm (zesduizend liter).

Algen worden vooral gekweekt in openvijversystemen. Daarnaast experimenteert men met wisselend succes met fotobioreactoren, een gesloten systeem waarbinnen een groot aantal parameters (pH, temperatuur, concentratie van stoffen) nauwkeurig te controleren is. Maar vooral de zeer grote hoeveelheid glas die nodig is voor een dergelijke batchcultuur op industriële schaal staat een succesvolle toepassing in de weg.

Ir. Carel Callenbach gebruikt vooral openvijversystemen. Zijn bedrijf, IngrePro, produceert allerlei grondstoffen uit algen. ‘Maar voordat we iets met de algen kunnen, moeten we ze scheiden van het water waarin ze groeien’, legt hij uit. ‘Dit geldt als een lastig proces, maar wij hebben dat inmiddels met een combinatie van technieken onder de knie.’ Deze ‘droge massa’ kan direct al dienen als biomassa, maar er kan ook vrij eenvoudig biodiesel uit gemaakt worden. Callenbach ziet hier zeker mogelijkheden voor zijn bedrijf, maar vindt het commercieel nog te onzeker. ‘Het vergt flinke investeringen en de afzetmarkt is onduidelijk’, vat hij de bezwaren samen. ‘Er zijn veel betere regelingen vanuit de overheid nodig om dit soort initiatieven te steunen.’

Een van de belangrijkste argumenten om algen in te zetten voor energie-opwekking, is dat het niet concurreert met de voedselproductie. De bassins of reactoren hoeven immers niet op landbouwgrond geplaatst te worden; een plek in de stad of zelfs op zee volstaat.

De redenen die succesvolle toepassing op grote schaal in de weg staan, zijn vooral niet-technisch van aard. Callenbach noemde de aarzeling van investeerders en de grote energiebedrijven om zich op deze relatief jonge technologie te storten. De Duitse biotechnoloog professor Olaf Kruse legde de oorzaak deels bij het EU-beleid. ‘Algenkwekerijen komen niet in aanmerking voor de subsidies die er voor boeren zijn. Terwijl een opstartende sector dat juist het hardste nodig heeft.’ Maar daar komt per 1 januari 2008 verandering in, als de EU algenkwekers wél als boer gaat aanmerken.