Maatschappelijke macht van ingenieurs neemt af | Technisch Weekblad
Nieuws

Maatschappelijke macht van ingenieurs neemt af

Mark Plekker | donderdag 18 maart 2004
Energie

Jos van Hezewijk, onderzoeker van machtsnetwerken in Nederland, noemt ingenieurs oppermachtig op het terrein van de infrastructuur. Toch constateert hij ook dat de maatschappelijke macht van ingenieurs afkalft. In zijn boek XXL vergeleek hij het aantal ingenieurs dat in 1986 een toppositie in het bedrijfsleven bekleedde met posities in 1998. Het percentage liep terug van 21 naar 12 procent. ‘Ingenieurs waren voor al te vinden in de top van industriële bedrijven. De cijfers laten zien dat zij ook daar in de hoogste regionen plaats maken voor rekenmeesters en marketinggeoriënteerde mensen’, stelt van Hezewijk.

De onderzoeker heeft wel het gevoel dat dit een golfbeweging kan zijn. ‘Als de uitvoering van projecten weer wat belangrijker wordt en niet de marketing de boventoon voert, kan het gebeuren dat men dus weer ingenieurs benoemt, die juist oog hebben voor een adequate uitvoering van technische projecten.’

Maar het globale beeld van Van Hezewijk is toch dat sinds de jaren zestig de machtspositie van ingenieurs te midden van economen en juristen erop achteruit is gegaan. In de jaren zestig en zeventig waren er volgens hem een paar sterke ingenieursbolwerken geformeerd rond de Deltawerken en de Kernenergie in Nederland.

Van Hezewijk meent dat ingenieurs niet ‘slim’ met hun in principe machtige positie omgaan. ‘Neem de HSL, een mooi technisch project waar miljoenen mensen plezier van kunnen hebben en een beperkte groep overlast van heeft.

Zo’n plan ligt al decennia lang op de tekentafel. Toch besluit men pas in een zeer laat stadium dit naar buiten te brengen. Mensen hebben daardoor toch het gevoel dat ze wat door de strot wordt geduwd. Bij dat soort projecten zou je veel langer de tijd moeten nemen om te zien dat de overlast voor een beperkte groep opweegt tegen het belang van een grote groep. Daarvoor moeten discussies uit de achterkamertjes vandaan en veel eerder open gevoerd worden. Ingenieurs menen vaak dat mensen macht eng vinden. Dat is niet zo. Mensen vinden macht pas eng als het niet zichtbaar is en in achterkamertjes blijft’, aldus van Hezewijk.

Hij acht het risico overigens reëel dat mensen op een gegeven moment afhaken, omdat veel technische en infrastructurele projecten toch lang achter de schermen blijven. ‘En de ironie is dan dat burgers zich vervolgens best op irrationele gronden tegen een heel nuttig en grootschalig project kunnen keren. Dat is dus het risico als je niet goed met macht omgaat.’