Nieuws

Kennisinstituten moeten meer aan marketing doen

Henk Tolsma | donderdag 17 maart 2005
Arbeidsmarkt & Onderwijs

Haarlem – Industriële bedrijven zullen meer dan tot nu toe moeten samenwerken met collega-bedrijven, kennisinstituten en scholen. Dat zijn enkele van de belangrijkste conclusies uit de studie ‘Succesvol produceren in Nederland’, opgesteld door ING Bank en Metaalunie. Het rapport is op 1 maart aangeboden aan staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken. Andere conclusies zijn dat concurreren op prijs belangrijk blijft en dat klanten steeds meer centraal komen te staan in het doen en laten van industriële bedrijven.

Door productiviteitsgroei, overheveling van niet-kerntaken (kantine, schoonmaken, ict, financiën) naar de dienstensector, en verplaatsing van productie naar lagelonenlanden neemt de industriële werkgelegenheid al decennia af. Maar gezien het substantiële belang voor groei, innovatie en export blijft volgens ING Bank/Metaalunie de industrie een belangrijke pijler onder de economie.

Gekwalificeerde vakmensen zullen in de toekomst nog schaarser zijn dan nu, aldus het rapport. Om dat te verbeteren zullen bedrijven banden moeten aanknopen met scholen, met name die uit vmbo en mbo. Door meer wisselwerking in de vorm van stages, bedrijfsbezoeken en gastlessen verbetert de aansluiting tussen school en bedrijf.

Om attractief te zijn voor grote opdrachtgevers moeten kleine bedrijven meer samenwerken met collega-bedrijven. Daarvoor bestaat nu nog veel koudwatervrees. Bij goede ervaringen kunnen hechte clusters van bedrijven ontstaan met een sterke marktpositie.

Ook met kennisinstellingen zal veel meer moeten worden samengewerkt, om de broodnodige verhoging van de kennisintensiteit van de productie te realiseren. Maar ook hier bestaat veel koudwatervrees. De studie van ING Bank en Metaalunie stelt dat bedrijven nu de eerste stap moeten zetten, maar dat kan net zo goed worden omgedraaid. Kennisinstituten moeten ook meer aan marketing doen.