Ingenieursbureaus zeer somber over vooruitzicht komende jaren | Technisch Weekblad
Nieuws

Ingenieursbureaus zeer somber over vooruitzicht komende jaren

De Nederlandse ingenieursbureaus deden het in 2011 niet goed; verontrustender is dat de vooruitzichten voor 2012 en 2013 nog steeds slecht zijn. Directeur Paul Oortwijn van NLingenieurs: ‘We zullen noodgedwongen krimp moeten accepteren en dus pijnlijke beslissingen moeten nemen.’

Op het eerste gezicht valt het eigenlijk nog reuze mee. De omzet van de vijftig grootste ingenieursbureaus stijgt in 2011 gemiddeld met 4,8 procent. In 2010 was dat nog 1,9 procent en in het eerste echte crisisjaar 2009 kwamen we uit op 0,9 procent.

Een eerste kanttekening is dat het algemene beeld door een paar zeer grote groeiers wordt bepaald. Als de vijf grootste groeiers en de vijf grootste krimpers worden geschrapt, kom je nog maar net boven de 0 procent uit. Dat blijkt ook wel uit het feit dat de omzet in het afgelopen jaar bij bijna de helft van de bedrijven daalt, bij 23 van de 50.

Paul Oortwijn van branche-organisatie NLingenieurs schetst een nog wat somberder beeld. ‘De groei die we zien, zit voornamelijk bij de grotere bedrijven en komt vooral van acquisities en uit het buitenland. De krimp zit relatief meer bij de wat kleinere bedrijven. Faillissementen en bedrijfsbeëindigingen komen daar geregeld voor. De markt in Nederland krimpt overduidelijk. Wij hebben nog geen definitieve omzetcijfers over 2011, maar de ontwikkeling van het aantal medewerkers is voor ons vaak een goede indicatie. Op basis daarvan schatten we voor het mkb over 2011 een krimp van gemiddeld twee procent. Uit trendonderzoek van NLingenieurs blijkt ook dat circa eenderde van de bedrijven buiten de Top 50 in 2011 geen winst heeft gemaakt. ’

Je kunt dus stellen dat de groei van de Nederlandse ingenieursbureaus voor het derde achtereenvolgende jaar stagneert. En verontrustender: de vooruitzichten voor dit jaar en volgend jaar zijn zeker niet beter. ‘Vorig jaar zei ik al dat 2011 en 2012 moeilijk zouden worden. Nu ben ik bang dat het nog wel een paar jaar zo door zou kunnen gaan’, vervolgt Oortwijn. ‘Ik zie namelijk nog niet heel veel positieve dingen gebeuren in de markt. In Europa is het investeringsklimaat erg onrustig. In Nederland is opnieuw een kabinet gevallen, er lijkt geen plan te zijn voor de toekomst. Het schiet op dit moment allemaal niet op. Voor de ingenieursbureaus is verder van belang dat de budgetten van vooral de lagere overheden steeds meer onder druk staan. En de "easy wins" zijn daar al weg.’

Eurozone

Uit onderzoek van Ipsos-Synovate in opdracht van NLingenieurs en ERP-leverancier Deltek blijkt dat de bestuurders van Nederlandse ingenieursbureaus voor 2012 een krimp van 0,8 procent verwachten. Daarmee steekt Nederland slecht af bij de omringende landen. In België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Scandinavische landen wordt wel een positieve groei verwacht, met een gemiddelde van drie procent. Oortwijn wijt dit verschil onder meer aan het algemene gebrek aan koers en vertrouwen in ons land.

‘Daarnaast is het een absolute voorwaarde dat er orde op zaken wordt gesteld in de eurozone’, stelt Oortwijn. ‘Dat er duidelijkheid komt en dat er weer nagedacht wordt over wat werkelijk van belang is voor de toekomst. Ik denk daarbij aan de gevolgen van klimaatverandering, het bieden van energie, voedsel, water, huisvesting, veiligheid en gezondheid. Nu lijken we alleen maar bezig te zijn met het hoofd boven water houden.’

Pijnlijk

Ook de marge (bedrijfsresultaat gedeeld door bedrijfsopbrengsten) is bij de ingenieursbureaus weer verder gedaald, over 2011 naar 5,1 procent. De marge bedroeg in 2010 nog 6,0 procent en over 2009 zelfs 7,2 procent.

