Ingenieurs staan weer achter in de rij | Technisch Weekblad
Nieuws

Ingenieurs staan weer achter in de rij

Mark Plekker | donderdag 24 februari 2005
Arbeidsmarkt & Onderwijs

Deze week vond in Utrecht de beurs Visie 2005 plaats over belonen van hoogopgeleiden. Beloningsonderzoeker Bas van de Haterd gaf namens het bureau De Breed en Partners acte de présence. Hij heeft het jaarlijks terugkerende beloningsonderzoek onder ingenieurs over 2004 juist afgerond.

‘Voor 2005 hebben we nu de eerste indicaties binnen’, zegt hij. ‘Over de hele linie – alle hoogopgeleide professionals in Nederland – zien we een lichte verbetering voor 2005. Maar ik durf de stelling wel aan dat de ingenieurs hier niet van profiteren. Alle professionals krijgen er in 2005 wat bij, maar niet de ingenieurs, die zullen naar verwachting ook in 2005 nog een pas op de plaats maken. En eigenlijk is dat een achteruitgang als je in het salariszakje kijkt. Zeker als je het vergelijkt met juristen, economen en financiële professionals.’

Het beloningsonderzoek over 2004 is juist afgerond. In totaal vertelden 197 ingenieurs het onderzoeksbureau alle details van hun beloning (zie tabellen). De cijfers over 2004 laten zien dat de beloning over het hele jaar genomen voor de ‘gemiddelde’ ingenieur uitkomt op 47.032 euro. Dat is een stijging met vier procent. Dit is echter niet toe te schrijven aan concrete salarisstijgingen binnen de beroepsgroep maar het gevolg van het toenemen van de werkervaring van de ingenieurs in het onderzoek. En bij meer werkervaring hoort over het algemeen een hoger salaris.

 

 

Pas op de plaats

Vorig jaar zaten alle hoogopgeleide beroepsbeoefenaren op de nullijn. Als men de statistische effecten (ouder worden van de onderzochte groep, toegenomen werkervaring) en het duidelijke effect van het naar beneden bijstellen van de bijtelling voor privégebruik van auto’s van de zaak van 25 naar 22 procent er uit filtert, is sprake van een achteruitgang voor ingenieurs. Van de Haterd: ‘De ingenieurs maken dus in 2004 een pas op de plaats. Meest opvallend is dat de prestatiebeloning als onderdeel van de totale beloning bij ingenieurs duidelijk is toegenomen. Had in 2003 slechts vijf procent in een of andere vorm een prestatiebeloning, in 2004 lag dit op tien procent.’ Van de Haterd haast zich hieraan toe te voegen dat hoewel dit een verdubbeling is ten opzichte van 2003 de hoogte van de uitkering terugliep van 3415 euro naar 2364 euro. Een daling van dertig procent. ‘In de groep neemt het belang van prestatiebeloning dus toe, maar gekeken naar wat ingenieurs hier aan overhouden, neemt dit bedrag dus af’, aldus Van de Haterd. Ook onder economen neemt het belang van de prestatiebeloning als onderdeel van de totale beloningsstructuur toe, echter hier profiteren de individuen ook van een hogere bonusuitkering.

 

 

Beloningselementen

Het onderzoek isoleert ook de ontwikkelingen binnen verschillende ingenieursfuncties en disciplines De software-engineer ging er volgens De Breed in 2004 achttien procent op vooruit. De ‘gemiddelde’ civiel-technicus is er 8,7 procent op vooruit gegaan en de natuurkundig ingenieur zag de totale beloning het afgelopen jaar toenemen met 7,6 procent.

De gemiddelde leeftijd van de 197 ondervraagde ingenieurs uit het onderzoek ligt tussen de 30 en de 34 jaar. De opbouw van het salaris word gemiddeld voor 91 procent in beslag genomen door de vaste beloningselementen als het salaris. De gemiddelde werkervaring van de groep lag op negen jaar. Een oudere ingenieur verdiend per jaar ruim 30.000 euro meer dan een jonge. Een ruime meerderheid (61 procent) van de 197 geënquêteerden gaf aan een leidinggevende functie te bekleden.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!