Oortwijn zegt al jaren dat tien procent een gezonde en noodzakelijke marge is voor zijn branche. ‘Veel bedrijven zullen noodgedwongen krimp moeten accepteren en de daarbij behorende pijnlijke beslissingen moeten nemen. Maar ze zullen de marge niet nog verder mogen laten zakken. Men zal de kwaliteit van de dienstverlening echt op peil moeten kunnen houden. Wij hebben hier, nog altijd, een zeer hoog kennisniveau. Laten we dat alsjeblieft bewaken. Mijn schrikbeeld is een branche die in zijn geheel verzwakt, en van innovatief en ondernemend verwordt tot louter capaciteitsleverancier. Door de daling van de marge wordt het steeds lastiger, zo niet onmogelijk, om echt te investeren in kennis en innovatie. Nederland wil omhoog op de innovatieladder; daarvoor zijn ingenieursbureaus nodig die investeren in kennis bij hun medewerkers, bij studenten en in nieuwe ideeën.’

Om niet in mineur te eindigen: de bedrijfsresultaten zijn nog in 38 van de 43 opgegeven gevallen positief. Iets minder dan de helft van de bedrijven ziet het resultaat stijgen ten opzichte van 2010.

Het aantal werknemers stijgt bij de helft van de bedrijven, en ook de inhuur van personeel (flexibele schil) stijgt, van 7,8 naar 9,2 procent. Daarbij blijft de gemiddelde omzet per werknemer dit jaar vrijwel stabiel op 104.000 euro.

Snelste stijger in de lijst is dit jaar BK Groep. Het bureau uit Velserbroek stijgt, overigens net als vorig jaar, acht plaatsen: van 38 naar 30. Het bedrijf boekte een omzetgroei van 54 procent. BK is volgens eigen zeggen een allround ingenieurs- en adviesbureau met vestigingen in Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht, Friesland en op Curaçao.

Opmerkingen bij de Top 50

De cijfers in de Top 50 behoeven in sommige gevallen enige toelichting. Allereerst die van Oranjewoud, dat de laatste jaren is getransformeerd van een puur ingenieursbureau naar een onderneming die op een veel breder terrein actief is. Oranjewoud boekte over 2011 een enorme omzetstijging, van 151 procent. Dit is echter grotendeels te danken aan de recente overname van Strukton Groep. Dit nieuwe onderdeel is echter niet als een ingenieursbureau te beschouwen. Oranjewoud is bij de berekening van de gemiddelde cijfers uit de Top 50 dan ook buiten beschouwing gebleven. De ingenieurs- en adviesafdeling van Oranjewoud boekte een bescheiden omzetgroei in 2011, van 301 naar 305 miljoen euro. Vanaf volgend jaar zullen we in de lijst daarom alleen nog de ingenieurs- en adviesafdeling van Oranjewoud bekijken. Dit geldt uiteraard ook, voor zover het onderscheid goed is te maken, voor andere bedrijven met een soortgelijke structuur.

Een speciale nieuwkomer in de lijst is dit jaar Mott MacDonald. Dit is het enige buitenlandse bedrijf in de Top 50. Daarom worden alleen de activiteiten van Mott MacDonald Nederland beschouwd. Mott MacDonald heeft verder als enige geen notering in de kolom ‘omzet per werknemer’. De reden hiervoor ligt in het feit dat Mott MacDonald Nederland namens enkele klanten het programma-management voert van fondsen, onder andere in Zuid-Soedan; dit gaat om relatief grote bedragen die wel ‘door de boeken’ gaan, maar waar tegenover slechts kleine hoeveelheden uren staan. Hierdoor wordt de omzet per werknemer sterk vertekend. ook de vermelding ‘loon per werknemer’ kan in sommige gevallen een wat vertekend beeld geven. omdat een aantal bedrijven, bijvoorbeeld Tebodin, in veel landen actief is – waaronder lage-lonenlanden – kunnen deze op een relatief laag tarief uitkomen. Dit zegt dus niets over het loon per werknemer in Nederland. 

De getallen voor het totale aantal werknemers (het vaste personeel plus het ingehuurde personeel) zijn niet altijd eenduidig. Dit komt doordat het aantal ingehuurde werknemers niet bij ieder bedrijf bekend is. Dit kan vervolgens invloed hebben op de berekende cijfers voor de omzet per werknemer. Het heeft echter geen effect op de kolom ‘loon per werknemer’ want die heeft alleen betrekking op het personeel dat in vaste dienst is. 

Lees hier meer over de Top 50 Ingenieursbureaus 2012.

Ontvang de nieuwsbrief

Meld je nu aan!

Gratis proefabonnement TW

Bestel nu 2 gratis proefnummers TW